figure a

‘Eenzaamheid komt enorm veel voor - ik schat dat een derde van de cliënten die wij bezoeken in meer of mindere mate eenzaam is.’ Aan het woord is Marjolein Zilverentant, wijkverpleegkundige, verplegingswetenschapper en vanuit de vakgroep Wijkverpleegkundigen van V&VN betrokken bij de nieuwe richtlijn Eenzaamheid onder ouderen1 die eind juli verscheen.

Volgens Zilverentant is het thema eenzaamheid actueler dan ooit. ‘Door corona is de eenzaamheid flink toegenomen. Sommige ouderen durfden tijdens de lockdowns bijvoorbeeld niet meer naar buiten – bang om besmet te raken. Anderen durfden om die reden geen bezoek te ontvangen, of bezoek kwam uit zichzelf minder langs, bang om de oudere te besmetten. Daarbij zijn veel ouderen ook minder handig met smartphones en beeldbellen en dergelijke, en lag de dagbesteding stil. Dat betekende dat mensen hun routine kwijtraakten. Bij deze mensen zag je veel achteruitgang.’

Eerst praten

Er bestaat een grote handelingsverlegenheid onder verpleegkundigen als het gaat om eenzaamheid, weet Zilverentant. De grootste valkuil is volgens haar dat veel collega’s meteen een praktische oplossing willen bieden. ‘Dan is het al snel: “O, ik weet wel een leuk breiclubje,” of “Op woensdagavond kunt u daar en daar eten met andere ouderen.” Maar dat is lang niet voor iedereen een geschikte oplossing. Een van de belangrijkste aanbevelingen in de richtlijn is dan ook: neem de tijd om met iemand te praten, ga er eens goed voor zitten. Onderzoek om welke soort eenzaamheid het gaat (zie kader ‘soorten eenzaamheid’) en of hij eventueel professionele ondersteuning wil. ‘Alleen dan kun je samen de mogelijkheden van professionele ondersteuning verkennen. Als iemand niet wil, houdt het op.

Verder is eenzaamheid pas een probleem als iemand het als zodanig ervaart.’ Belangrijk om in je achterhoofd te houden: voor eenzaamheid bestaat geen quick fix. Je kunt het leed hooguit een beetje verzachten, en dat is maatwerk – zoals ook uit de volgende casussen blijkt.

Casus 1: aanloop genoeg, maar toch eenzaam

Mevrouw L. is 89 jaar en al 30 jaar weduwe. Ze heeft hartproblemen, pijn in de botten en een verminderde nierfunctie. Alleen de huisarts komt nog op consult, ze wil zich niet verder laten onderzoeken. Ze gebruikt bloedverdunners en paracetamol, andere medicatie wil ze niet. De sta-functie is in het laatste jaar verdwenen en ze wordt met de tillift in en uit bed geholpen. Ze woont in een dijkhuis op de bovenste etage, waar ze niet zelf uit kan. Mevrouw krijgt soms wel 6 zorgverleners per dag over de vloer: voor verzorging, verpleging, warm eten en de huishouding. Haar zoon en schoondochter komen zeker 2 keer per week langs, en haar 2 kleinkinderen ook. In de benedenwoning woont een aardige jongen die ook weleens wat voor haar doet. Toch voelt ze zich enorm eenzaam en dat spreekt ze ook uit: iedereen om haar heen is al weggevallen en ze is bang dat God háár is vergeten. Omdat ze huis- en rolstoelafhankelijk is, is dagbesteding problematisch, maar ze wil ook eigenlijk niets. De familie wil graag dat ze naar een verpleeghuis gaat in het naburige dorp, maar dat vindt ze te ver weg, nu woont ze 100m van haar geboortehuis. Wat kunnen we doen om mevrouw zich minder eenzaam te laten voelen? Zijn er praktische tips voor thuis om het gevoel van eenzaamheid te verminderen?

