Advertisement

Huisarts en wetenschap

, Volume 59, Issue 6, pp 242–247 | Cite as

De NCSI-methode: maatwerk voor COPD-zorg

  • Erik BischoffEmail author
  • Jan Vercoulen
  • Laura Elbers
  • Robbert Behr
  • Tjard Schermer
Onderzoek

Samenvatting

Samenvatting

Bischoff EWMA, Vercoulen J, Elbers L, Behr RA, Schermer TRJ. De NCSI-methode: maatwerk voor COPD-zorg. Huisarts Wet 2016;59(6):242-7.

Achtergrond

De integrale gezondheidstoestand (‘ziektelast’) vervangt de FEV1 als voornaamste criterium voor de ernst van COPD en bepaalt de zorg die de patiënt zou moeten ontvangen. In ziekenhuizen wordt al enige jaren de NCSI-methode (Nijmegen Clinical Screening Instrument) gebruikt om de integrale gezondheidstoestand uitgebreid in kaart te brengen, maar in de huisartsenpraktijk is deze methode nog niet bekend. Wij onderzochten of de NCSI-methode ook bruikbaar is in de eerstelijns COPD-ketenzorg.

Methode

In vijf huisartsenpraktijken trainden wij praktijkondersteuners en implementeerden wij de NCSI-methode. Wij bepaalden de integrale gezondheidstoestand van de deelnemende COPD-patiënten met behulp van het NCSI, een internetvragenlijst. Ook gingen we na, op basis van logboeken en digitale registratie, of de methode uitvoerbaar was binnen de kaders van de COPD-ketenzorg. Tot slot onderzochten we in focusgroepinterviews hoe de deelnemen de patiënten en praktijkondersteuners de NCSI-methode waardeerden.

Resultaten

In de vijf praktijken namen bij elkaar 180 patiënten deel aan het COPD-ketenzorgprogramma. Van hen vulden er 134 (74%) het NCSI in, overwegend thuis op de computer. Naar het oordeel van de praktijkondersteuners had 81% van de deelnemers een lichte ziektelast. Gemeten met het NCSI ondervond echter ruim de helft ernstige problemen in drie of meer domeinen van de integrale gezondheid. Onze interventie bleek goed inpasbaar in de COPD-ketenzorg en zowel patiënten als praktijkondersteuners vonden de methode waardevol voor het bieden van zorg op maat. Alle geïnterviewden wilden de methode na afloop van het onderzoek blijven gebruiken.

Conclusie

COPD-patiënten in de eerste lijn hebben vaker ernstige gezondheidsproblemen dan men zou verwachten op grond van louter FEV1-metingen. Er is behoefte aan gedetailleerdere inkaarting van de gezondheidstoestand van deze patiënten; het NCSI biedt een goed toepasbare mogelijkheid.

Abstract

Abstract

Bischoff EWMA, Vercoulen J, Elbers L, Behr RA, Schermer TRJ. The NCSI-method: COPDmanagement made to measure. Huisarts Wet 2016;59(6):242-7.

Background

Integral health status is replacing forced expiratory volume in 1 second (FEV1) as main indicator of the severity of chronic obstructive pulmonary disease (COPD). A method using the Nijmegen Clinical Screening Instrument (NCSI), an Internet questionnaire, has long been used in hospitals to obtain detailed information about the integral health status of patients, but it has not yet been used in primary care. The aim of this study was to assess whether the NCSI method can also be used in general practice.

Method

The practice nurses of five general practices were trained in the use of the NCSI method, which was then implemented to evaluate the integral health status of patients with COPD. Instrument feasibility was evaluated by means of logbooks and digital registration; focus group meetings were held to assess the experiences of patients and practice nurses.

Results

Of the 180 patients who received COPD care, 134 (74%) completed the NCSI, mostly by computer at home. According to the practice nurses, 81% of the patients had only mild impairment, whereas the NCSI scores indicated that more than half of the patients had severe problems in three or more of the eight NCSI subdomains. Use of the NCSI was feasible within the structure of the COPD care programme, and both patients and practice nurses found the instrument valuable. All participants would like to continue using the NCSI.

Conclusions

Patients seen in primary care often have more serious health problems than can be expected on the basis of FEV1 measurements. There is a need for detailed information about the health status of these patients, and the NCSI would seem to be an appropriate instrument for obtaining this information.

