Abstract
Victor vond het moeilijk om met zijn zeventienjarige dochter te praten. Het leek wel of elk gesprek op ruzie uitdraaide. Het liep eropuit dat ze kwaad werden en het gevoel kregen dat ze nooit met elkaar zouden kunnen communiceren. Sommige dingen die ze deed maakten hem witheet, maar hij wist ook dat hij het door zijn manier van reageren op haar irritante gewoontes alleen maar erger maakte. Onveranderlijk eindigden deze confrontaties ermee dat zij briesend wegliep. En bijna altijd wanneer dit gebeurde liep hij naar de koelkast om een blikje bier te halen. Hij wilde dat hij een coach had die hem in de hitte van de wedstrijd een goede spelbeweging aan de hand kon doen. Hij dacht dat een mentale ‘time-out’ misschien wel iets zou zijn. Als hij automatisch zo bleef reageren, zou er niets veranderen. Ook al was hij vaak kwaad op zijn dochter, hij wist dat hij van haar hield en zij van hem, en hij wilde zijn steentje bijdragen om hun relatie te verbeteren voordat ze na haar eindexamen het huis uit zou gaan.
Preview
Unable to display preview. Download preview PDF.