Wijkverpleegkundige Pia

‘Door corona is de eenzaamheid flink toegenomen; veel ouderen kwamen niet meer buiten of kregen minder bezoek

Marjolein Zilverentant (MZ): ‘Ik krijg de indruk dat niet eenzaamheid, maar verlies hier de situatie kenmerkt: verlies van man, kinderen, gezondheid, zelfstandigheid. Het lijkt alsof mevrouw de zin van haar leven verloren heeft (existentiële eenzaamheid, zie ook kader ‘soorten eenzaamheid’). Ik begrijp dat ze niet wil verhuizen, om niet ook nog haar vertrouwde omgeving te verliezen. De kunst is om aan te sluiten bij het gevoel, de wensen en prioriteiten van mevrouw. Wat is belangrijk voor haar, waar is ze bang voor, wat mag echt niet gebeuren? Ik vermoed dat mevrouw zoveel mogelijk wil behouden wat zij heeft en ook de eigen regie over haar leven. Dat respecteren is op zich al waardevol. Verder zou je met mevrouw kunnen nagaan wat zij wil behouden en daarbij aansluiten. Tamara Bouwman (TB): ‘Een lastige situatie. Allereerst zou je in een aantal gesprekken met mevrouw dieper in kunnen gaan op de eenzaamheid die zij voelt, zodat ze haar verhaal kwijt kan.3 Als mevrouw zelf aangeeft iets aan de situatie te willen doen, ga dan uit van wat mevrouw leuk vindt of waar ze al goed in is, en kijk of je dat kunt uitbreiden of versterken. Zijn er oude hobby’s die ze weer wil oppakken?’

Casus 2: claimend gedrag naar de wijkverpleging

‘Mevrouw Z. (84) loopt met een rollator en wandelstok en kan zelfstandig in en uit bed. Ze krijgt hulp bij douchen, de suprapubische katheter, wondverzorging, de steunkousen en het bijhouden van de vochtintake en -output. Daarnaast komt er tweemaal daags iemand voor de maaltijd. Mevrouw krijgt weinig bezoek, de zorgverleners zijn haar enige sociale contacten. Ze behandelt ons stuk voor stuk als ‘vriendinnen’ en probeert ons nabij te houden. Na het zorgmoment slaat mevrouw de krant open met de puzzel waar ze aan begonnen is, en vraagt ons de ontbrekende antwoorden op te zoeken op onze tablet. Als we dit proberen af te wimpelen, blijft ze volhouden. Als het dan toch gelukt is om bij de deur te komen, wil ze nog even de agenda doorlopen om te checken of de tijdstippen voor de zorgmomenten wel kloppen, en wie de volgende keer komt. Mevrouw staat op de wachtlijst voor dagbesteding, maar die is erg lang. Wat kunnen we doen voor mevrouw Z.?’

Wijkverpleegkundige Lisanne

PRATEN OVER EENZAAMHEID

Praten over eenzaamheid is best een uitdaging. Aan de nieuwe richtlijn over eenzaamheid bij ouderen is dan ook een bijlage toegevoegd met een gesprekshandleiding.1 Daarin staat dat je beter niet direct naar de eenzaamheid kunt vragen: dat voelt voor veel mensen vaak als ‘met de deur in huis vallen’, en dat kan confronterend zijn. Niet iedereen wil op die vraag ingaan. Volgens de gesprekshandleiding is het verstandiger om het gesprek op gang te brengen door te informeren naar de signalen van eenzaamheid die jij meent te zien. De werkgroep adviseert een gevalideerd instrument te gebruiken, zoals die van De Jong Gierveld. Vragen die je kunt stellen:

  • Wat doet u zoal op een gewone dag?

  • Bent u tevreden over uw contacten?

  • Heeft u mensen die u om hulp kunt vragen?

  • Mist u mensen om u heen?

  • Ervaart u belemmeringen om (sociale) activiteiten te doen?

  • Met wie spreekt u zoal? Kinderen, kennissen, pastor/predikant, huisarts?

