Advertisement

De Economist

, Volume 39, Issue 1, pp 835–849 | Cite as

Zegers, Het opiumvraagstuk. —Elout, De opiumvloek op Java

  • J. K. W. Quarles van Ufford
Koloniale Kroniek Koloniale Literatuur

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

References

  1. 1).
    Niet alles evenwel. Het Alg. Handelsblad, dat in zijn nummer van 13 September. Zegers studie warm aanbeval, noemde reeds enkele door den schrijver onvermeld gelaten stukken en haalde eenige woorden aan uit mijne in 1854 in “De Recensent” geplaatste beenrdeeling van Brumund's “Indiana”, waarin ik mij toen roods (en ik deed het menigmaal later in de Kol. Kron. en olders) togen het Opiumpachtstelsel verklaarde. Brumund's werk nu en de Kol. Kron. bleven in Zegers'boek onvermeld. Dit wordt volstrekt niet gezegd em hem daarvan conigzins een verwijt te maken. Hij kon onmegelijk alles lezen. Het bewijst slechts dat zijue reeds groote wolke van getuigen tegen de opiumpacht nog heel wat grooter had kunnen werden.Google Scholar
  2. 1).
    Liever lazen wij: van vele.Google Scholar
  3. 1).
    Elout bewijst het ook nader. Dat zoo iets, helaas! al van ouds plaats had, bewijzen de “Maatregelen tegen morshandel in opium”, op 2 Juni 1758 door den Gouverneur-Generaal Massel genomen Zie “Ned. Ind. Plakaatboeke”, 7e deel, blz. 265.Google Scholar
  4. 1).
    Zie blz. 501 en volg. van het 2e doel, 2e stuk, waar hij a. tegen Prof. Cort van der Linden een hoogen jeneveraceijns verdediet als middel em het debiet te belemmeren en tot de conclusie kelnt onthoud U van accijns-verlaging.Google Scholar
  5. 2).
    Een deel dat op Java zelfs op verre na niet algemeen wordt bereikt. omdat de smekkelaars voor debiet tegen lage prijzen weten te zorgen.Google Scholar
  6. 1).
    Zie ep blz 436-waarop bepaald de aandacht wordt gevestigd om het resumé dat daar wordt gegeven-hoe Zegers, die blijkens menige plaats uit zijn beek, zie o. o. p. 462, nog altijd groote verwachtingen van den Minister K. bleef koesteren, do wordon. van den Minister K. tegenover die van het Kamerlid K. plaatst.Google Scholar
  7. 2).
    Dat de tegenwoordige Minister van Kolonien daarvoor ruimer geldmiddelen beschikbaar stelt, zal zeker door vele lezers der Memorie van Antwoord op hot Voorloopig Verslag der Tweede Kamer ver de Indische Begrooting voor 1891 met gemegen zijn vernomen.Google Scholar
  8. 1).
    Met belangstelling zal dan nok door velen uit de zen even in de noot aangehaalde Memorie van Antwoord zijn vernemen dat aan het stolsel van verboden kringen weder uitbreiding werd of zal worden gegeven.Google Scholar
  9. 1).
    Waarom, is ons oen raadsel. De publieke zaak moet publiek behandeld werden. Het geldt hier ongetwijeld een hoogst gewichtie publiek belang. Dadelijk zal blijken dat geheimhouding tooh niet werd verkregen.Google Scholar
  10. 2).
    De beslissing zelve of het pachtstelsel al dan niet door een ander stelsel zal worden vervangen, zal, en dit is begrijpelijk waar het eene zoo gewichtige zaak geldt, nog wel eenigen tijd uitblijven. Uit de Memorie van Antwoord toch op het Voorloopig Vorslag zien wij dat het rapport van den heer Groeneveldt, opium-regie aanbevelende, bij de Indische regeering in onderzoek is en dat het opperbestuur geene beslissing kan nemen alverens uit Indië definitieve voorstellen te hebben ontvangen. Uit het rappert zeli, waarvan een vijftal exemplaren aan de Tweede Kamer zijn overgelegd, kon de schrijver der “Indische brieven” in het “Alg. Handelsbladn van 13 November reeds eenige mededeelingen doen, ond, and deze. dat de heer Groeneveldt aanraadt geene proef te nomen met de invoering van hot regiestelsel, gelijk de vorige Minister verlangde, maar terstond over te gaan tot algemeenen verkoop van Staatswege, althans wat Java en Madoera betreft. Ook in de “Indische Tolku komen modedeelingen uit dat nog niet publiek verkrijgbaar gesteld rapport voor, uit “De Locomotief”, overgenomen. Uit die Memorie blijkt verder dat het der Regeering, hier en ginds, thans ernst schijnt om, in afwachting der beslissing betreffende het al dan niet beheulen van het pachtstelsel, tot vermindering van het Opiumverbruik te geraken. Bij Ordonnantie in Ind. Stbl. 1890, no. 121, is uitbreiding gegeven aan het stelsel der verboden kringen. Aan don last, tijlens het ministerie Keuohenius gegeven, tot opruiming van onwettige kitten en tot bestrijding van verkoop buiten de wettige verkoopplaatsen, wordt streng de hand gehouden. Aan de ambtonaren is te kennen gegeven dat van hun plichtbesef wordt vertrouwd dat de bedoelingen der Regeering verwezenlijkt zullen worden; dat de bepalingen tegen verkoop buiten de kitten mot gestrengheid meeten worden gehandhaafd en de misbruiken met wortel en tak moeten uitgeroeid worden, enz. Bij het nieuwe reglement op de opiumpacht. Ind. Stbl. 1890 n0 149, handhaafde de Regeering dat standpunt. Meer geld is aangevraagd tot handhaving dier bepalingen. Meer geld zal worden aangevraagd tot aankoop van snelvarende stoomschepon tot tegengang van den smokkelhandel, enz. Dat alles verdient voorzeker lof en getuigt van goeden wille. Of het echter veel baten zal zoolang de oorgzaak van al het kwaad, het pachtstelsel met de daarvan onafscheidelijke gruwelen en inmenging der Chincezen, blijft bestaan? ... Twijfel schijnt gerechtvaardigd.Google Scholar
  11. 1).
    Men denke o. a. aan den nog steeds schatten verslindenden Atjch-oorlog, aan den laatsten zoo allertreurigsten koffenogst, aan den nict te weerspreken sterken achteruitgang der kofficultuur.Google Scholar
  12. 2).
    Al zou aan den heer de Roo, zie diens artikel: “Het nieuwe Opium-reglement van Java en Madoeran in “de Indische Tolke van 7 October jl., kunnen worden toevegeven dat daarbij eenige verbetoringen zijn ingeveerd.Google Scholar
  13. 3).
    Hij nam de leiding op zieh van het gesticht vom Epileptiei te Heemstede bij HaarlemGoogle Scholar
  14. 1).
    Onwedersprekelijk?Google Scholar
  15. 1).
    Hierop dient uitdrukkelijk gelet omdat in den allerlaatsten tijd geruchten leipen dat in Cochin-China het regiestelsel weder zou worden verlaten. Mocht dit al het goval zijn, lan zou daaruit nog geene gevolgtrekking voor Java moren wordent gemaakt emdat voon dat hand iets gehoel anders wordt benoogd.Google Scholar
  16. 1).
    Volgens hetgeen de schrijver der “Indische Brieven” in “Alg. Handelsblad” van 18 November uit het rapport-Groeneveldt mededeelt komen diens voorstellen vrij wel met die van. Elout overeen. Zeker eene groote voldoening voor dezen.Google Scholar
  17. 2).
    Het “Vaderland” bespreokt tevens het rapport-Groeneveldt naar aanleiding van hotgeen er over in Indische bladen voorkomt en komt ook tegen de geheimheuding op.Google Scholar

Copyright information

© Kluwer Academic Publishers 1890

Authors and Affiliations

  • J. K. W. Quarles van Ufford

There are no affiliations available

Personalised recommendations