De infectieziektewetgeving in rechtsvergelijkend perspectief

Samenvatting

n het kielzog van de Aids–discussie is ook de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekteoorzaken opnieuw in de belangstelling gekomen. Lange tijd heeft deze wet, die grotendeels nog stamt uit 1928, een sluimerend bestaan geleid. De verplichtingen die in dit verband worden opgelegd zouden weinig problemen oproepen. Niettemin verschaft de infectieziektewet de overheid een aantal instrumenten waarmee individuele vrijheidsrechten verregaand kunnen worden ingeperkt, zoals medisch onderzoek, werkverbod en afzondering.

This is a preview of subscription content, access via your institution.

Notes

  1. 1.

    H. Leenen en H. Roscam Abbing, Bestuurlijk Gezondheidsrecht, Samsom H.D. Tjeenk Willink, Alphen aan den Rijn/Brussel, 1986, p. 189.

  2. 2.

    L. Gostin, The future of communicable disease control: toward a new concept in public health law, The Milbank Quaterly, Vol. 64, Supplement 1, 1986, p. 79.

  3. 3.

    Uitgebreide informatie over de infectieziektenziektewetgeving in de onderscheiden landen is te vinden in J.C.J. Dute, De wetgeving ter bestrijding van infectieziekten, Een rechtsvergelijkend onderzoek, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Vrije Universiteit, Amsterdam, 1991 (te bestellen via het secretariaat van de vakgroep Staats– en Bestuursrecht, tel.: 020–5487084).

  4. 4.

    Een ander overzicht is aan te treffen in H. Koster en H. Roscam–Abbing, Wetgeving(sbeleid) volksgezondheid, een evaluatie op onderdelen, Vakgroep Gezondheidsrecht, Rijksuniversiteit Limburg, deel C, p. 1–13.

  5. 5.

    Wet van 14 juli 1960, Stb. 335.

  6. 6.

    Aids en HIV–infectie zijn niet als infectieziekten in de zin van de wet aangewezen.

  7. 7.

    De term ‘groep C’ komt overigens in de WBI zelf niet voor, maar is afkomstig uit de op deze wet steunende AMvB (art. 2 lid 4 Besluit van 1 oktober 1929, Stb. 448).

  8. 8.

    Bijl. Hand. 11, 1970–1971, 11248, 3, p. 5.

  9. 9.

    Bij een B–ziekte is dit alleen mogelijk wanneer de verspreiding van die ziekte in bijzondere mate dreigt voort te gaan (art. 5 lid 1 WBI).

  10. 10.

    Alleen terzake van A–ziekten, art. 17 Besluit van 1 oktober 1929, Stb. 448.

  11. 11.

    Nagenoeg alle wettelijke taken van de geneeskundig inspecteur worden tegenwoordig uitgevoerd door de directeur van de GGD, waartoe art. 37 WBI de rechtsgrondslag biedt.

  12. 12.

    In Engeland: Public Health (Control of Disease) Act 1984 en de daarop steunende Public Health (Infectious Diseases) Regulations 1988; in Zweden: Smittskyddslagen en de daarop steunende Smittskyddsförordningen.

  13. 13.

    H. Koster en H. Roscam Abbing a.w. (nt. 4), deel C, p. 10.

  14. 14.

    Gesetz zur Verhütung und Bekämpfung übertragbarer Krankheiten beim Menschen, meestal aangeduid als: Bundes–Seuchengesetz (art. 1).

  15. 15.

    Bundesgesetz fiber die Bekämpfung übertragbarer Krankheiten des Menschen vom 11 Dezember 1970, meestal aangeduid als: Epidemiengesetz (art. 2).

  16. 16.

    Vgl. amtliche Begründung van het Bundes–Seuchengesetz, aangehaald in Schumacher–Meyn, Bundes–Seuchengesetz, Köln, 1987, p. 7–8.

  17. 17.

    Vgl. G. Frankenberg, Aids–Bekämpfung im Rechtsstaat, Baden–Baden, 1988,p. 70–71.

  18. 18.