Meer informatie over het gesprek aangaan over eenzaamheid vind je in de gesprekshandleiding die bij de nieuwe richtlijn hoort. Je vindt deze op www.venvn.nl > richtlijnen

MZ: ‘Ik krijg de indruk dat mevrouw een gemis ervaart aan gelijkwaardig contact, van mens tot mens - emotionele eenzaamheid dus. Daarbij gaat het niet om het aantal contacten, maar om de aard ervan. Je zou kunnen onderzoeken of mevrouw dit inderdaad zo ervaart door bijvoorbeeld de eenzaamheidsschaal van De Jong-Gierveld (zie kader ‘Praten over eenzaamheid’) samen in te vullen. Eén persoon die als ‘maatje’ of vriendin emotionele steun kan geven, kan soms al voldoende zijn. Die kan in de omgeving van mevrouw gezocht worden, maar ook bij bijvoorbeeld een buddy. Ook zijn er landelijke organisaties die contacten met buddy’s kunnen faciliteren4: Leger des Heils/Grijs Genoegen, Humanitas, Stichting Buddy Netwerk en Buddy@home bijvoorbeeld. Omdat in deze tijd face-to-face-contact via clubjes en dergelijke soms nog steeds onvoldoende beschikbaar is, is een telefonische dienst zoals Sensoor of de Luisterlijn een optie. Wat er verder beschikbaar is, verschilt per regio, maar een ouderenconsulent van de gemeente heeft vast een overzicht van de mogelijkheden.’

TB: ‘Wat je kunt doen aan het claimende gedrag? Ga daar zeker het gesprek over aan. Ze heeft misschien niet door dat haar gedrag als claimend wordt ervaren. Vind je het gesprek over eenzaamheid lastig, dan kan een training van Movisie je misschien verder helpen.6 Ook kun je al meteen vragen naar de puzzel of agenda, zodat die niet bij vertrek tevoorschijn komt (dit is uiteraard maar een voorbeeld, en situatieafhankelijk). Na het gesprek zou je mevrouw kunnen vragen wat ze zelf zou willen om meer contact te krijgen.’

Casus 3: partner verloren

‘Mevrouw B. (88) is na 60 jaar huwelijk recent haar man verloren aan covid-19. Veel van haar familieleden zijn al weggevallen, mevrouw is als enige van haar familie nog ‘over’. Kinderen en kleinkinderen komen wel regelmatig langs. Ze is erg verdrietig om het verlies van haar man, heeft plotselinge huilbuien en zegt zich eenzaam te voelen. Collega’s van de verpleging en verzorging hebben al van alles geprobeerd om haar op te vrolijken. Of ze misschien naar het breiclubje wil op de woensdagmiddag? Of moet er af en toe een vrijwilliger langskomen voor een praatje? Het helpt allemaal niet, mevrouw wil het niet. Kortom, moeten we doorgaan met mevrouw motiveren om deel te nemen aan activiteiten, of kunnen we het beter hierbij laten?’

Praktijkondersteuner ouderenzorg Hannah

VERSCHILLENDE SOORTEN EENZAAMHEID

Eenzaamheid is een gemis dat iemand ervaart, en dat kan op alle fronten zijn.

  • Zo heb je sociale eenzaamheid, dan zijn er weinig contacten, de cliënt is veel alleen en ervaart dat ook zo.

  • Bij emotionele eenzaamheid is er een gebrek aan kwaliteit van de contacten, aan iemand die steunt en op gelijkwaardig niveau met de cliënt kan praten. Er kan genoeg bezoek komen, maar dat blijft in de ogen van de cliënt niet voldoende diepgaand.

  • Bij existentiële eenzaamheid - het gemis van een zinvol bestaan – spelen vragen als: ‘Heeft mijn leven nog betekenis, doe ik nog mee in de maatschappij’, of ‘heeft het nog zin om ’s morgens op te staan?’

Al deze vormen kunnen door elkaar bestaan.

