Advertisement

12 Voeding van de baby

  • Helga D. Hentzepeter-van Ravensberg

Eigenlijk zou borstvoeding geven na de bevalling vanzelfsprekend moeten zijn, omdat moedermelk vanzelf aangemaakt wordt na de bevalling ongeacht of je wel of niet borstvoeding wil gaan geven. Niet altijd komt de borstvoeding echter goed op gang of de moeder zelf wilt liever geen borstvoeding geven. Soms zijn er ook praktische overwegingen, waardoor borstvoeding niet zo geschikt lijkt; bijvoorbeeld bij gebruik van een bepaald medicijn door de moeder, bij een dieet bij ziekte, na borstverkleining of andere redenen. Flesvoeding is een goed alternatief voor borstvoeding en speciaal afgestemd op de zuigelingenbehoefte. Toch mist flesvoeding enkele specifieke voordelen voor de baby die borstvoeding wel biedt, vooral in de eerste vijf dagen nadat de borstvoeding op gang is gekomen (colostrum). Daarom wordt vaak geadviseerd om in ieder geval in de kraamtijd te proberen borstvoeding te geven. Bij het overgaan op volledige flesvoeding loopt de borstvoeding snel terug.

Referenties

  1. Grient Dreux de A, Labordus M, Nicolaï S, Vos C de. Zwanger; het nieuwe handboek voor aanstaande ouders. 2e druk. Utrecht: Het Spectrum; 2004.Google Scholar
  2. Kitzinger S. De geboorte van je kind. Ede/Antwerpen: Zomer & Keuning, 1991.Google Scholar
  3. La Leche League, folders.Google Scholar
  4. Righard L, Alade MO. Effect of delivery room routines on success of first breastfeed. Lancet 1990; 336(8723):1105–1107.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  5. Stadelmann I. Zwangerschap, geboorte en eerste maanden met uw baby. München: Deltas, 2002.Google Scholar
  6. Stoppard M. Jonge ouders. Utrecht: Lifetime, 1999.Google Scholar
  7. Vereniging Borstvoeding Natuurlijk, folders.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Uitgeverij 2008

Authors and Affiliations

  • Helga D. Hentzepeter-van Ravensberg

There are no affiliations available

Personalised recommendations