Advertisement

Hypertensie

  • P.W. de Leeuw
  • W.H. Birkenhäger
Part of the Quintessens book series (QUI)

Abstract

Men schat dat bij 10 tot 20% van de volwassen bevolking een min of meer persisterende verhoging van de bloeddruk voorkomt, waarbij echter wel bedacht moet worden dat er geen strikte scheidingslijn kan worden getrokken tussen het normotensieve en het hypertensieve gebied. Wanneer men immers de frequentieverdeling van de bloeddruk in een bepaalde populatie beziet, blijkt er sprake te zijn van een unimodale curve met een uitloop naar rechts (figuur 13.1). Met andere woorden: de frequentie waarmee hypertensie zich voordoet, is afhankelijk van de bloeddruk die men zelf (arbitrair) als bovengrens van normaal accepteert. Daarnaast is bij epidemiologisch onderzoek gevonden dat er niet één bepaalde waarde van de bloeddruk is waarboven het risico van cardiovasculaire complicaties toeneemt.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatuur

  1. Birkenhäger WH, Reid JL. Handbook of hypertension. Amsterdam: Elsevier; vanaf 1983; 22 delen.Google Scholar
  2. Birkenhäger WH, Leeuw PW de. Handboek hypertensie. Utrecht: De Tijdstroom; 2003.Google Scholar
  3. Guidelines Committee 2003. European Society of Hypertension-European Society of Cardiology guidelines for the management of arterial hypertension. J Hypertens 2003;21:1011–53.CrossRefGoogle Scholar
  4. Kaplan N. Clinical hypertension. 8th ed. Baltimore: Williams & Wilkins; 2002.Google Scholar
  5. Mancia G, Chalmers J, Julius S, Saruta T, Weber M, Ferrari A, et al. Manual of hypertension. London: Churchill Livingstone; 2002.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij 2007

Authors and Affiliations

  • P.W. de Leeuw
    • 1
  • W.H. Birkenhäger
    • 2
  1. 1.Afdeling Interne GeneeskundeAcademisch Ziekenhuis MaastrichtMaastricht
  2. 2.Emeritus-hoogleraar Inwendige GeneeskundeRotterdam

Personalised recommendations