Advertisement

Huisarts en wetenschap

, Volume 61, Issue 5, pp 20–25 | Cite as

Herkennen van bacteriële lageluchtweginfecties

  • Jolien Teepe
Onderzoek
  • 46 Downloads

Samenvatting

Inleiding Voor het indiceren van antimicrobiële behandeling kan het in sommige gevallen relevant zijn om bacteriële van virale infecties te kunnen onderscheiden. Op dit moment is nog niet bekend in welke mate gemakkelijk toegankelijke klinische gegevens een bacteriële infectie voorspellen. Wij onderzochten de diagnostische waarde van anamnese, lichamelijk onderzoek, C-reactief proteïne (CRP) en procalcitonine voor bacteriële lageluchtweginfecties.

Methode In dit crosssectionele observationele onderzoek includeerden we volwassen patiënten die de huisarts bezochten vanwege acute hoest (≤ 28 dagen). Alle patiënten ondergingen een gestructureerde anamnese en lichamelijk onderzoek, de huisartsen maten CRP en procalcitonine in veneus bloed, en lieten een thoraxfoto maken. De diagnose van een bacteriële infectie vond plaats aan de hand van een kweek, een polymerasekettingreactie en serologie. De definitie van een positief resultaat was de aanwezigheid van Streptococcus pneumoniae, Haemophilus influenzae, Mycoplasma pneumoniae, Bordetella pertussis of Legionella pneumophila.

Resultaten Bij 539 patiënten was er sprake van een bacteriële lageluchtweginfectie (17%) en 38 patiënten (1%) hadden een bacteriële pneumonie. Het enige item met diagnostische waarde was gekleurd sputum (oppervlakte onder de receiver operating characteristic curve (ROC-oppervlakte) 0,56, 95%-betrouwbaarheidsinterval (BI) 0,54 tot 0,59). Na toevoeging van CRP nam de ROC-oppervlakte toe tot 0,62 (95%-BI 0,59 tot 0,65). Voor bacteriële pneumonie hadden comorbiditeit, koorts en crepiteren bij auscultatie diagnostische waarde (ROC-oppervlakte 0,68, 95%-BI 0,58 tot 0,77). Toevoegen van CRP vergrootte de ROC-oppervlakte tot 0,79 (95%-BI 0,71 tot 0,87). Procalcitonine had geen toegevoegde diagnostische waarde.

Conclusie Anamnese, lichamelijk onderzoek en CRP hebben diagnostische waarde voor een bacteriële oorzaak bij volwassenen die met een acute lageluchtweginfectie op het spreekuur komen. Het vermogen van deze diagnostische indicatoren om een bacteriële oorzaak uit te sluiten was echter zeer beperkt.

Literatuur

  1. 1.
    Macfarlane JT, Colville A, Guion A, Macfarlane RM, Rose DH. Prospective study of aetiology and outcome of adult lower-respiratory-tract infections in the community. Lancet 1993;341:511-4.Google Scholar
  2. 2.
    Hak E, Rovers MM, Kuyvenhoven MM, Schellevis FG, Verheij TJ. Incidence of GP-diagnosed respiratory tract infections according to age, gender and high-risk co-morbidity: the Second Dutch National Survey of General Practice. Fam Pract 2006;23:291-4.Google Scholar
  3. 3.
    Macfarlane J, Holmes W, Gard P, Macfarlane R, Rose D, Weston V, et al. Prospective study of the incidence, aetiology and outcome of adult lower respiratory tract illness in the community. Thorax 2001;56:109-14.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum is een imprint van Springer Media B.V., onderdeel van Springer Nature 2018

Authors and Affiliations

  1. 1.Huisarts-in-opleidingJulius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde, UMC UtrechtUtrechtNederland

Personalised recommendations