Zinloos geweld en reacties op onrechtvaardigheid: de bescherming van een rechtvaardige wereld?

Samenvatting

Lerners rechtvaardige-wereldtheorie (rwt; 1980) veronderstelt dat mensen sterk geneigd zijn hun beeld van een rechtvaardige wereld te beschermen tegen bedreiging, die bijvoorbeeld opgeroepen kan worden wanneer onschuldige slachtoffers getroffen worden door een gewelddadig en willekeurig lot. Door toepassing van cognitieve, attributionele vertekeningen – de geweldslachtoffers hebben gekregen wat ze verdienden (‘deservingness’ of ‘verdiendheid’) – wordt dan op een nogal cynische, defensieve manier getracht het beeld van een rechtvaardige wereld in stand te houden (de rw-beschermingshypothese). De resultaten van studie 1 en 2 tonen aan dat dergelijke beschermingsprocessen een rol vervullen in de benoeming van geweld als zinvol en verdiend. Aanvullende resultaten duiden er verder op dat empathische persoonsidentificatie in gevallen van extreem geweld kan leiden tot een distantiëring van het slachtoffer, terwijl dezelfde extreemheid kan leiden tot een sterkere positie-identificatie met het slachtoffer. Kennelijk beseffen de onderzochten dan sterker dat eenzelfde willekeurig lot hen ook had kunnen treffen. Studie 3 toont aan dat een sterkere empathische persoonsidentificatie samenhangt met sterkere rw-overtuigingen, maar alleen onder deelnemers aan ‘stille tochten’ tegen zinloos geweld. Dit soort initiatieven vormen mogelijk een alternatieve manier ter bescherming van een rechtvaardig wereldbeeld.

This is a preview of subscription content, log in to check access.

Figuur 1
Figuur 2

Notes

  1. 1.

    Volgens onze definitie van zinloos geweld past de moord op Theo van Gogh daar niet in, omdat de dader de cineast bewust als slachtoffer heeft uitgekozen vanuit politiek-religieuze overwegingen. Theo van Gogh was daarom niet het slachtoffer van ‘willekeurige’ agressie.

  2. 2.

    De twee items van de Lipkus-schaal die werden vervangen waren: ‘Ik heb het gevoel dat ik in het leven krijg wat ik verdien’ (item 5 in de oorspronkelijke schaal) en ‘Ik heb het gevoel dat beloningen en straffen op een eerlijke manier gegeven worden’ (item 6). Pilot-onderzoek toonde aan dat de items erg lage communaliteiten hadden in een principale componentenanalyse, en dat de antwoorden van de respondenten op deze items vrijwel geen variantie opleverden. Volgens sommige respondenten kwam dit doordat de formulering van deze items te globaal was.

  3. 3.

    Voor de Nederlandse steekproef werden boxplots uitgevoerd op de afhankelijke variabelen, waaruit naar voren kwam dat vijf respondenten uitschieters hadden op de beoordelingen van verdiendheid (= 4). De resultaten van deze respondenten werden niet meegenomen in de analyse. Deze uitschieters kwamen door de manier waarop deze respondenten de vragen beantwoordden, namelijk door op bijna elk item van de lijst een neutraal antwoord (= 4) te geven.

  4. 4.

    We voerden een pilotstudie uit onder een andere studentensteekproef (N =13) om na te gaan of de vignetten, die in de huidige studie zijn gebruikt, een voldoende onderscheidend vermogen hadden. We verzochten de respondenten de drie vignetten te rangordenen in termen van de waargenomen ernst van de fysieke gevolgen voor het slachtoffer. Uit de toegepaste Friedmantest kwam naar voren dat het vignet met de extreme gevolgen de hoogste gemiddelde rangorde had (m-rangorde = 1,00), gevolgd door het vignet met de matige gevolgen (m-rangorde = 2,08). De laagste gemiddelde rangorde was voor het vignet met de milde gevolgen (m-rangorde = 2,98), X 2 (2) = 24,15, p < 0,001.

Literatuur

  1. Aiken, L.S., & West, S.G. (1991). Multiple regression: Testing and interpreting interactions. Thousand Oaks: Sage.

    Google Scholar 

  2. Batson, C.D. (1991). The altruism question: Toward a social-psychological answer. Hillsdale, nj: Lawrence Erlbaum.

    Google Scholar 

  3. Brink, G. van den (2001). Defiant violence. Utrecht: nizw. (Vert. Geweld als uitdaging: de betekenis van agressief gedrag bij jongeren.)

    Google Scholar 

  4. Connors, J., & Heaven, P.C.L. (1987). Authoritarianism and just world beliefs. Journal of Social Psychology, 127, 345-346.

    Article  Google Scholar 

  5. Egelkamp, M. (2002). Inflation von Gewalt? Strafrechtliche und kriminologische Analysen von Qualifikationsentscheidungen in den Niederlanden und Deutschland (dissertatie). Groningen: RUG.

