Kind en adolescent

, Volume 17, Issue 1, pp 9–15 | Cite as

Hoe beleven kinderen van vaders met AIDS of een HIV–infectie hun situatie?

  • C. M. Oostveen
  • Th. G. M. Sandfort
Article
fathers with hiv/aids parents with hiv/aids adolescents 

Samenvatting

Dit is een casuïstische verkenning waarin de beleving en hulpvraag van jongeren van wie de vader seropositief is of AIDS heeft, in beeld wordt gebracht. Vier jongeren uit drie gezinnen waarvan de vader HIV–geïnfecteerd is, zijn geïnterviewd. Alle vaders zijn homoseksueel. De jongeren lijken zich te kunnen handhaven in deze situatie, alhoewel die bijzondere eisen aan hen stelt. Zij zijn sterk betrokken bij het ziekteproces. Zelf geven zij aan geen problemen te ervaren waarvoor directe hulpverlening nodig is. Het betreft hier een eerste verkenning. De resultaten zijn niet generaliseerbaar. Voor de hulpverlening is meer kennis van deze groep kinderen nodig. Het blijkt onvoldoende bekend wie van de volwassen HIV/AIDS–patiënten kinderen heeft. Het is belangrijk om de groep seronegatieve kinderen van seropositieve ouders met hun problemen te identificeren.

Literatuur

  1. Adams–Greenly, M. & Moynihan, R.T. (1983). Helping the children of fatally ill parents. American Journal of Orthopsychiatry, 53, 219–229.CrossRefGoogle Scholar
  2. Boom, F.M. van den (1995). The death of a parent. In L. Sherr (Ed.), Grief and AIDS. Sussex: Wiley and Sons.Google Scholar
  3. Bor, R., Miller, R. & Goldman, E. (1993). HIV/AIDS and the family; A review of research in the first decade. Journal of Family Therapy, 15, 187–204.CrossRefGoogle Scholar
  4. Demb, J. (1989). Clinical vignette: Adolescent ‘survivors’ of parents with AIDS. Family Systems Medicine, 7, 339–343.CrossRefGoogle Scholar
  5. Evans, M., Cohen, C., Shidlo, A. & Caprariis, P.J. de (1994). Counseling HIV–negative children of parents with HIV disease; A structured protocol. AIDS Patient Care, february, 16–19.Google Scholar
  6. Frierson, R.L., Lippmann, S.B. & Johnson, J.R.N. (1987). AIDS: Psychological stresses on the family. Psychosomatics, 28, 65–68.PubMedGoogle Scholar
  7. Herz, F.R.N. (1980). The impact of death and serious illness on the family lifecycle. In E.Z. Carter & M. McGoldrick (Eds.), The family life cycle: A framework for family therapy, (pp. 223–240). New York: Gardner Press.Google Scholar
  8. Nationale Commissie AIDS–bestrijding (1994). Kinderen & HIV/AIDS–gerelateerde problematiek. Amsterdam: NCAB, oktober.Google Scholar
  9. Rosen, E.J. (1990). Families facing death. Families dynamics of terminal illness. Lexington: Lexington.Google Scholar
  10. Sleegers, J. & Niftrik, D. van (1993). AIDS & HIV in gezinnen. Amsterdam: BAO, Jeugd en Volwassenenzorg, GGZ/GG&GD, september.Google Scholar
  11. Smit, C. (1992). Hemofilie en AIDS; 55 vragen en antwoorden. Amstelveen: Nederlandse Vereniging van Hemofilie–patiënten.Google Scholar
  12. Wellish, D.K. (1979). Adolescent acting out when a parent has cancer. International Journal of Family Therapy, 1, 230–241.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 1996

Authors and Affiliations

  • C. M. Oostveen
    • 1
  • Th. G. M. Sandfort
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations