Pallium

, Volume 19, Issue 4, pp 19–19 | Cite as

Verba volant, scripta manent?

  • Siebe Swart
Praktijk
  • 77 Downloads

Samenvatting

Onlangs overhandigde meneer Van de Vlught (87) mij zijn schriftelijke wilsverklaring met de mededeling: “Als het te erg wordt, mag er wat mij betreft een eind aan komen”.

Onlangs overhandigde meneer Van de Vlught (87) mij zijn schriftelijke wilsverklaring met de mededeling: “Als het te erg wordt, mag er wat mij betreft een eind aan komen”. Hij had de verklaring opgesteld vanwege extreme vermoeidheid (door de kanker), nare herinneringen aan het sterven van zijn echtgenote en angst voor verdere lichamelijke ontluistering. Met zijn huisarts had hij het een maand daarvoor nog eens gehad over euthanasie, maar de vraag om actieve levensbeëindiging speelde niet meer sinds “ik die pillen heb gekregen waardoor ik me niet meer zo verrekte moe voel”. En vervolgens: “Dat het niet meer zo wordt als het was, dat weet ik zo langzamerhand wel, maar ik heb nu weer energie om afscheid te nemen van de mensen en de dingen die me dierbaar zijn … en gelukkig heb ik daar nu ook de tijd nog voor”.

‘Zorg- en behandelrelaties veranderen in de loop van de tijd, net als alle andere relaties tussen mensen’

Het was nog mogelijk om met meneer Van de Vlught over zijn wilsverklaring te praten en op basis daarvan begeleiding, zorg en behandeling vorm te geven. Vroeger voorafgegaan door: anamnese, lichamelijk onderzoek, waar nodig verder onderzoek (lab, foto’s) en diagnose. Tegenwoordig: idem dito, met meer aandacht voor informed consent, shared decision making, advance care planning en vooral… luisteren. Dokters hebben de afgelopen decennia (ja het ging niet vanzelf!) steeds beter geleerd om (even) hun mond te houden voor ze iets zeggen en de informatie die ze daardoor krijgen ‘mee te nemen in hun adviezen en voorstellen voor behandelplannen’.

Recent is er veel te doen over schriftelijke wilsverklaringen en dementie. Begin februari heeft een groep artsen via een grote advertentie in landelijke dagbladen laten weten dat ze niet zullen overgaan tot het doden van wilsonbekwame mensen met wie niet meer over de inhoud van hun wilsverklaring te communiceren is. Volgens de wet is hier geen speld tussen te krijgen, al is het maar omdat één van de zorgvuldigheidscriteria bij euthanasie luidt dat de patiënt en de arts gezamenlijk tot het oordeel moeten komen dat sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Als gezamenlijk tot een oordeel komen niet meer mogelijk is, voldoe je niet meer aan de zorgvuldigheidscriteria voor actieve levensbeëindiging en kan het dus niet meer.

En dan ga ik nu maar niet in op de morele vragen die het oproept als een arts iemand doodt die niet weet of niet meer kan weten wat er precies gebeurt.

Niet geheel onverwacht ontving niet iedereen de advertentie van deze ‘weigerende artsen’ met gejuich. De oud-directeur van de NVVE, Petra de Jong, sprak op televisie over de schande dat artsen hun oordeel durfden te plaatsen boven de schriftelijk vastgelegde wens van hun patiënten. Ook hierop ga ik nu maar niet verder in. Want al dat geroeptoeter over schriftelijke wilsverklaringen gaat voorbij aan het feit dat heel veel ouderen geen wilsverklaring hebben of niet opstellen, ook niet nadat met hen besproken is dat dit zinvol kan zijn (bijvoorbeeld om vast te leggen welke behandelingen je niet meer wenst te ondergaan).

En wat doen dokters dan voor patiënten die geen wilsverklaring hebben? Precies: gewoon hun werk! En dat begint met de vraag: vertel eens? Zorg verlenen is en blijft relationeel werk. Zorgen behandelrelaties veranderen in de loop van de tijd, net als alle andere relaties tussen mensen. Daar veranderen schriftelijke wilsverklaringen niks aan, want binnen relaties geldt uiteindelijk: geschrijf vergaat, blijft het gepraat!

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2017

Authors and Affiliations

  • Siebe Swart
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations