Zorg + Welzijn

, Volume 24, Issue 5, pp 17–17 | Cite as

Instituut voor publieke waarden: Aan de bel trekken

  • Bram Eidhof
Column
  • 32 Downloads

Samenvatting

Juan is 55 jaar. Het gaat niet goed met hem. Juan heeft al een jaar of drie geen vaste baan meer. En dagelijks pijn. Eigenlijk al sinds hij in 1990 een auto-ongeluk kreeg.

Juan is 55 jaar. Het gaat niet goed met hem. Juan heeft al een jaar of drie geen vaste baan meer. En dagelijks pijn. Eigenlijk al sinds hij in 1990 een auto-ongeluk kreeg. Het liefst zou hij weer gaan werken. Dat geeft hem structuur, en trots. Maar dat lukt nu niet. Vooral in het laatste jaar had Juan het zwaar. Hij raakte depressief en wilde zelfs een einde aan zijn leven maken.

Samen met zijn vrouw en hulpverleners probeert hij de boel weer op de rit te krijgen. Het is belangrijk dat hij therapie krijgt, om zijn depressie de baas te worden. Therapie op de reguliere manier – met veel praten – werkt niet, omdat Juan een verstandelijke beperking heeft. Daarom heeft Juan een gespecialiseerde psychiater nodig. En snel, want anders ‘doe ik mezelf of een ander nog iets aan’, aldus Juan.

Eerst klopt zijn hulpverlener aan bij het CIZ. Een IQ van 61 is immers een chronische beperking, dus lijkt een Wlz-indicatie logisch. Maar die komt er niet, want het is niet aantoonbaar dat Juan al voor zijn achttiende een verstandelijke beperking had. Dan is de zorgverzekeraar aan zet, omdat het om psychische klachten gaat. Is het niet een geval van niet-aangeboren hersenletsel?, vraagt de zorgverzekeraar. Dat is opgelopen tijdens het auto-ongeluk? In dat geval zou de Wlz toch mogelijkheden bieden, en hoeft de zorgverzekeraar niet te betalen. Maar ook dat is niet aantoonbaar.

Zo sturen we een man met acute nood en een IQ van 61 een jaar lang van het kastje naar de muur. Terwijl iedere betrokkene vindt dat Juan recht heeft op een behandeling. En terwijl we weten dat de oorsprong van Juans beperking en depressie vrij irrelevant is voor zijn herstel. Of hij nu al voor z’n achttiende een beperking had, of dat het auto-ongeluk hersenschade heeft veroorzaakt – het doet er niet toe. De prognose van Juan gaat er niet anders van uitzien. En zijn behandeling ook niet.

Gekmakend, zo’n casus. Als professional heb je dan twee opties: binnen het systeem een oplossing vinden, zo goed en kwaad als dat gaat. Of aan de bel trekken en laten zien dat het systeem niet werkt. Vaak zijn beide nodig.

In de praktijk zien wij dat aan de bel trekken vaak nog niet gebeurt. Dat is niet zo gek. Want je weet vaak al wat je kan verwachten. ‘Je hebt gelijk, maar zo zijn de regels nu eenmaal.’ Of ‘Ja, het is krom, maar daar kunnen wij niets aan veranderen.’ En het klopt dat het agenderen van zo’n knelpunt heel veel tijd kan kosten. Zonder een garantie op resultaat. Toch zal het systeem nooit veranderen zolang we in stilte ons werk blijven doen. Want dan weten bestuurders en wetgevers niet waar het misgaat, en hoe vaak dat gebeurt.

Maatwerkbudgetten kunnen in zo’n geval uitkomst bieden. Maar die worden nog vaak alleen door gemeenten beheerd. En gebruikt als stopverf, in plaats van als aanleiding om structurele lessen te trekken. Daarom pleiten wij voor uitbreiding van zulke fondsen, met zorgverzekeraars en het ministerie van VWS. Zodat de mogelijkheid om financiering te krijgen voor een casus die tussen wal en schip valt, ook als dat tussen landelijke wetten (Zvw, Wlz) en lokale uitvoering (Wmo, Participatiewet) is. Zo slaan we twee vliegen in één klap. Mensen zoals Juan krijgen sneller waar ze recht op hebben. En we krijgen beter zicht op waar het systeem lek is.

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V. 2018

Authors and Affiliations

  • Bram Eidhof
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations