Zorggebruik en urgentie op de HAP tussen 2013 en 2016

Onderzoek
  • 5 Downloads

Samenvatting

Doel In de beleving van huisartsen nemen de contacten op de huisartsenpost (HAP) toe in aantal en de urgentie. We wilden deze ervaringen onderbouwen met landelijke cijfers en onderzochten patiënten zorgkenmerken van contacten met HAP’s over de jaren 2013-2016.

Methode We voerden een retrospectief crosssectioneel onderzoek uit op routinematig geregistreerde gegevens over de jaren 2013-2016, afkomstig van huisartsendienstenstructuren (HDS-en) die deelnemen aan NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. Voor ieder jaar beschikten we over voldoende volledige gegevens van 21 à 22 HDS-en.

Resultaten Het aantal contacten met de HAP steeg tussen 2013 en 2016 van 238 tot 251 per 1000 inwoners. Het aantal hoogurgente contacten nam toe van 12,6 tot 19,6%. Het aantal consulten steeg sterker dan het aantal telefonische contacten. Jonge kinderen en ouderen waren de groepen voor wie het vaakst contact met de HAP werd gezocht. Het aantal contacten voor kinderen tot en met 17 jaar nam toe, het aantal contacten voor ouderen bleef constant. De meeste contacten betroffen het bewegingsapparaat, de meeste consulten betroffen scheuren snijwonden, acute bovensteluchtweginfecties en gelokaliseerde buikpijn.

Conclusie De landelijke cijfers bevestigen de indruk van huisartsen dat het zorggebruik en het aantal contacten met hoge urgentie op de HAP is toegenomen.

Abstract

Smits M, Jansen T, Verheij R. Number and urgency of calls to out-of-hours GP services, 2013-2016. Huisarts Wet 2018;61(6):DOI:10.1007/s12445-018-0160-x.

Background General practitioners report an increased number and urgency of calls to out-of-hours services. This study investigated national data and the characteristics and nature of calls made to these services over the period 2013–2016.

Method This retrospective, cross-sectional observational study used routinely recorded information for the years 2013–2016 provided by out-of-hours GP services and the Netherlands Institute for Health Services Re-search (NIVEL). Complete data were available from 21–22 out-of-hours GP services for each year.

Results The number of out-of-hours contacts increased from 238/1000 inhabitants in 2013 to 251/1000 inhabitants in 2016. High urgency contracts increased from 12.6% to 19.6%. The number of consultations increased more than the number of telephone contacts. Most contacts were made for young children and older adults. The number of contacts for children up to 17 years of age increased whereas the number of contacts for older individuals was stable. The most contacts were for musculoskeletal problems, and the most consultations were for lacerations and cuts, acute upper airway infections, and localized abdominal pain.

Conclusion National data confirm the impression of GPs that out-of-hours services are handling more, and more urgent, calls.

Literatuur

  1. 1.
    Smid B, Ter Rele H, Boeters S, Draper N, Nibbelink A, Wouterse B. Minder zorg om vergrijzing. Den Haag: Centraal Planbureau, 2014.Google Scholar
  2. 2.
    Van Vught C, Welling G, De Wildt JE. Forse overvraging van huisartsenzorg. Taakverzwaring door concentratie spoedzorg. De Eerstelijns 2014;(juni):13-5.Google Scholar
  3. 3.
    Handreiking voor regionale samenwerkingsafspraken: HAP + acute ouderenzorg. Utrecht: InEen/Actiz, 2016.Google Scholar
  4. 4.
    Smits M, Rutten M, Keizer E, Wensing M, Westert G, Giesen P. The development and performance of after-hours primary care in the Netherlands: a narrative review. Ann Intern Med 2017;166:737-42.Google Scholar
  5. 5.
    Van Oostrom SH, Picavet HS, De Bruin SR, Stirbu I, Korevaar JC, Schellevis FG, et al. Multimorbidity of chronic diseases and health care utilization in general practice. BMC Fam Pract 2014;15:61.Google Scholar
  6. 6.
    Van der Es L, Kruyswijk M. Plan van aanpak ‘grip op triage’ . Utrecht: InEen/NHG/NTS, 2016.Google Scholar
  7. 7.
    Keizer E, Maassen I, Smits M, Giesen P. Verminderen van zorgconsumptie op huisartsenposten. Huisarts Wet 2014;57:510-4.Google Scholar
  8. 8.
    Giesen P, Haandrikman L, Broens S, Schreuder J, Mokkink H. Centrale huisartsenposten: wordt de huisarts er beter van? Huisarts Wet 2000;43:508-10.Google Scholar
  9. 9.
    Van den Berg MJ, De Bakker DH, Kolthof ED. Huisartsenposten en werkbelasting. Objectieve en ervaren werkbelasting door avond-, nacht-en weekenddiensten in waarneemgroepen en huisartsenposten. TSG 2004;82:497-503.Google Scholar
  10. 10.
    Smits M, Keizer E, Huibers L, Giesen P. Ervaringen van huisartsen op de huisartsenpost. Huisarts Wet 2012;55:102-5.Google Scholar
  11. 11.
    Benchmarkbulletin huisartsenposten 2016. Utrecht: InEen, 2017.Google Scholar
  12. 12.
    Smits M, Verheij R. Veranderingen in de urgentie van contacten met de huisartsenpost 2013-2016. Utrecht: NIVEL, 2017.Google Scholar
  13. 13.
    Jansen T, De Hoon S, Hek K, Verheij R. Ontwikkelingen op de huisartsenpost: veranderingen in zorgvraag en gezondheidsproblemen in 2013-2015. Utrecht: NIVEL, 2017.Google Scholar
  14. 14.
    Keizer E. Use of out-of-hours primary care: understanding and influencing patients’ help-seeking [proefschrift]. Nijmegen: Radboud University, 2017.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum is een imprint van Springer Media B.V., onderdeel van Springer Nature 2018

Authors and Affiliations

  1. 1.Postdoc onderzoekerNivel, Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorgUtrechtNederland
  2. 2.OnderzoekerNivel, Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorgUtrechtNederland
  3. 3.Programmaleider Zorgdata & het Lerend ZorgsysteemNivel, Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorgUtrechtNederland

Personalised recommendations