MZ: ‘In deze casus is een herkenbare situatie beschreven. Mevrouw rouwt om het verlies van haar man en wij proberen mevrouw op te vrolijken en af te leiden van dit gevoel van gemis en verlies. Terwijl het heel normaal is om huilbuien te hebben en te rouwen als je kort geleden je man bent verloren.’ TB: ‘Afleiding in de vorm van meer sociale activiteiten is waarschijnlijk niet hetgeen waar deze mevrouw nu behoefte aan heeft. Het wegvallen van de partner is een enorme klap. Het zal tijd kosten voor mevrouw weer zin heeft in clubjes en (oppervlakkige) sociale contacten. Een clubje hier en een praatje kunnen het gemis niet vervangen. Kennis van een ‘normaal’ rouwproces en het accepteren van een normale reactie op dit verlies kan zorgverleners - en mevrouw B. zelf - helpen bij het omgaan met haar verdriet.’ MZ: ‘Het is belangrijk om te beoordelen of hier sprake is van een verpleegkundig probleem waarvoor een interventie nodig is, of van een normale reactie op een gebeurtenis waar mevrouw als het ware ‘zelfredzaam’ voor is. Twijfel je daarover, dan kun je er altijd een eenzaamheidsschaal bij pakken (zie kader ‘Praten over eenzaamheid’). TB: ‘Maar in situaties als deze heeft iemand vaak vooral behoefte aan een luisterend oor3 en kan het dus waardevol zijn daar de tijd voor te nemen. Met mevrouw bespreken wat haar bezighoudt en vooral goed luisteren en doorvragen kan al een hoop schelen voor haar.’

Casus 4: na ontslag wacht een eenzame kerst

‘Mevrouw F. (82) heeft geruime tijd bij ons op de geriatrie gelegen vanwege een urosepsis. Vlak voor kerst mag ze naar huis. Fijn zou je denken, maar mevrouw ziet er erg tegenop. Thuis is er niemand die haar kan helpen, haar man is overleden en haar enige kind heeft andere verplichtingen tijdens de feestdagen. Ze vindt het bij ons veel fijner, spreekt ze uit. “Thuis ben ik zo alleen.” Ik heb met haar te doen. Mevrouw F. bij ons houden ‘voor de gezelligheid’ gaat natuurlijk te ver, maar ik houd ook mijn hart vast voor wat er thuis gebeurt. Ze kan zich in principe prima redden, maar hoe fijn zou het zijn als ik vanuit het ziekenhuis kan zorgen voor iemand die tijdens de feestdagen bij mevrouw langsgaat om een praatje te maken? Zijn er meer creatieve tips te bedenken om haar thuiskomst draaglijker te maken?’

Natascha, verpleegkundige geriatrie in een ziekenhuis

Existentiële eenzaamheid is het gemis van een zinvol bestaan

figure b

MZ: ‘Als je je ‘hart vasthoudt’ voor hoe het mevrouw vergaat thuis, is het raadzaam een wijkverpleegkundige in te schakelen voor ontslag, ongeacht de reden van bezorgdheid. Zij weet welke organisaties er zijn die (ook in groepsverband) samenkomsten tijdens feestdagen regelen. Omdat er regionale verschillen zijn, moeten wijkverpleegkundigen de sociale kaart van de gemeente goed kennen. Dat is ook een van de aanbevelingen in de nieuwe richtlijn. Hier is de samenwerking met de gemeente en de (georganiseerde) informele zorg van belang. Zij kennen de mogelijkheden en kunnen een goede match vinden. Ook is het belangrijk kennis te hebben van het werkterrein van de collega’s in de keten. Laat de wijkverpleging weten dat mevrouw alleen woont en opziet tegen een thuiskomst, al weet je de concrete ontslagdatum nog niet. Zij kunnen dan met mevrouw afspraken maken voor nazorg.’

figure 3

‘Zorgverleners willen graag oplossingen bieden, maar vaak is er vooral behoefte aan een luisterend oor

nursing/congressen

WERKEN MET THUISWONENDE KWETSBARE OUDEREN

Tijdens het congres Werken met Thuiswonende Kwetsbare Ouderen op 6 oktober in Ede staat het ouderenperspectief centraal, en de vraag hoe op een menswaardige manier oud te worden. In de praktische lezingen krijg je tips en handvatten over bijvoorbeeld het levenseindegesprek, zorgmijders, preventie in de wijk en depressie bij ouderen. Meer informatie: Nursing.nl/kwetsbare-ouderen