Springer Nature is making SARS-CoV-2 and COVID-19 research free. View research | View latest news | Sign up for updates

Het succes van XTC in de danscultuur verklaard

Een ‘Lifetime Achievement Award’ voor XTC!

  • 581 Accesses

Samenvatting

XTC heeft zich begin jaren negentig van de vorige eeuw binnen de danscultuur in een mum van tijd opgewerkt tot een zeer succesvol recreatief roesmiddel. Peter Decuypere, filosoof, marketingdeskundige en zélf promotor van megadance-events, en Tom Decorte, drugonderzoeker aan de Universiteit Gent, analyseren vanuit een marketingmodel het succes van het commerciële product XTC. Aan de hand van het model van de 4 P’s (prijs, product, plaats, promotie) argumenteren zij (niet zonder enig cynisme) dat XTC, bekeken vanuit een marketingperspectief, een ‘geniaal’ en zeer gebruiksvriendelijk product is, dat in vergelijking met andere (illegale) roesmiddelen veel meer succes en dus ook veel meer invloed heeft gehad op de hedendaagse danscultuur.

This is a preview of subscription content, log in to check access.

Figuur 1
Figuur 2

Notes

  1. 1.

    Volgens het ‘diffusion-of-innovations’-model van Rogers (2003) zijn de ‘innovators’ de eerste 2,5 procent van de individuen in een systeem die een innoverend idee oppakken, en de ‘early adopters’ de volgende 13,5 procent van de individuen die de innovatie accepteren. Daarna volgen de ‘vroege meerderheid’ (34%), de ‘late meerderheid’ (34%) en de ‘achterblijvers’ (16%).

  2. 2.

    Het spreekt voor zich dat er voor die erotisering, net als voor de overige veranderingen binnen de danscultuur, ook andere maatschappelijke oorzaken kunnen worden geduid. Het is geenszins de bedoeling om het gebruik van XTC als oorzaak van deze evoluties te brandmerken.

Literatuur

  1. Adelaars, A. (1991). Ecstasy: de opkomst van een bewustzijnsveranderend middel. Amsterdam: In de Knipscheer.

  2. Beck, J. & Rosenbaum, M. (1994). Pursuit of Ecstasy: The MDMA Experience. New York: State University of New York Press.

  3. Boer, R. (2004). Brand Design. Benelux: Pearson Prentice Hall.

  4. Decorte, T. (2005). Ecstasy in Vlaanderen. Een multidisciplinaire kijk op synthetische drugs. Leuven: Acco.

  5. Win, M. de, Jager, G., Vervaeke, H., Schilt, T., Reneman, L., Booij, J., Verhulst, F., De Heeten, G., Ramsey, N., Korf, D. & Brink, W. van den (2005). The Netherlands XTC toxicity (NeXT) study: objectives and methods of a study investigating causality, course, and clinical relevance. International Journal of Methods in Psychiatric Research, 14, 167-185.

  6. Win, M. de, Schilt, T., Reneman, L., Vervaeke, H., Jager, G., Dijkink, S., Booij, J. & Brink, W. van den (2006). Ecstasy use and self-reported depression, impulsivity, and sensation seeking: a prospective cohort study. J. Psychopharmacol, 20, 226-235.

  7. Kinable, H. (2004). Bevraging van Vlaamse leerlingen in het kader van een Drugbeleid op school. Syntheserapport schooljaar 2003-2004. Brussel: Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen.

  8. Kotler, P. (2003). Principes van Marketing. Amsterdam: Pearson.

  9. McCann, U.D. & Ricaurte, G.A. (2001). Caveat emptor: editors beware. Neuropsychopharmacology, 24: 333-336.

  10. Pennings, E.J.M., Eilering, J.B.G. & Wolf, F.A. de (2004). Langetermijneffecten van XTC. Leiden: Leids Universitair Medisch Centrum.

  11. Rogers, E.M. (2003). Diffusion of Innovations. New York: Free Press.

  12. Reneman, L., Habraken, J.B., Majoie, C.B., Booij, J. & Heeten, G.J. den (2000). MDMA (‘ecstasy’) and its association with cerebrovascular accidents: preliminary findings. Am. J. Neuroradiol, 21: 1001-1007.

  13. Reneman, L., Win, M. de, Brink, W. van den, Booij, J. & Heeten, G. den (2006). Neuroimaging findings with MDMA/ecstasy: technical aspects, conceptual issues and future prospects. J. Psychopharmacol, 20, 164-175.

  14. Sleiman, S. (Ed.) (2004). Belgian national report on drugs 2004. Brussel: Unit of Epidemiology/Drugs Programme, Scientific Institute of Public Health.

  15. Sleiman, S. (Ed.) (2005). Belgian national report on drugs 2005. Brussel: Unit of Epidemiology/Drugs Programme, Scientific Institute of Public Health.

  16. Ter Bogt, T., Engels, R., Hibbel, B., Wel, F. van & Verhagen, S. (2002), ‘Dancestasy’: dance and MDMA use in Dutch youth culture. Contemporary Drug Problems, 29, 157-181.

  17. Wijngaart, G. van den, Braam, R., Bruin, D. de, Fris, M., Maalsté, N. & Verbraeck, H. (1997). Ecstasy in het uitgaanscircuit. Utrecht: Centrum voor Verslavingsonderzoek.

  18. Van Havere, T. (2005). Onderzoek naar trends qua druggebruik in het uitgangsleven. In Decorte, T. (Red.) Ecstasy in Vlaanderen. Een multidisciplinaire kijk op synthetische drugs (pp. 79-90). Leuven: Acco.

  19. Websites: http://www.yrf.fi/bav.pdf over Brand Asset Valutor; www.manumission.com; www.dancevalley.com.

Download references

Author information

Correspondence to Drs. Peter Decuypere.

Additional information

Drs. P. Decuypere is marketingdeskundige en filosoof. Hij was gedurende 20 jaar actief in het dance-milieu als discotheekeigenaar en promotor van trendy dansevenementen in België. Momenteel is hij freelance creatief marketingconsulent.

Prof.dr. T. Decorte is docent Criminologie en directeur van het Instituut voor Sociaal Drugsonderzoek (ISD) aan de Universiteit Gent (Faculteit Rechtsgeleerdheid).

Rights and permissions

Reprints and Permissions

About this article

Cite this article

Decuypere, P., Decorte, T. Het succes van XTC in de danscultuur verklaard. TVER 2, 47–54 (2006). https://doi.org/10.1007/BF03075352

Download citation