    Dat een dergelijke bestuurlijke beslissing achteraf door de rechter kan worden getoetst doet hieraan weinig af, onder meer omdat deze slechts toetst op rechtmatigheid en zich verder naar verwachting terughoudend zal opstellen.

  19. 19.

    Bijl. Hand. 11, 1970–1971, 11248, 3, p. 4.

  20. 20.

    Gesetz zur Bekämpfung der Geslechtskrankheiten, meestal aangeduid als Geschlechtskrankheitengesetz. De regeling is overigens niet van toepassing op Aids en HIV–infectie (zo deze al tot de geslachtsziekten zouden kunnen worden gerekend).

  21. 21.

    L. Gostin, a.w. (nt. 2), p. 91.

  22. 22.

    L. Gostin, a.w. (nt. 2), p. 91.

  23. 23.

    H. Koster en H. Roscam Abbing, a.w. (nt. 4), deel B, p. 12 zetten hier bijvoorbeeld een vraagteken bij.

  24. 24.

    Zie voor de te verstrekken gegevens het Besluit van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 14 september 1987, Stcrt. 188.

  25. 25.

    Naam, leeftijd, geslacht en verblijfplaats van depatiënt, het (vermoedelijke) tijdstip van uitbreken van de ziekte en enkele aanvullende gegevens wanneer de patiënt in een ziekenhuis verblijft.

  26. 26.

    Schumacher–Meyn, a.w. (nt. 16), p. 28.

  27. 27.

    Dat wil zeggen: de Verordnung für die Meldung übertragbarer Krankheiten des Menschen vom 21. September 1987 (Melde–Verordnung), een gedelegeerde wet.

  28. 28.

    Een vergelijkbare verplichting rust op de arts.

  29. 29.

    Art. 7 Besluit van 1 oktober 1929, Stb. 448.

  30. 30.

    Gostin, a.w. (nt. 2) p. 92. Ook kan worden gewezen op het gevaarscriterium dat wordt toegepast bij de onvrijwillige opneming vanpsychiatrische patiënten. Een verdere bespreking van te hanteren criteria gaat het bestek van dit artikel te buiten.

  31. 31.

    Dit blijkt ook wel uit de toepassing van dit criterium in de ’ voornamelijk Beierse –rechtspraak in relatie tot Aids. Zie bijvoorbeeld Verwaltungsgericht München 13 september 1988, Aids–Forschung 1988, p. 694 en Bayerischer Verwaltungsgerichtshof 24 november 1987, AidsForschung 1988, p. 283.

  32. 32.

    Zie bijv. de discussie tussen M. Rübsaamen, Der Ansteckungsverdacht im Sinne des BundesSeuchengesetzes insbesondere im Zusammenhang mit Aids, Aids–Forschung 1987, p. 156–170, 207–217, 276–281 en G. Frankenberg, a.w. (nt. 17), p. 73–95.

  33. 33.

    Art. 8 Besluit van 1 oktober 1929, Stb. 448.

  34. 34.

    Om precies te zijn: de smittskyddsltikare, enigszins vergelijkbaar met de directeur–arts van de GGD.

  35. 35.

    EHRM 24 oktober 1979, Publ. E.C.H.R., Series A, 1980, 33, waarin het Hof oordeelde dat een psychiatrische patiënt, voordat over diens vrijheidsontneming wordt beslist, de gelegenheid moet krijgen om (inpersoon of bij gemachtigde) te worden gehoord; in dit opzicht werd de Nederlandse procedure onder de maat bevonden.

Author information

Affiliations

Authors

Corresponding author

Correspondence to J. C. J. Dute.

Additional information

Mr. drs. J.C.J. Dute is als onderzoeker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit, Amsterdam. Hij bereidt een dissertatie voor over de wetgeving ter bestrijding van infectieziekten.

H. Leenen en H. Roscam Abbing, Bestuurlijk Gezondheidsrecht, Samsom H.D. Tjeenk Willink, Alphen aan den Rijn/Brussel, 1986, p. 189.

Rights and permissions

Reprints and Permissions

About this article

Cite this article

Dute, J.C.J. De infectieziektewetgeving in rechtsvergelijkend perspectief. TGVR 16, 7 (1992). https://doi.org/10.1007/BF03055606

Download citation