    Google Scholar 

  6. Eisenberg, N., Fabes, R.A., Murphy, B., Karbon, M., Maszk, P., Smith, M., O'Boyle, C., & Suh, K. (1994). The relations of emotionality and regulation to dispositional and situational empathy-related responding. Journal of Personality and Social Psychology, 66, 776-797.

    Article  CAS  PubMed  Google Scholar 

  7. Festinger, L. (1957). A theory of cognitive dissonance. Stanford, ca: Stanford University Press.

    Google Scholar 

  8. Finamore, F., & Carlson, J.M. (1987). Religiosity, belief in a just world and crime control attitudes. Psychological Reports, 61, 135-138.

    Article  Google Scholar 

  9. Furnham, A. (2003). Belief in a just world: research progress over the past decade. Personality and Individual Differences, 34, 795-817.

    Article  Google Scholar 

  10. Guglielmi, R.G. (1999). Psychophysiological assessment of prejudice: Past research, current status, and future directions. Personality and Social Psychology Review, 3, 123-157.

    Article  CAS  PubMed  Google Scholar 

  11. Hafer, C.L. (2000). Do innocent victims threaten the belief in a just world? Evidence from a modified Stroop task. Journal of Personality and Social Psychology, 79, 165-173.

    Article  CAS  PubMed  Google Scholar 

  12. Hafer, C.L., & Bègue, L. (2005). Experimental research on just world theory: Problems, developments, and future challenges. Psychological Bulletin, 131, 128-167.

    Article  PubMed  Google Scholar 

  13. Hafer, C.L., & Olson, J.M. (1998). Individual differences in the belief in a just world and responses to personal misfortune. In L. Montada & M.J. Lerner (Eds.), Responses to victimizations and belief in a just world (pp. 65-86). New York: Plenum Press.

    Google Scholar 

  14. Hoffman, M.L. (2000). Empathy and moral development: Implications for caring and justice. Cambridge: Cambridge University Press.

    Google Scholar 

  15. Lerner, M.J. (1980). The belief in a just world. A fundamental delusion. New York: Plenum Press.

    Google Scholar 

  16. Lerner, M.J., & Goldberg, J.H. (1999). When do decent people blame victims? The differing effects of the explicit/rational and implicit/experiential cognitive systems. In S. Chaiken & T. Trope (Eds.), Dual process theories in social psychology (pp. 627-640). New York: Guilford Press.

    Google Scholar 

  17. Lerner, M.J., & Montada, L. (1998) An overview: Advances in belief in a just world theory and methods. In L. Montada & M.J. Lerner (Eds.), Responses to victimizations and belief in a just world (pp. 1-7). New York: Plenum Press.

    Google Scholar 

  18. Lerner, M.J., Miller, D.T., & Holmes, J.G. (1976). Deserving and the emergence of forms of justice. In L. Berkowitz & E. Walster (Eds.), Advances in experimental social psychology, Vol. 9 (pp. 133-162). New York: Academic Press.

    Google Scholar 

  19. Lipkus, I. (1991). The construction and preliminary validation of a global belief in a just world scale and the exploratory analysis of the multidimensional belief in a just world scale. Personality and Individual Differences, 12, 1171-1178.

    Article  Google Scholar 

  20. Lodewijkx, H.F.M. (2005). The relations between deservingness, personal distress, person and position identification in situations of senseless violence (ongepubliceerd rapport). Heerlen: Open Universiteit, Faculteit Psychologie.

    Google Scholar 

  21. Lodewijkx, H.F.M., Wildschut, T., Nijstad, B.A., Savenije, W., & Smit, M. (2001). In a violent world a just world makes sense: The case of ‘senseless violence’ in the Netherlands. Social Justice Research, 14, 79-94.

    Article  Google Scholar 

  22. Lodewijkx. H.F.M., Kwaadsteniet, E.W. de, & Nijstad, B.A. (2004a). That could be me, or not? Senseless violence and the role of deservingness, victim ethnicity, person and position identification. Journal of Applied Social Psychology.

  23. Lodewijkx. H.F.M., Montree, F., Mutsaerts, S., & Zomeren, M. van (2004b). Fate, suffering and deservingness: Senseless violence and the role of person and position identification and victim ethnicity (ongepubliceerd rapport). Heerlen: OU, Faculteit Psychologie.

    Google Scholar 

  24. Lodewijkx. H.F.M., Kwaadsteniet, E.W. de, & Zomeren, M. van (2005). Threats to a just world in the face of senseless violence: Effects of the belief in a just world, severity of consequences, and retribution on victim deservingness, empathy and fate similarity (ongepubliceerd rapport). Heerlen: OU, Faculteit Psychologie.

    Google Scholar 

  25. Maas, M., & Bos, K. van den (2004). Wanneer rechtvaardigheid belangrijk is. In D. Wigboldus, M. Dechesne, E. Gordijn & E. Kluwer (Eds.), Jaarboek sociale psychologie, 2003 (pp. 237-244). Amsterdam: aspo Press.

    Google Scholar 

  26. Montada, L., & Lerner, M.J. (Eds.). (1998). Responses to victimizations and belief in a just world. New York: Plenum Press.

    Google Scholar 

  27. Rubin, Z., & Peplau L.A. (1975). Who believes in a just world? Journal of Social Issues, 31, 65-89.

    Article  Google Scholar 

  28. Rucker, D.D., Polifroni, M., Tetlock, P.E., & Scott, A.L. (2004). On the assignment of punishment: The impact of general-societal threat and the moderating role of severity. Personality and Social Psychology Bulletin, 30, 673-684.

    Article  PubMed  Google Scholar 

  29. Skitka, L.J. , Bauman, C.W., & Mullen, E. (2004). Political tolerance and coming to psychological closure following the September 11, 2001, terrorist attacks: An integrative approach. Personality and Social Psychology Bulletin, 30, 743-756.

    Article  PubMed  Google Scholar 

  30. Staub, E. (1989). The roots of evil. Cambridge: Cambridge University Press.

    Google Scholar 

  31. Tetlock, P.E. (2003). Thinking the unthinkable: Sacred values and taboo cognitions. Trends in Cognitive Sciences, 7, 320-324.

    Article  PubMed  Google Scholar 

  32. Vidmar, N., & Miller, D.T. (1980). Social psychological processes underlying attitudes towards legal punishment. Law and Society Review, 14, 565-602.

    Article  Google Scholar 

  33. Walster, E., Berscheid, E., & Walster, G.W. (1976). New directions in equity research. Advances in Experimental Social Psychology, 9, 1-42.

    Article  Google Scholar 

  34. Wayment, H.A. (2004). It could have been me: Vicarious victims and disaster-focused distress. Personality and Social Psychology Bulletin, 30, 515-528.

    Article  PubMed  Google Scholar 

  35. Zomeren, M. van, & Lodewijkx, H.F.M. (in druk). Feeling and dealing with injustice: Senseless violence, deservingness and the role of anger and pity and person and position identification in justice retribution. European Journal of Social Psychology.

Download references

Author information

Affiliations

Authors

Corresponding author

Correspondence to Hein F. M. Lodewijkx.

Additional information

Lodewijkx, H.F.M., Kwaadsteniet, E. de, Zomeren, M. van, & Petterson, R. (2005). Senseless violence and reactions to injustice: defending a just world? Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie, 60, 88-106.

Lerners just world theory (jwt, 1980) proposes that people are strongly motivated to bolster and defend their belief in a just world in the face of contradictory evidence, evoked for instance, by the random violence committed against innocent victims. By applying attributional biases – the victim got what (s)he deserved – people try to defend their just world beliefs (the jw-bolstering hypothesis). Applying jwt to the issue of ‘senseless violence’, findings of Study 1 and 2 indicated that jw-bolstering processes are associated with perceptions of the sensibleness and deservedness of the violence inflicted upon innocent victims. Additional findings revealed that stronger empathic person identification was associated with a stronger distancing away of the victim, but only in cases where the victim suffered extreme violence. This extremeness further led to a stronger position identification with the victim, suggesting that in such cases people more strongly realize that such a violent fate could just as likely have been their own fate. Study 3 revealed that stronger empathic person identification was associated with stronger beliefs in a just world, but only among people who participated in ‘silent marches’ against senseless violence, but not among non-participants. This finding suggests that such overt actions may serve as an alternative way to bolster or defend jw-beliefs.

Ontvangen: 7 juli 2005; geaccepteerd: 2 november 2005.

* Open Universiteit, Faculteit Psychologie; Universiteit Utrecht, Capaciteitsgroep Sociale en Organisatie Psychologie. Correspondentieadres: Open Universiteit Nederland, Faculteit Psychologie, Stationsweg 3a, 4811 ax Breda. E-mail: hein.lodewijkx@ou.nl.

** Universiteit Leiden, Capaciteitsgroep Sociale en Organisatiepsychologie.

** Universiteit Leiden, Capaciteitsgroep Sociale en Organisatiepsychologie.

*** Universiteit van Amsterdam, Social Psychology Program.

**** Universiteit Utrecht, Capaciteitsgroep Sociale en Organisatiepsychologie.

Dit artikel is een vertaalde en aangepaste versie van een eerder paper van Lodewijkx, De Kwaadsteniet en Van Zomeren (2005). De auteurs danken professor Janez Becaj van de Universiteit van Ljubljana voor zijn hulp bij studie 1.

Rights and permissions

Reprints and Permissions

About this article

Verify currency and authenticity via CrossMark

Cite this article

Lodewijkx, H.F.M., de Kwaadsteniet, E., van Zomeren, M. et al. Zinloos geweld en reacties op onrechtvaardigheid: de bescherming van een rechtvaardige wereld?. NETP 60, 80–98 (2005). https://doi.org/10.1007/BF03062346

Download citation