Dth

, Volume 27, Issue 1, pp 18–23 | Cite as

Zelfcontrole en cognitieve exposure bij de behandeling van automutilatie

Artikelen
  • 358 Downloads

Samenvatting

Soms staat automutilatie zo sterk onder invloed van cognities en/of interne voorstellingen dat een behandeling louter met behulp van een zelfcontroleprocedure niet goed mogelijk is. In dit artikel worden twee korte gevalsbeschrijvingen gepresenteerd waarbij patiënten werd gevraagd bewust de angstoproepende gedachten en beelden voor de geest te halen. Dit werd gedaan mét of zonder therapeutische afleiding, totdat de angst hiervoor afnam. In beide gevallen had dit als gunstig gevolg dat ook de neiging tot zelfbeschadiging verminderde en de zelfcontroleprocedure kon worden voortgezet.

Abstract

Sometimes self-mutilation is strongly influenced by cognitions and/or internal representations which may inhibit a treatment that focuses on a selfcontrol procedure. This article suggests that cognitive exposure, with or without distraction, may be a way out of the impasse. This article presents two case illustrations wherein patients are asked to intentionally recall fear-evoking thoughts or internal representations, with or without therapeutic distraction, until their fear diminished and also the tendency to automutilation after which selfcontrol procedures could successfully continue.

Referenties

  1. Birrer, R.B., Robinson, T., Rao, Z., & Leber, M. (1993). Self-mutilation: three cases and a review of literature. The Journal of Emergency medicine, 11, 27-31.CrossRefPubMedGoogle Scholar
  2. Bosman, M., & Meijel, B. van (2006). Betekenis en behandeling van zelfverwondend gedrag. Maandblad Geestelijke volksgezondheid, 61, 414-426.Google Scholar
  3. Brodsky, B.S., Cloître, M., & Dulit, R.A. (1995). Relationship of dissociation to self-mutilation and childhood abuse in borderline personality disorder. American Journal of Psychiatry, 152(12):1788-1792.PubMedGoogle Scholar
  4. Darche, M.A. (1990). Psychological factors differentiating self-mutilating and non-selfmutilating adolescent inpatient females. Psychiatric hospital 21(1), 31-35.Google Scholar
  5. Dulit, R.A., Fyer, M.R., Leon, A.C., Brodsky, B.S., & Frances, A.J. (1994). Clinical correlates of self-mutilation in borderline personality disorder. American Journal of Psychiatry, 151(9), 1305-1311.PubMedGoogle Scholar
  6. Gratz, K. (2003). Risk factors for and functions of deliberate self harm: An empirical and conceptual review. Clinical Psychology Science and Practice, 10, 192-205.CrossRefGoogle Scholar
  7. Lange, A. (1987). Strategieën in directieve therapie. Houten/Zaventem: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  8. Lange, A. (2006). Gedragsverandering in gezinnen, cognitieve gedrags- en systeemtherapie, 8ste editie. Groningen: Wolters Noordhoff.Google Scholar
  9. Linehan, M.M. (1993). Cognitive-behavioral treatment of borderline personality disorder. New York: Guilford Press.Google Scholar
  10. Schoppmann, S. (2003). “Dann habe ich ihr einfach meine arme hingehalten”.Selbstverletzendes Verhalten aus der Perspektive der Betroffenen. Bern, Göttingen: Verlag Hans Huber.Google Scholar
  11. Shapiro, F. (1995). Eye Movement Desensitization and Reprocessing. Basic principles, protocols and procedures. New York: Guilford Press.Google Scholar
  12. Soloff, P.H, Lis, J.H., Kelly, T., Cornelius, J., & Ulrich, R. (1994). Selfmutilation and suicidal behavior in borderline personality disorder. Journal of Personality Disorders, 8(4), 257-267.Google Scholar
  13. Suyemoto, K.L. (1998). The functions of selfmutilation. Clinical Psychology Review, 5, 531-554.CrossRefGoogle Scholar
  14. Vandereycken, W. (2001). Aanpak zelfverwondend gedrag bij psychiatrische patiënten. Psychopraxis, 3, 94-98.CrossRefGoogle Scholar
  15. Wijk, K. van (1996). De behandeling van automutilatie met behulp van een zelfcontroleprocedure. Directieve Therapie, 16, 25-32.Google Scholar
  16. Wijk, K. van, Keijsers, L., Jacobs, C., & Heiden, C. van der (1998). Automutilatie en zelfcontrole: een oriënterend onderzoek bij zeven patiënten. Directieve Therapie, 18, 245-258.Google Scholar
  17. Wijk, C.M. van, Keijsers, L.H.A., & Jacobs, C.G.A.M. (1999). Zelfcontrole bij Automutilatie. In: C.A.L. Hoogduin & C.P.F. van der Staak, Behandelingsstrategieën bij ziekelijke impulsen (pp. 49-62). Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.Google Scholar
  18. Zlotnick, C., Mattia, J., & Zimmerman, M. (1999). Clinical correlates of selfmutilation in a sample of general psychiatric patients. Journal of Nervous and Mental Disease, 187, 296-301.CrossRefPubMedGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2007

Authors and Affiliations

  1. 1.

Personalised recommendations