Advertisement

De Economist

, Volume 117, Issue 6, pp 615–657 | Cite as

Problematiek rond de britse Betalingsbalans

  • W. F. Duisenberg
Article

Summary

An analysis of developments prior to the devaluation of sterling in November 1967 suggests that a fundamental disequilibrium became unambiguously clear only relatively shortly before the parity actually was adjusted. The devaluation provided scope for an improvement in the balance of payments of something like $2,5 billion. A very restrictive fiscal programme was to be the main instrument to help achieve this result. The long interval between devaluation and this policy to become fully effective, combined with the failure to back it up with an adequate monetary policy seem to be the principal factors behind the disappointing performance of the U.K. balance of payments during more than a year after the devaluation. Early in 1969 fiscal policy had reached its full impact and significantly more emphasis was placed on monetary policy. Although these factors will, belatedly, contribute to the achievement of a balance of payments surplus, it is doubtful whether the original goal — a sustained surplus of at least $ 1,2 billion a year — can still be attained. In that case a long-run solution to the problem of Britain's massive short-run debts appears to be no more than the recognition of an unpleasant reality.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

References

  1. 1.
    Dit gold niet alleen voor het Verenigd Koninkrijk, doch was een bijna universeel verschijnsel; vgl. J. M. Fleming,The International Monetary Fund; Its Form and Functions, I. M. F., Washington D.C., 1964, biz. 9.Google Scholar
  2. 2.
    Voor een zinvolle analyse van de betalingsbalans over een periode waarin de pariteit is veranderd, is het nodig de grootheden uit te drukken in een onveranderde waardemeter (vgl. ook blz. 624); hiervoor wordt in dit artikel de Amerikaanse dollar gebruikt. Helaas is het niet doelmatig dit principe ook te volgen voor andere, niet direkt op de betalingsbalans betrekking hebbende grootheden, zoals bv., begrotingscijfers, kredietcijfers, enz.; immers, wel de externe maar niet de interne waarde van een valuta wordt door een pariteitsaanpassing automatisch veranderd.Google Scholar
  3. 3.
    J. M. Fleming,op. cit.,, blz. 8.Google Scholar
  4. 4.
    H.M.S.O.,Economic Trends, nr. 186, London, april 1969, biz. XVII en National Institute of Economic and Social Research (N.I.E.S.R.),National Institute Economic Review, Londen, nr. 48, mei 1969, tabel 6, blz. 87.Google Scholar
  5. 5.
    H.M.S.O.,Economic Report on 1965, Londen 1966, blz. 4.Google Scholar
  6. 6.
    H.M.S.O.,Economic Report on 1966, Londen 1967, blz. 5.Google Scholar
  7. 7.
    Op 27 april 1965 werd deze heffing tot 10% teruggebracht.Google Scholar
  8. 8.
    N.I.E.S.R., nr. 48, mei 1969, tabel 6, blz. 87.Google Scholar
  9. 9.
    Economic Report on 1966, blz. 5.Google Scholar
  10. 10.
    N.I.E.S.R., nr. 44, mei 1968, tabel 6, blz. 60.Google Scholar
  11. 11.
    Economic Report on 1966, blz. 8.Google Scholar
  12. 12.
    I.M.F.,Direction of Trade, Annual 1963–1967, Washington D.C, z.j., blz. 2.Google Scholar
  13. 13.
    Het jaar 1967 wordt hier in zijn geheel genomen; aangezien de devaluatie zeer laat in bet najaar viel, lijkt de fout die hierdoor wordt gemaakt, gering.Google Scholar
  14. 14.
    Vgl. De Nederlandsche Bank, N.V.,Verslag over het boekjaar 1967, Amsterdam 1968, blz. 13.Google Scholar
  15. 15.
    Tenzij men zou stellen dat die fundamentele onevenwichtigheid reeds in 1957 aanwezig was, gezien het reeds toen betrekkelijk hoge niveau van de index. Op grond van de betalingsbalansontwikkeling in de jaren vijftig evenwel lijkt deze conclusie voorbarig.Google Scholar
  16. 16.
    I.M.F.,International Financial Statistics, jg. XXI, nr. i, Washington D.C., januari 1968, blz. II/III en blz. 352.Google Scholar
  17. 17.
    N.I.E.S.R.,National Institute Economic Review, nr. 42, Londen, november 1967, inzh. blz. 4/9, (Section I, “The Effects of Devaluation and the Balance of Payments”).Google Scholar
  18. 18.
    N.I.E.S.R., nr. 42, blz. 5.Google Scholar
  19. 19.
    Gemeten in ponden zullen de eerste resultaten bepaald ongunstig zijn: de hogere invoerprijzen in ponden zullen zich vrij snel ten volle bij het gehele invoerpakket doen govoelen, terwijl de verlaging van exportprijzen in dollars, die de prikkel tot het vergrote uitvoervolume vormen, vermoedelijk slechts met grotere traagheid tot stand zal komen.Google Scholar
  20. 20.
    Bank of England,Quarterly Bulletin, Vol. 7, nr. 4, Londen, december 1967, blz. 336.Google Scholar
  21. 21.
    H.M.S.O.,Economic Trends, nr. 170, Londen, december 1967, blz. II.Google Scholar
  22. 22.
    Op winkelruiten in Londen zag ik in die tijd naast elkaar de leuzen:Back Britain enBeat the Budget; men krijgt de indruk dat consistentie strikter werd nagestreefd ten aanzien van de alliteratie dan wat betreft de implicaties voor de betalingsbalans.Google Scholar
  23. 23.
    H.M.S.O.,Financial Statement 1968/69, Londen, 19 maart 1968, tabel 2, blz. 18.Google Scholar
  24. 24.
    Behalve in november 1967, werden ook in januari 1968 beperkingen op de overheidsuitgaven aangekondigd.Google Scholar
  25. 25.
    H.M.S.O.,Financial Statement 1968/1969, Londen 1968, blz. 37.Google Scholar
  26. 26.
    Financial Statement 1968/1969, blz. 34/39, inzh. tabel 13.Google Scholar
  27. 27.
    N.I.E.S.R.,National Institute Economic Review, nr. 48, Londen, mei 1969, tabel 6, blz. 87.Google Scholar
  28. 28.
    H.M.S.O.,Financial statement and Budget Report 1969/70, Londen, 15 april 1969, blz. 5.Google Scholar
  29. 29.
    Bv. inFinancial Statement and Budget Report 1969/70, London, 15 april 1969, blz. 5.Google Scholar
  30. 30.
    Bank of England,Quarterly Bulletin, Vol. 8, nr. 4, Londen, december 1968, blz. 342 en 359.Google Scholar
  31. 31.
    Aan deze laatste ontwikkeling — op zichzelf een merkwaardig verschijnsel omdat het pas ná de devaluatie sterk in betekenis toenam-werd met succes een halt toegeroepen door de overeenkomst van Bazel van september 1968, waarbij het Verenigd Koninkrijk dollargaranties verstrekte voor het merendeel van de sterlingtegoeden, daarbij geruggesteund door financiële bijstand van de samenwerkende centrale banken van de belangrijkste geïndustrialiseerde landen.Google Scholar
  32. 32.
    Vgl. I.M.F.,International Financial Statistics, (I.F.S.), jg. XXII, nr. 7, Washington D.C., juli 1969, blz. 28/29.Google Scholar
  33. 33.
    Tot en met het derde kwartaal van 1968 komt dit echter niet tot uiting in een ongewoon sterke toeneming van de voorraden; eerst in het vierde kwartaal van dat jaar en het eerste kwartaal van 1969 valt een uitzonderlijk sterke aanwas van de voorraden waar te nemen (vgl. H.M.S.O.,Economic Trends, nr. 189, Londen, juli 1969, tabel A, blz. VIII).Google Scholar
  34. 34.
    H. S. Houthakker en S. P. Magee, “Income and Price Elasticities in World Trade”,The Review of Economics and Statistics, jg. LI, nr. 2, mei 1969, blz. 111/125.Google Scholar
  35. 35.
    Vgl. tabel 7 enI.F.S., juli 1969, blz. 28.Google Scholar
  36. 36.
    Zie ook H.M.S.O.,Board of Trade Journal, Vol. 197, nr. 3777, Londen, 6 augustus 1969, blz. 355; de stijging wordt berekend over de periode tot het eerste halfjaar van 1969 en niet het tweede kwartaal, omdat op deze wijze weer een correctie voor havenstakingen wordt aangebracht, ditmaal in de Verenigde Staten.Google Scholar
  37. 37.
    I.F.S., juli 1969, blz. 33.Google Scholar
  38. 38.
    Onlangs is gebleken, dat door een fout in de Britse handelsstatistieken sedert 1963 een systematische onderschatting van de uitvoer is geregistreerd ten belope van ten minste β 10 miljoen ($ 24 miljoen) per maand (Vgl.H.M.S.O.,Board of Trade Journal, dl. 196, nr. 3770, Londen, 18 juni 1969, blz. 1686/1687). Met de hieruitvolgende hogere uitvoercijfers is in dit artikel nog geen rekening gehouden, tenzij uitdrukkelijk anders wordt vermeld.Google Scholar
  39. 39.
    O.E.S.O.,O.E.C.D. Economic Surveys. United Kingdom, Parijs, november 1968, blz. 8.Google Scholar
  40. 40.
    Bank of England,Quarterly Bulletin, jg. 9, nr. 2, Londen 1969, tabel I, blz. 225; zelfs al corrigeert men deze verbetering voor de invloed van de invoerdeposito's, dan resteert nog een reductie van het financieringstekort van rond β 1 miljard, (bijna 3% van het nominale bruto binnenlandse produkt).Google Scholar
  41. 41.
    O.E.S.O.,O.E.C.D. Economic Surveys. United Kingdom, blz. 7/8.Google Scholar
  42. 42.
    O.E.S.O.,O.E.C.D. Economic Surveys. United Kingdom, Parijs, november 1968, blz. 11.Google Scholar
  43. 43.
    Vgl. O.E.S.O.,O.E.C.D. Economic Surveys. United Kingdom, Parijs, november 1968, blz. 13/14.Google Scholar
  44. 44.
    O.E.S.O.,Economic Surveys. United Kingdom, blz. 15.Google Scholar
  45. 45.
    In de Nederlandse verhoudingen overgezet, kan men zeggen, dat het “weten” zich in hoofdzaak beperkt tot het constateren van een zekere correlatie tussen de binnenlandse liquiditeitsquote en het volume der particuliere investeringen. Aan te nemen valt, dat de monetaire autoriteiten “geloven” — uiteraard op basis van een logisch consistente theorie — in een belangrijk meeromvattende invloed van hun beleid op de Nederlandse economische ontwikkeling, de totale betalingsbalans daarbij ingebrepen.Google Scholar
  46. 46.
    Voor recente ontwikkelingen op dit punt, zie blz. 650 e.v.Google Scholar
  47. 47.
    H.M.S.O.,Financial Statement and Budget Report 1969/70, Londen, 15 april 1969, blz. 9/13.Google Scholar
  48. 48.
    H.M.S.O.,Economic Trends, nr. 188, Londen, juni 1969.Google Scholar
  49. 49.
    H.M.S.O.,Financial Statement and Budget Report 1969/70, Londen, 15 april 1969.Google Scholar
  50. 50.
    Letter of Intent, van de Britse regering aan het I.M.F., gepubliceerd inThe Times, Londen, 24 juni 1969.Google Scholar
  51. 51.
    De Britse definitie van geld omvat de tegoeden van de centrale overheid bij het bankwezen. De definitie van het I.M.F. sluit deze uit, hetgeen de verklaring vormt voor het verschil tussen de hiergenoemde toeneming van £ 986 miljoen en het bedrag van £ 964 miljoen, dat voorkomt in tabel 9.Google Scholar
  52. 52.
    O.E.S.O.,Economic Outlook, nr. 5, Parijs, juli 1969, blz. 81.Google Scholar
  53. 53.
    In deFinancial Times van 27 augustus 1969 schrijft de economische, medewerker William Keegan (blz. 26): «Once upon a time the authorities used to run the British economy; now they just squeeze it».Google Scholar
  54. 54.
    O.E.S.O.,Economic Outlook, nr 5, Parijs, juli 1969, blz. 86.Google Scholar
  55. 55.
    N.I.E.S.R.,National Institute Economic Review, nr. 48, Londen, mei 1969, blz. 4/30, inzh. tabel 5 (blz. 12).Google Scholar
  56. 56.
    Financial Times, 29 augustus 1969.Google Scholar
  57. 57.
    O.E.S.O.,Economic Outlook, blz. 3.Google Scholar
  58. 58.
    Deze correctie is gebaseerd op de veronderstelling, dat de uitvoertoeneming tussen het derde en vierde kwartaal 1968 zich zonder de havenstakingen in de Verenigde Staten ook in het eerste kwartaal van 1969 zou hebben voorgedaan.Google Scholar
  59. 59.
    Geen rekening is gehouden met de eerder gesignaleerde onderschatting van de goederenuitvoer met rond $ 25 miljoen per maand (vgl. blz. 642). Het opnemen van deze post in de uitvoercijfers zou het resultaat aanmerkelijk gunstiger maken. Dit is echter nagelaten omdat wij aannemen, dat deze correctie ook bij de vaststelling van de doelstelling van $720 miljoen buiten beschouwing is gelaten (tot augustus 1969 werden de maandelijkse uitvoercijfers op de oude «foutieve» wijze gepubliceerd), terwijl bovendien detotale betalingsbalans en dus ook de oplossing voor het hierna te noemen vraagstuk van de omvangrijke kortlopende schulden door de correctie niet worden beroerd.Google Scholar
  60. 60.
    De som van de uitstaande trekkingen op het I.M.F. en de cumulatieve mutaties in de verplichtingen in sterling aan centrale monetaire instellingen in de Verenigde Staten en West Europa te zamen met de officiële korte verplichtingen in valuta's buiten het sterlinggebied (vgl. ook tabel 1, noot 4).Google Scholar

Copyright information

© De Erven F. Bohn N.V. 1969

Authors and Affiliations

  • W. F. Duisenberg

There are no affiliations available

Personalised recommendations