Advertisement

De Economist

, Volume 103, Issue 1, pp 161–202 | Cite as

Monetair evenwicht in een dynamische volkshuishouding

  • C. Goedhart
Article
  • 17 Downloads

Keywords

International Economic Public Finance 
These keywords were added by machine and not by the authors. This process is experimental and the keywords may be updated as the learning algorithm improves.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatur

  1. 1).
    G. Myrdal,Om Penningteoretisk Jämvikt, Ekonomisk Tidskrift, 1931 (Duitse uitgave:Der Gleichgewichtsbegriff als Instrument der geldtheoretischen Analyse, opgenomen in de bundelBeiträge zur Geldtheorie, uitgegeven door F. von Hayek, 1933; Engelse uitgave:Monetary Equilibrium, 1939).Google Scholar
  2. 2).
    Eenvoudigheidshalve zie ik hier af van het nadere onderscheid tussen „full employment” en „full capacity”, een onderscheid dat in het bijzonder voor de analyse van de economische bewegingsprocessen van grote betekenis kan zijn. (Vgl. daarover bijv. Mrs. Joan Robinson,The Generalization of the General Theory, opgenomen in de bundelThe Rate of Interest and other Essays, 1952, blz. 77 e.v., alsmede H. J. Witteveen,Conjunctuurtheorie en Conjunctuurpolitiek, 1952, blz. 22 e.v.). In het kader van het begrippenapparaat van Keynes' General Theory kan men zich afvragen, of er van „true inflation” alleen kan worden gesproken na overschrijding van het punt van „full employment of labour” dan wel reeds na overschrijding van het punt van „full capacity of capital”, welk laatste punt in het geval van structurele kapitaalschaarste eerder kan worden bereikt dan het eerste.Google Scholar
  3. 3).
    Dit is zeker niet met alle analytische evenwichtsbegrippen in de economie het geval. Ik wijs bijv. op het begrip begrotingsevenwicht in de leer der openbare financiën. Uit doelmatigheidsoogpunt — en in het bijzonder met het oog op de toepasbaarheid op begrotingen van een zo groot mogelijk aantal landen, waar het onderscheid tussen „gewone dienst” en „buitengewone dienst” sterk uiteenloopt of geheel ontbreekt — kan dit begrip het best worden betrokken op de gehele dienst van de begroting. Er is evenwel geen in ruime kring aanvaard motief van sociale billijkheid aanwijsbaar, op grond waarvan men dit begrip begrotingsevenwicht tevens als normatief begrip zou kunnen hanteren.Google Scholar
  4. 4).
    Ik noem hier in het bijzonder de geschriften van: F. de Roos (Condities voor monetair evenwicht, De Economist, Mei 1954), J. G. Koopmans (Beschouwingen naar aanleiding van het Bankverslag 1953. Economisch-Statistische Berichten, 9 en 30 Juni 1954), M. W. Holtrop (Het criterium voor de localisering van monetaire storingsverschijnselen, E.-S. B., 1 en 8 September 1954;De interpretatie van monetaire verschijnselen, E.-S. B., 15 December 1954), J. A. Links en J. Tinbergen (Is er in Nederland inflatie?, E.-S. B., 6 October 1954), H. J. Witteveen (Inflatie, revaluatie en de Millioenennota 1955, E.-S. B., 29 September 1954;De nionetaire interpretatie van onze economische ontwikkeling, E.-S. B., 3 November 1954;Monetaire begrippen en monetaire normen, E.-S. B., 9 Februari 1955), J. Tinbergen (Was 1954 inflatoir?, E.-S. B., 1 December 1954), J. W. de Pous (Het monetair nationaal overzicht, E.-S. B., 11 November 1953), H. W. J. Bosman (Enkele beschouwingen over het monetair overzicht, Maandschrift Economie, Maart 1954), J. Tinbergen en D. B. J. Schouten (Die Anwendung des Nationalbudgets zur Beurteilung der Währungslage, Wirtschaftsdienst, April 1954). Voorts zijn in dit verband van betekenis: de reeds in 1948 verschenen studie van J. G. Koopmans,Rentevoet, monetair evenwicht en deblokkering (N. J. Polak-bundelWeerspiegelde Gedachten), de studie van 1948 van J. Zijlstra,De omloopssnelheid van het geld en zijn betekenis voor geldwaarde en monetair evenwicht, de na-oorlogse drukken van G. M. Verrijn Stuart,Geld en Crediet en F. J. de Jong,De werking van een volkshuishouding, 1953.Google Scholar
  5. 5).
    Bent Hansen,A study in the theory of inflation, 1951.Google Scholar
  6. 6).
    Een lofwaardige uitzondering wordt gevormd door de na-oorlogse drukken van het bekende leerboek van G. M. Verrijn Stuart,Geld en Crediet, waarin weliswaar aan de waardevastheid van het geld nog steeds meer aandacht wordt besteed dan aan het monetaire evenwicht, maar waarin toch het vraagstuk van het monetaire evenwicht, zoals dat na de oorlog in Nederland aan de orde is gekomen, uitdrukkelijk wordt behandeld.Google Scholar
  7. 7).
    Weliswaar hebben reeds vroeger zowel Wicksell als Von Hayek aandacht geschonken aan de vergelijking tussen „Geldwirtschaft” en „reine Tauschwirtschaft” en de betekenis daarvan voor de invloed van het geld op het economische proces, maar van een eigenlijke elementaire analyse was bij hen op dit punt nog geen sprake. Wicksell beperkte zich tot een vergelijking van de kapitaalmarkt in de twee soorten volkshuishouding. Von Hayek stelde, zonder nadere analyse, dat de specifiek monetaire invloeden op het economische proces zich beperken tot de invloed van veranderingen in het geldvolume; later voegde hij daar de invloed van veranderingen in de omloopsnelheid aan toe.Google Scholar
  8. 8).
    In dit verband wil ik er terloops op wijzen, dat het strikt theoretisch niet juist is om, zoals bijv. Zijlstra doet, te stellen: „Een toestand van full employment kan slechts plaats maken voor een toestand van under-employment door een verbreking van het monetaire evenwicht” (J. Zijlstra,De omloopssnelheid van het geld in zijn betekenis voor geldwaarde en monetair evenwicht, 1948, blz. 229). Men kan zich de overgang van een toestand van „full employment” naar een toestand van „under-employment” in theorie ook denken in een „reine Tauschwirtschaft”, waar door gebrek aan ondernemerslust goederenvraag en goederenaanbod een synchrome daling te zien geven en het niveau van productie-omvang en werkgelegenheid dienovereenkomstig ineenschrompelt. Zo gezien is een toestand van „under-employment equilibrium” uit monetair oogpunt niet, zoals Zijlstra stelt, een „relatieve evenwichtspositie” (blz. 229) of zelfs een „toestand van deflatie” (blz. 230), maar een toestand van monetair evenwicht, even goed als een „full-employment equilibrium”. Wel moet men zich er anderzijds van bewust zijn, dat in een „Geldwirtschaft” de niet-monetaire contractie-en expansieverschijnselen t.a.v. de werkgelegenheid in hun intensiteit en snelheid sterk worden beïnvloed door de niet-neutrale werking van het geld. Zoals wij nog nader zullen zien, is daarin juist een belangrijk argument gelegen voor het hand in hand doen gaan van werkgelegenheidsbeleid en monetair beleid.Google Scholar
  9. 9).
    Ten tijde van de publicatie van Koopmans' studie over de neutraliteit van het geld was de term monetair evenwicht nog weinig bekend. Voor zover mij bekend is deze term voor het eerst gebruikt door Myrdal in zijn in 1931 gepubliceerde artikelOm Penningteoretisk Jämvikt. In dezelfde tijd gebruikte Keynes (in zijnTreatise on Money van 1930) de verwante term „equilibrium of the purchasing power of money”. De terminologie in Koopmans' studie was sterk beïnvloed door de Duitse literatuur, waarin sinds de inflatieperiode na de eerste wereldoorlog het vraagstuk van de „Neutralität des Geldes” veelvuldig werd behandeld.Google Scholar
  10. 10).
    Hier te lande is de constante MV als criterium voor monetair evenwicht destijds verdedigd door G. M. Verrijn Stuart in zijn bekende leerboekGeld en Crediet. In de latere drukken van dit boek heeft Verrijn Stuart evenwel zoveel noodzakelijke correcties op dit criterium naar voren gebracht, dat men deze auteur thans niet meer als aanhanger van de zienswijze van Von Hayek mag beschouwen.Google Scholar
  11. 11).
    J. Zijlstra,De omloopssnelheid van het geld en zijn betekenis voor geldwaarde en monetair evenwicht, 1948, blz. 218 e.v.Google Scholar
  12. 12).
    H. J. Witteveen,De monetaire interpretatie van onze economische ontwikkeling, Economisch-Statistische Berichten, 3 November 1954, blz. 869.Google Scholar
  13. 13).
    H. J. Witteveen,Monetaire begrippen en monetaire normen, Economisch-Statistische Berichten, 9 Februari 1955, blz. 105.Google Scholar
  14. 14).
    H. W. J. Bosman,Enkele beschouwingen over het monetair overzicht, Maandschrift Economie, Maart 1954, blz. 266–267.Google Scholar
  15. 15).
    J. G. Koopmans,Zum Problem des neutralen Geldes, blz. 303.Google Scholar
  16. 16).
    F. de Roos,Condities voor monetair evenwicht, De Economist, Mei 1954, blz. 321–338.Google Scholar

Copyright information

© Kluwer Academic Publishers 1955

Authors and Affiliations

  • C. Goedhart

There are no affiliations available

Personalised recommendations