Advertisement

De Economist

, Volume 116, Issue 6, pp 690–715 | Cite as

Onzekerheid en Investeringsbeslissingen

  • R. J. De Groof
Article
  • 24 Downloads

Summary

In the article an attempt is made to throw some light on the role of uncertainty in making investment decisions. At first a critical analysis is given of the present value method and some other conventional rules of thumb. As the discounting process needs a unique income stream, which is not available, the present value method must be rejected. The expected value of the possible income streams cannot be regarded as an adequate solution for this problem. Moreover it is quite impossible to choosethe appropriate discount rate: in case uncertainty is involved, an objective discount rate must be considered as non-existing.

With respect to the rules of thumb such as the maximin criterion of gain, it is also to be concluded, that subjectivity plays a key role. The use of a cardinal utility function in determining investment volume demonstrates once more, how important the subjective element is in the theory of investment.

Apart from examining several proposed decision criteria the author is considering, how the entrepreneur arrives at the probability judgment concerning the possible outcomes of the project. For this purpose the theory, developed by Fellner, in which subjective and objective (based on frequency observations) probability judgments are blended, is critically analysed.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

References

  1. 1.
    Vgl. J. L. Bouma,Ondernemersdoel en winst, Leiden 1966, blz. 34–36.Google Scholar
  2. 2.
    F. H. Knight,Risk, Uncertainty and Profit, Boston 1921.Google Scholar
  3. 3.
    Indien de winst- en verliesmogelijkheden van, een project in een dichtheidsfunctie tot uitdrukking kunnen worden gebracht, komt bovengenoemde afweging neer op het kiezen van een bepaalde combinatie van de verwachte waarde van de winst en de spreiding.Google Scholar
  4. 4.
    Daar processen tijd vergen, zouden er tijdsvoorkeurseffecten kunnen optreden. Hiervan abstraheren we echter.Google Scholar
  5. 5.
    Zie bijv. J. Hirshleifer, Risk, the Discount Rate, and Investment Decisions,American Economic Review, mei 1961, blz. 112–120.Google Scholar
  6. 6.
    J. Stockfisch, Uncertainty, the Capitalization Theory and Investment Behavior,Metro-economica, no. VII, 1955.Google Scholar
  7. 7.
    Onzekerheid en risico genomen in de betekenis die Knight eraan gegeven heeft.Google Scholar
  8. 8.
    Deze tabel en de daarmee samenhangende berekeningen zijn een bewerking van een cijfervoorbeeld, dat te vinden is in R. M. Adelson, Criteria for Capital Investment: An Approach through Decision Theory,Operational Research Quarterly, 1964, afl. 1.Google Scholar
  9. 9.
    R. Adelson, art. cit. blz. 27. Criteria for Capital Investment: An Approach through Decision Theory,Operational Research Quarterly, 1964, afl. 1.Google Scholar
  10. 10.
    W. Fellner,Probability and Profit, Homewood Illinois, 1965.Google Scholar
  11. 11.
    R. Adelson art. cit. biz. 27, Criteria for Capital Investment: An Approach through Decision Theory,Operational Research Quarterly, 1964, afl. 1. en ook W. Fellner op. cit. biz. 144,Probability and Profit, Homewood Illinois, 1965.Google Scholar
  12. 12.
    Het woord “risico” is hier wel in een zeer speciale betekenis genomen. Men moet het niet verwarren met het begrip risico in de betekenis die Knight eraan heeft gegeven.Google Scholar
  13. 13.
    Vgl. R. Adelson art. cit. Criteria for Capital Investment: An Approach through Decision Theory,Operational Research Quarterly, 1964, afl. 1. blz. 38.Google Scholar
  14. 14.
    W. Fellner op. cit.Probability and Profit, Homewood Illinois, 1965. pag. 16 e.v.Google Scholar
  15. 15.
    “Risico” en “onzekerheid” in de zin die F. Knight aan deze begrippen gegeven heeft.Google Scholar
  16. 16.
    In dit verband zij nog eens herinnerd aan de door Stockfisch aangevoerde bezwaren tegen het gebruik van de waarschijnlijkheidscoöefficiënt.Google Scholar
  17. 17.
    W. Fellner, op. cit.Probability and Profit, Homewood Illinos, 1965, blz. 46.Google Scholar
  18. 18.
    Fellner verwijst in dit verband naar Th. Bayes, An Essay toward Solving a Problem in the Doctrine of Chance, inPhilosophical Transactions of the Royal Society, 1763 en naar P. Laplace,Essai philosophique sur les probabilités, 1814.Google Scholar
  19. 19.
    Fellner, op. cit.Probability and Profit, Homewood Illinois, 1965. blz. 48 e.v.Google Scholar
  20. 20.
    Vgl. W. Fellner, op. cit.Probability and Profit, Homewood Illinois, 1965. blz. 50 e.v.Google Scholar
  21. 22.
    Anders gezegd: de waarschijnlijkheidsoordelen zijn, interpersonalistisch gezien, veelal controversieel van aard.Google Scholar
  22. 23.
    W. Fellner, op. cit.Probability and Profit, Homewood Illinois, 1965. blz. 34.Google Scholar
  23. 24.
    J. E. Meade,The Growing Economy, Londen 1968, hoofdstuk XXI.Google Scholar
  24. 25.
    J. E. Meade, opc. cit.The Growing Economy, Londen 1968, hoofdstuk XXI. blz. 437.Google Scholar
  25. 26.
    J. E. Meade, op. cit.The Growing Economy, Londen 1968, hoofdstuk XXI. blz. 439.Google Scholar
  26. 27.
    J. E. Meade, op. cit.The Growing Economy, Londen 1968, hoofdstuk XXI. blz. 445.Google Scholar
  27. 28.
    J. E. Meade, op. cit.The Growing Economy, Londen 1968, hoofdstuk XXI. blz. 444.Google Scholar
  28. 29.
    Fellner spreekt in dit verband over winstmaximalisatie. Hij bedoelt echter “gain in expected utility which an investment project promises as compared to the initial position of the individual” (blz. 109).Google Scholar
  29. 30.
    Gemakshalve is van een kwadratische nutsfunctie uitgegaan, terwijl tevens een lineair verband tussenX enI wordt verondersteld, zodat deG-en deL-functies lineair zijn. Zie de uitwerking op blz. 711.Google Scholar
  30. 33.
    Fellner zegt over het verschil tussen deze twee theorieën het volgende: “A purely probabilistic decision theory considers such utility gains equivalent regardless of how firm or shaky (numerically uncontroversial or controversial, psychologically stable or unstable) the probability judgments are from which the expectations were dirived. A semi probabilistic approach does not generally insist on this equivalence ... in alternative situations in which the probability judgments of the individual are held with different degrees of firmness”. W. Fellner, op. cit.Probability and Profit, Homewood Illinois, 1965. blz. 117.Google Scholar
  31. 34.
    Deze functie kan als volgt worden gevonden. De in het derde kwadrant gelegen negatieve tak van deU-functie moet in het eerste kwadrant gedraaid worden, om het met het geldelijke verlies gepaard gaande nutsverlies in positieve nutsbedragen te kunnen uitdrukken.Google Scholar
  32. 35.
    Er is slechts met één verliesmogelijkheid rekening gehouden. Uiteraard is dat geen fundamentele veronderstelling.Google Scholar

Copyright information

© De Erven F. Bohn N.V. 1968

Authors and Affiliations

  • R. J. De Groof

There are no affiliations available

Personalised recommendations