De Economist

, Volume 111, Issue 12, pp 848–873 | Cite as

Boekbesprekingen

  • W. DreesJr.
  • F. L. Van Muiswinkel
  • J. Ph. Wolff
  • W. C. F. Bussink
  • A. A. van Rhijn
  • P. E. Venekamp
  • H. A. J. F. Misset
  • N. Tiemstra
  • R. A. De Widt
  • Brüll
Article
  • 16 Downloads

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

References

  1. 1.
    Bv. het C.O.P.-rapport „Universitaire opleiding voor leiding en organisatie van bedrijven” (1962), Daniëls, Van de Laar, Van Ginneken, „Nederlandse Ingenieurs over Opleiding voor niet-technische taakaspecten” (1962), Rapport Commissie-Neher, „Technische studie en Maatschappij-wetenschappen” (1963); verder de artikelen van A. Wattel in E.-S.B. van 9 jan. en 8 mei 1963 en natuurlijk de Economistenlanddag 1963.Google Scholar
  2. 2.
    T. J. Bezemer, „De beslissende factor in bestuur en organisatie” (Diesrede N.E.H., 1961).Google Scholar
  3. 3.
    „Het aardige van de economie”, blz. 164, F. L. Polak, „Het hoger onderwijs op de helling of op een hellend vlak?” (Afscheidscollege N.E.H. 1961).Google Scholar
  4. 4.
    De Woot beroept zich hier op Hennipman; deze komt echter tot enigszins gennanceerder conclusies („Monopoly: Impediment or Stimulus to Economic Progress” in „Monopoly and Competition and their Regulation”, London, 1954).Google Scholar
  5. 5.
    W. J. Baumol, „Business Behavior, Value and Growth” (New York 1959).Google Scholar
  6. 6.
    F. Rexhausen, „Der Unternehmer und die volkswirtschaftliche Entwicklung” (Berlie, 1960).Google Scholar
  7. 7.
    Behalve het bock van Rexhausen, ook bv. W. R. Maclaurin, „The Process of Technological Innovation: The Launching of a New Scientific Industry” (The Am. Ec. Rev. Vol. XL, 1950), A. P. Usher, „Historical Implications of the Theory of Economic Development” (in „Schumpeter Social Scientist”, Cambridge, Mass. 1951), Mohd. Shabbir Khan, „Schumpeter's Theory of Capitalist Development” (Alighari, India, 1957), M. Gottlieb, „The Ideological Influence in Schumpeter's Thought” (Zeitschrift f ür Nationalökonomie, 1959).Google Scholar
  8. 8.
    „Economic Theory and Entrepreneurial History” (Cambridge, Mass., 1949), herdrukt in Essays of J. A. Schumpeter, bezorgd door R. V. Clemence, Cambridge, Mass., 1951.Google Scholar
  9. 1.
    blz. 61–62.Google Scholar
  10. 2.
    Intussen is blijkens de Volkskrant van 1 en 22 juni van dit jaar het gehele probleem door een televisie-rede van de Bossche bisschop Mgr. Bekkers in ons land opnieuw in discussie gebracht.Google Scholar
  11. 3.
    Misschien mag ik hiervoor wijzen naar mijn artikel over dit onderwerp in de E.S.B. van 30 januari van dit jaar.Google Scholar
  12. 1.
    Vgl. Huishoudrekeningen 1959/'60. Zeist, 1962.Google Scholar
  13. 1.
    Het is kenmerkend, datėén van de laatste moraalfilosofen, die zich met economie bezighouden, uit Schotland afkomstig is: W. D. Lamont, The Value Judgement, Edinburgh 1955.Google Scholar
  14. 2.
    op. cit., blz. 1.Google Scholar
  15. 3.
    S. E. Toulmin, An Examination of the Place of Reason in Ethics, Cambridge (Eng.) 1950.Google Scholar
  16. 4.
    op. cit., blz. 19.Google Scholar
  17. 5.
    op. cit., blz. 11.Google Scholar
  18. 6.
    Zie A. Meij, „Enige critische beschouwingen over de leer der organische winstcalculatie” in 1924 MAB 1960, deel I, Purmerend 1961, blz. 207 e.v. (oorspronkelijk in Maandblad voor Accountancy en Bedrijfshuishoadkunde 1931).Google Scholar

Copyright information

© De Erven F. Bohn N.V. 1963

Authors and Affiliations

  • W. DreesJr.
  • F. L. Van Muiswinkel
  • J. Ph. Wolff
  • W. C. F. Bussink
  • A. A. van Rhijn
  • P. E. Venekamp
  • H. A. J. F. Misset
  • N. Tiemstra
  • R. A. De Widt
  • Brüll

There are no affiliations available

Personalised recommendations