Vakblad Sociaal Werk

, Volume 18, Issue 6, pp 32–32 | Cite as

In memoriam: Geert van der Laan (1946 - 2017)

  • Hans van Ewijk
In memoriam
  • 46 Downloads

Samenvatting

Geert kende ik nog van toen hij bij het NIZW werkte. Het was geen gelukkig huwelijk. Geert was geen man van organisaties en zeker niet om zich te voegen naar wat de organisatie van hem wilde.

Geert

Geert kende ik nog van toen hij bij het NIZW werkte. Het was geen gelukkig huwelijk. Geert was geen man van organisaties en zeker niet om zich te voegen naar wat de organisatie van hem wilde. In die zin was de creatie van de Leerstoel Grondslagen van het Maatschappelijk Werk een uitkomst. Daar kreeg hij de ruimte en waardering om te doen waar hij goed, heel goed, in was. Heel fijnzinnig en genuanceerd naar de praktijk kijken en datgene eruit halen waar het om ging. In een dubbelinterview in Maatwerk (2010) noemde hij dat: ‘Het beeld zat al in het marmer. Ik hoefde alleen maar de overbodige stukken weg te hakken.’ Zo zag hij ook zijn werk om het maatschappelijk werk van een methodiek en een theorie te voorzien, afkomstig uit de praktijk. Leren van gevallen en leren van elkaar: dat zou moeten swingen, ‘maar het swingt niet’, zei hij bij zijn afscheid. Het stelde hem teleur, bijna zoals bijbelse profeten vonden dat het volk hen maar niet wilde begrijpen.

Ik denk – ik heb het hem nooit gevraagd – dat Geert liever een opvolger had gehad die zijn werk zou voortzetten en uitbouwen, die alsnog het veld aan het swingen zou krijgen. Ik voelde me in die zin wat ongemakkelijk toen ik aangesteld werd. Ik doorkruiste misschien zijn plan. Later spraken we nog eens over zijn ambitie om vanuit de praktijk de theorie op te bouwen. Geert wilde niet een middelaar tussen wetenschap en praktijk zijn maar iemand die de praktijk tot wetenschap zou maken. Daarmee maakte hij het zich ook moeilijk. Want, is het niet meer een kwestie van pendelen?, zo vroeg ik hem.

Geert was het boegbeeld van het maatschappelijk werk. In de tijd dat het in zwaar weer verkeerde en veel voormannen en voorvrouwen toekomst zagen in de aansluiting op het medische model en de registratie als medisch gerelateerd beroep, bracht Geert het werk terug waar het hoorde: bij mensen ondersteunen in hun maatschappelijk functioneren, hen helpen op het materiële en immateriële vlak. Hij zocht de legitimatie, in mijn woorden, in het sociale perspectief, niet in het medische of therapeutische.

Geerts denk- en ontwikkelwerk wint weer aan belang. Als Donner, de vice-voorzitter van de Raad van State, zegt dat we in de transformatie van gelijke behandeling naar ‘ieder het zijne geven’ gaan, zijn we terug bij de grondvraag: Hoe doe ik recht aan deze mens in deze situatie? Met gelijk als vervolgvraag, die Donner ook stelt: En hoe voorkomen we willekeur bij unieke gevallen?, of, anders geformuleerd: Hoe kunnen we ons handelen legitimeren zonder te vervallen in gestandaardiseerde, voorgeschreven handelingsmodellen? Donner en Geert – en ik trouwens ook – zouden elkaar goed kunnen vinden door over deze vraag met elkaar in gesprek te gaan en van elkaar te leren.

Geert citeerde graag Bertje Jens die als juriste vond dat het maatschappelijk werk mensen moest helpen tot hun recht te komen. Het was ook de slagzin in het profiel van de maatschappelijk werkers. En het zou heel goed de slagzin kunnen zijn voor het sociaal werk.

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2017

Authors and Affiliations

  • Hans van Ewijk
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations