De Economist

, Volume 30, Issue 2, pp 715–743 | Cite as

De beteekenis en het verband der juridische en technische grondslagen van een rechtsgeldig kadaster

  • J. Boer Hz
Article
  • 15 Downloads

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

References

  1. (*).
    Zie hoofdstuk II.Google Scholar
  2. (†).
    Zie hoofdstuk I, 2e gedeelte.Google Scholar
  3. (*).
    Vergelijk bl. 464.Google Scholar
  4. (*).
    Zie bl. 462 en 463.Google Scholar
  5. (*).
    Men verwarre de beteckenis van dezegrens van nauwkeurigheid niet met die van dengraad van nauwkeurigheid uit de vereffeningsmethoden der onvermijdelijke fouten.Google Scholar
  6. (†).
    We hopen later in cene meer technische outwikkeling der algemeene tocpassing van het coördinatenstelsel te treden, dau dit opstel toelaat, en dau ook deze stelling te bewijzeu.Google Scholar
  7. (*).
    Vergelijk blz. 465.Google Scholar
  8. (*).
    Zie blz. 565 en 566.Google Scholar
  9. (*).
    De l'impôt foncier et des garanties de la propriété territoriale p. 87 à 116.Google Scholar
  10. (*).
    De geijkte, doch zeer oujuiste term bij het kadaster is niet kwadraat-maur ruitlijnen.Google Scholar
  11. (*).
    Vergelijk blz. 725.Google Scholar
  12. (*).
    Zie “Archief voor het Kadaster” blz. 137.Google Scholar
  13. (†).
    Vergelijk blz. 720.Google Scholar
  14. (*).
    De dubbele inhond eener figuur geheel in het eerste kwadraut gelegen, wier afstauden der hoekpunten tot de lijn der abscissen, opvolgend in positieven zin genomen a, b, c, d en e, en die tot de lijn der ordinaten, a′, b′, c′, d′ en e′ ziju, is gelijk aau: (a+b) (−a′+b′)+(b+c) (−b′+c′)+(c+d) (−c′+d′)+(d+c) (d′+e′)+(e+a) (−e′+a′), onverschillig, hoe grillig de vorm der figuur is.Google Scholar

Copyright information

© H. L. Smiths 1881

Authors and Affiliations

  • J. Boer Hz

There are no affiliations available

Personalised recommendations