Skip to main content

Neonatale reanimatievaardigheden van arts-assistenten kindergeneeskunde

An Erratum to this article was published on 01 February 2008

Samenvatting

Doel. Evaluatie van neonatale reanimatievaardigheden van artsassistenten kindergeneeskunde in een algemeen opleidingsziekenhuis.

Opzet. Observationele studie.

Methode. Veertien arts-assistenten kindergeneeskunde voerden een volledige neonatale reanimatie uit op een reanimatiepop, waarvan video-opnames gemaakt werden. De videobanden werden geanalyseerd met behulp van een scoringssysteem dat gebaseerd is op internationale richtlijnen voor neonatale reanimatie. Gegevens over reeds gevolgd onderwijs in neonatale reanimatie en het aantal maanden werkervaring binnen de kindergeneeskunde werden verzameld.

Resultaten. De gemiddelde behaalde totaalscore voor het uitvoeren van de proefreanimatie was 66% (SD 16%). Een significante correlatie tussen het aantal maanden werkervaring binnen de kindergeneeskunde en totaalscore werd niet aangetoond. Slechts 29% had ooit onderwijs gevolgd in neonatale reanimatie waarbij er geoefend werd op een reanimatiepop. Belangrijke afwijkingen van de internationale richtlijnen werden gezien, zoals het zodanig positioneren van het hoofd dat dit leidde tot luchtwegobstructie, het niet in staat zijn om vlot een kind adequaat te beademen door onervarenheid in het hanteren van de beademingsballon en het geven van adrenaline voor het starten met thoraxcompressies.

Conclusie. Arts-assistenten kindergeneeskunde beheersen in een proefsituatie essentiële neonatale reanimatievaardigheden onvoldoende. Betere scholing van hen die betrokken zijn bij neonatale reanimatie lijkt nodig.

Summary

Objective. Evaluation of neonatal resuscitation skills of paediatric residents in a district general hospital.

Design. Observational study.

Methods. Fourteen paediatric residents performed a full neonatal resuscitation on a manikin, which was recorded by a video camera. The videotapes were analysed using a scoring instrument based on international guidelines for neonatal resuscitation. Data on received training in neonatal resuscitation and paediatric work experience were gathered.

Results. The mean total score on performing the resuscitation was 66% (SD 16%). No significant correlation could be demonstrated between months of paediatric work experience and performance. Only 29% of the residents had ever received training in neonatal resuscitation which included practice with manikins. Major deviations from the international guidelines were seen, such as placing the head in a position which caused airway obstruction, having difficulty ventilating the infant adequately because of inexperience in handling the ventilation bag and administering adrenalin before starting with chest compressions.

Conclusion. Paediatric residents inadequately master essential neonatal resuscitation skills in a training setting. Improved education of those involved in neonatal resuscitation seems necessary.

This is a preview of subscription content, access via your institution.

Literatuur

  1. Lawn JE, Cousens S, Zupan J. 4 million neonatal deaths: When? Where? Why? Lancet. 2005;365: 891-900.

  2. Niermeyer S, Kattwinkel J, Van Reempts P, et al. International Guidelines for Neonatal Resuscitation: An excerpt from the Guidelines 2000 for Cardiopulmonary Resuscitation and Emergency Cardiovascular Care: International Consensus on Science. Pediatrics. 2000;106:E29.

    Google Scholar 

  3. NVK. Richtlijn Reanimatie van pasgeborenen. 2004. www.nvk.pedianet.nl.

  4. International Liaison Committee on Resuscitation. 2005 International Consensus on Cardiopulmonary Resuscitation and Emergency Car-diovascular Care Science with Treatment Recommendations. Part 7: Neonatal resuscitation. Resuscitation. 2005;67:293-303.

    Google Scholar 

  5. Ryan CA, Clark LM, Malone A, Ahmed S. The effect of a structured neonatal resuscitation program on delivery room practices. Neonatal Netw. 1999;18:25-30.

    Google Scholar 

  6. Carbine DN, Finer NN, Knodel E, Rich W. Video recording as a means of evaluating neonatal resuscitation performance. Pediatrics. 2000;106: 654-8.

    Google Scholar 

  7. Mitchell A, Niday P, Boulton J, et al. A prospective clinical audit of neonatal resuscitation practices in Canada. Adv Neonatal Care. 2002;2:316-26.

    Google Scholar 

  8. Kroll L, Twohey L, Daubeney PE, et al. Risk factors at delivery and the need for skilled resuscitation. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol. 1994;55:175-7.

    Google Scholar 

  9. Heide PA van der, Toledo-Eppinga L van, Heide M van der, Lee JH van der. Assessment of neonatal resuscitation skills: a reliable and valid scoring system. Resuscitation. 2006;71:212-21.

    Google Scholar 

  10. Rangaraj S, Rangaraj J, Scholler I, Buss P. A survey of neonatal resuscitation training provided to general professional trainees at neonatal units in England and Wales. Arch Dis Child Fetal Neonatal Ed. 2001;85:F225.

    Google Scholar 

  11. Singhal N, McMillan DD, Yee WH, et al. Evaluation of the effectiveness of the standardized neonatal resuscitation program. J Perinatol. 2001;21:388-92.

    Google Scholar 

  12. Halbower AC, Douglas Jones M. Physiologic reflexes and their impact on resuscitation of the newborn. Clin Perinatol. 1999;26:621-7.

    Google Scholar 

  13. Finer NN, Rich W, Craft A, Henderson C. Comparison of methods of bag and mask ventilation for neonatal resuscitation. Resuscitation. 2001;49:299-305.

    Google Scholar 

  14. Kanter RK. Evaluation of mask-bag ventilation in resuscitation of infants. Am J Dis Child. 1987;141:761-3.

    Google Scholar 

  15. Gemke RJBJ, Weeteling B, Elburg RM van. Resuscitation competencies in pediatric specialist registrars. Postgrad Med J. 2007;83:265-7.

    Google Scholar 

Download references

Author information

Affiliations

Authors

Corresponding author

Correspondence to P. A. van der Heide.

Additional information

Mw. P.A. van der Heide, kinderarts-neonatoloog (thans: Paediatric Department, Raigmore Hospital, Inverness, Groot-Brittannië), dhr. dr. R.A. van Lingen, kinderarts-neonatoloog, dhr. dr. H. Molendijk, kinderarts-neonatoloog, Amalia kinderafdeling, afdeling Neonatologie, Isala klinieken, Zwolle. Mw. dr. L. van Toledo-Eppinga, kinderarts-neonatoloog, afdeling Neonatologie, Emma Kinderziekenhuis, AMC, Amsterdam.

Correspondentieadres: Mw. P.A. van der Heide, consultant paediatrician, Paediatric Department, Raigmore Hospital, Old Perth Road, Inverness IV2?3UJ, UK

An erratum to this article is available at http://dx.doi.org/10.1007/BF03078176.

Rights and permissions

Reprints and Permissions

About this article

Cite this article

van der Heide, P.A., van Lingen, R.A., van Toledo-Eppinga, L. et al. Neonatale reanimatievaardigheden van arts-assistenten kindergeneeskunde. KIND 76, 224–228 (2008). https://doi.org/10.1007/BF03078208

Download citation