Literatuur

  1. 1.
    Ferrer M, Alonso J, Morera J, Marrades RM, Khalaf A, Aguar MC, et al. Chronic obstructive pulmonary disease stage and health-related quality of life: The Quality of Life of Chronic Obstructive Pulmonary Disease Study Group. Ann Intern Med 1997;127:1072–9.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  2. 2.
    Long Alliantie Nederland. Zorgstandaard COPD. Amersfoort: LAN, 2013.Google Scholar
  3. 3.
    Snoeck-Stroband JB, Schermer TRJ, Van Schayck CP, Muris JW, Van der Molen T, In ’t Veen JCCM, et al. NHG-Standaard COPD. www.nhg.org.
  4. 4.
    Pommer AM, Pouwer F, Denollet J, Meijer JW, Pop VJ. Patient-reported outcomes in primary care patiënts with COPD: psychometric properties and usefulness of the Clinical COPD Questionnaire (CCQ): A cross-sectional study. NPJ Prim Care Respir Med 2014:24:14027.Google Scholar
  5. 5.
    Vercoulen JH, Donders AR, Peters JB. Measurable aspects of health status in clinical practice. ERJ Monograph 2015;69:256–68.Google Scholar
  6. 6.
    Peters JB, Daudey L, Heijdra YF, Molema J, Dekhuijzen PN, Vercoulen JH. Development of a battery of instruments for detailed measurement of health status in patiënts with COPD in routine care: the Nijmegen Clinical Screening Instrument. Qual Life Res 2009;18:901–12.CrossRefPubMedPubMedCentralGoogle Scholar
  7. 7.
    Vercoulen JH, Bischoff EW, Heijdra YF. Werken met de Zorgstandaard COPD: Het ‘Nijmegen Clinical Screening Instrument’ als hulpmiddel. Ned Tijdschr Geneeskd 2012;156:A4919.PubMedGoogle Scholar
  8. 8.
    Vercoulen JH. A simple method to enable patient-tailored treatment and to motivate the patient to change behaviour. Chron Respir Dis 2012;9:259–68.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  9. 9.
    Vercoulen JH, Daudey L, Molema J, Vos PJ, Peters JB, Top M, et al. An integral assessment framework of health status in chronic obstructive pulmonary disease (COPD). Int J Behav Med 2008;15:263–79.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  10. 10.
    Boer LM, Daudey L, Peters JB, Molema J, Prins JB, Vercoulen JH. Assessing the stages of the grieving process in chronic obstructive pulmonary disease (COPD): Validation of the Acceptance of Disease and Impairments Questionnaire (ADIQ). Int J Behav Med 2014;21:561–70.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  11. 11.
    Tabel diagnostische bepalingen versie 24 [internet]. Utrecht: NHG, 2015. https://aut.nhg.org/labcodeviewer, geraadpleegd december 2015.
  12. 12.
    Wester F. Analyse van kwalitatief onderzoeksmateriaal. Huisarts Wet 2004;12:565–70.Google Scholar
  13. 13.
    Hoogendoorn M, Feenstra TL, Schermer TR, Hesselink AE, Rutten-van Mölken MP. Severity distribution of chronic obstructive pulmonary disease (COPD) in Dutch general practice. Respir Med 2006;100:83–6.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  14. 14.
    Slok AH, In ’t Veen JC, Chavannes NH, Van der Molen T, Rutten-van Mölken MP, Kerstjens HA, et al. Development of the Assessment of Burden of COPD tool: An integrated tool to measure the burden of COPD. NPJ Prim Care Respir Med. 2014;24:14021.Google Scholar
  15. 15.
    Akkermans M. Internetgebruik ouderen fors toegenomen [internet]. Voorburg: CBS.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2016

Authors and Affiliations

  • Erik Bischoff
    • 1
    • 2
    Email author
  • Jan Vercoulen
    • 1
  • Laura Elbers
    • 1
    • 3
  • Robbert Behr
    • 1
  • Tjard Schermer
    • 1
    • 4
  1. 1.Afdeling EerstelijnsgeneeskundeRadboudumcNijmegenThe Netherlands
  2. 2.Universitair Gezondheidscentrum HeyendaelNijmegenThe Netherlands
  3. 3.Organisatie voor Chronische EerstelijnszorgNijmegenThe Netherlands
  4. 4.Afdeling Medische Psychologie en afdeling LongziektenRadboudumcNijmegenThe Netherlands

Personalised recommendations