De Economist

, Volume 38, Issue 1, pp 708–720 | Cite as

Een Leerboek van Protectionisme

  • A. Beaujon
Article
  • 19 Downloads

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatur

  1. 1).
    De jongste uitingen van het anti-protectionisme in Nederland, door Armand Diepen. Gorinchem. J. Noorduyn en Zoon, 1889.Google Scholar
  2. (1).
    Niet voor de prijzen die men met chèques etc. betaalt? Blijven deze gelijk, terwijl de détailprijzen stijgen?Google Scholar
  3. (2).
    Zie de plaats uit dos heeren Diepen's brochure: “Graanrechten, Broodprijzen, Loon en nog wat Economie” die de heer Diepen overdrukt op blz. 276 van zijn onderhavig werk.Google Scholar
  4. (1).
    Daarvan nog één staaltje; ik zwijg overigens liever over zóó uiterst onaangenaam onderwerp. Waar ik in mijn werkje: “Handel en Handelspolitiek” op blz. 112 sqq. betoogde, dat elke daling der wisselkoersen, óók al wordt het goudpunt niet bereikt, in alle of vele exportbedrijven sommige operatien die bij hooger koersen zouden zijn mogelijk geweest, onmogelijk maakt —de lezer gelieve zich s. v. p. te overtuigen, of ik iets méér beweer — daar gaat de heer D. mij als volgt te lijf (blz. 303) “Zou de heer B. dan niet de “beleefdheid willen hebben, om de uitvoerindustriën te noemen, die “bij elke voorbijgaande fluctuatie van den wisselkoers — want “Mr. B. zal het moeten toegeven, ook in landen waar de nijverheid niet “besehermd wordt fluctueert de koers — uitgebreid of ingekrompen “worden, opkomen of verdwijnen? Waar zou het met de industrie “van een volk heen, indien het geringste koersverschil zulk een ontzet-“tende macht bleek te hebben?” Ik spatiëer de woorden waarin de heer D. mijne beweringen overdrijft of mij laat zeggeu wat ik niet zeide; en verzoek den lezer, die er belang in mocht stellen, mijne woorden daarnaast te leggen. Doch afgezien hiervan, meen ik met het oog op de eischen van 't gezond verstand te moeten protesteeren tegen den hiergestelden eisch: noem man en paard. De heer D. weet evengoed als ik, dat dit, in zake als deze, volslagen onmogelijk is. Niemand heeft inzage in alle koopmansboeken en in de berekeningen van alle handelaren en industrieelen; niemand kan zeggen, hoeveel operatien in eenigen tak van bedrijf, door koersverschillen, of door welke andere speciale oorzaak dan ook, zijn tegengehouden of in het leven geroepen. Ik zou evengoed den heer D. den eisch kunnen stellen, dat hij, uit de economische geschiedenis, 't zij van Nederland of van eenig ander land, eene fluctuatie van den wisselkoers op het buitenland aantoone van welke hij, uit feiten, statistieken of koopmansboeken, stellig en onafwijsbaar kan aantoonen dat zij niet in verband heeft gestaan met eenig tijdelijk surplus van goederen-in- of uitvoer. Met dergelijke eischen maakt men indruk op al wie in economische zakeu geen begrip van methode heeft, en de stof niet genoeg beheerscht om te beseffen wáár de grenzen liggen onzer feitenkennis. Maar raadselachtig is 't mij, hoe zóó een man kan spreken die, in zijne voorrede, zichzelven een diploma uitreikt wegens “langdurige, ernstige en onpartijdige economische studie.” Ik mag niet onopgemerkt laten, dat de heer Diepen uit het hier door mij gekozen voorbeeld eener voorbijgaande en niet sterke fluctuatie der wisselkoersen, zonder reden die ik zien kau, afleidt dat, volgens mij, geene grootere fluctuatien kunnen vóórkomen! Of juister, volgens hem verzeker ik, dat de betalingsbalans van een land, dat “een overschot van uitvoer heeft “in evenwicht moet komen, alvorens goud kan binnenstroomen” (blz. 327). De schr. voegt er bij, dat dit laatste “voorzeker sterk is.” Ik zeg liever: het is volslagen onzin, maar een onzin dien de heer D., naar ik mij vlei, mij in geen geschrift van mijne hand zal kunnen aantoonen. Wat verstaat de heer Diepen toch onder “het in evenwicht zijn der betalingsbalans”? Tot dusverre verstond men daaronder een toestand waarbij credit en debet tegenover het buitenland elkaar geheel of nagenoeg dekken, de wissel dus nagenoeg of juist pari staat en zeer zeker geen metaalbeweging plaats vindt. Te spreken van het binnen-of wegvloeien van goud bij eene in evenwicht zijnde betalingsbalans, is eene dier verbijsterende contradictien in terminis, die men bij dilettanten door de vingers ziet, maar die na “ornstige economische studien” verwondering wekken. Indien ik werkelijk beweerd had, dat de betalingsbalans altijd zonder metaalbeweging in evenwicht moet komen, zou ik beweerd hebben dat elke metaalbeweging onmogelijk is. Is dit, wat de heer Diepen mij toedicht?Google Scholar
  5. 1).
    De heer Diepen zal wel zoo goed willen zijn mij niet te verwijten, dat ik in navolging van 'tgeen ik in hem laak, mijn eigen werk eiteer. De “Jaarcijfers” maak ik niet; zij bevatten slechts cijfers, die ik uit officieele bescheiden overneem.Google Scholar
  6. 2).
    Ik neem natuurlijk de in- en uitvoeren, die op de betalingsbalans van invloed moeten zijn; de invoeren van 'tgeen hier verbruikt en aan het buitenland betaald, de uitvoeren van 'tgeen hier aan het buitenland geleverd en door het buitenland betaald is.Google Scholar
  7. 1).
    Het wezen der productiviteit van den arbeid, en het verband tusschen die productiviteit en de arbei lsbelooning, is een dier vele punten waaromtrent het bij uitstek moeilijk is, in des heeren Diepens gedachtensysteem of samenhang te outdekken. Soms hangt de belooning van den arbeid bij hem af van de moeite die hij kost, en schijnt het daarvoor onverschillig te zijn of de arbeid productief is en of er vraag is naar zijn product (blz. 238, de vier laatste regels). Op blz. 236/7 decreteert schr. ('t is niet een der minst verbazingwekkende beweringen in zijn boek) dat de productiviteit van den Engelschen arbeid “niet in belangrijke mate verhoogd kan worden, omdat zij reeds als 't ware haar toppunt bereikt heeft” — terwijl in Nederland de arbeid nog veel productiever kan worden.Google Scholar

Copyright information

© Kluwer Academic Publishers 1889

Authors and Affiliations

  • A. Beaujon

There are no affiliations available

Personalised recommendations