Advertisement

De Economist

, Volume 3, Issue 1, pp 149–156 | Cite as

Boekbeoordeeling

Article
  • 11 Downloads

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

References

  1. (*).
    Zie Economist, 1853, pag. 128.Google Scholar
  2. (*).
    Gaarne voldoen wij bij deze gelegenheid aan een verzock tot plaatsing der navolgende regels van den Heervan Heel, schrijver van een artikel over Spaarbanken en Banken van Leening, Economist, 1583, p. 357, welk artikel in het genoemde werkje van den Heerv. d. Heim wordt aangehaald. Betreffende hetgeen de Heer Mr.v. d. Heim schrijft, bl. 36 en 37 ...„het blijft de vraag of werkelijk algemeen is geblcken,dat moeijelijke en dure tijden weinig invloed op den toesland der Leenbanken plegen uit te oefene” — dient, tot voorkoming van twijfel nopens dit punt, te worden aangemerkt, dat tot bewijs, de statistiekniet van eene enkele Bank (die te 's Gravenhage,) maarvan al de Banken van Leening is geraadpleegd. — (Over Spaarbanken en Banken van Leening, met de bijgevoegde opgave uit het Regerings-armenverslag, zie Economist, 1852, No. 12.) Wijders, wat bij den geachten S. voorkomt, bl. 50 vlg. dat, namelijk, de vraag gerezen is, of niet het kapitaal der Hulpbanken op meer doelmatige wijze zou te vinden zijn, door die Inrigtingen meer in verband te brengen, het zij met de Spaarbanken, het zij met de Banken van Leening, hoe wenschelijk dit ook voor de Spaarbanken, en zelfs ook voor sommige Banken van Leening wezen moge, gelooven wij echter niet, dat hiervan, in den regel, wat de laatstgenoemde inrigtingen betreft, sprake kan zijn.— Zoo er intusschen vele B. v. L. zijn die van een genoegzaam, enkele zelfs, die van een overvloedig reservefonds zijn voorzien, is het daarentegen te betreuren dat de groote meerderheid dier inrigtingen, veelal op kleinere plaatsen gedreven, van alle fondsen verstoken zijn, ten gevolge waarvan zij, — soms nog welmet veel moeite, wegens het geringe getal gegadigden,— moeten worden verpacht. Deze aan de winzucht van partikulieren te onttrekken, door ze van de noodige gelden te voorzien, blijft hoogstwenschelijk. Daartoe strekt het voorstel in bovengemeld stuk, namelijk: om door onderlinge verbinding der Spaarbanken, deze,in eigen welbegrepen belang, in staat te stellen, uit haar vereenigd fonds aan de hier bedoelde Banken van Leening, het benoodigde kapitaal te verschaffen. — Het onderwerp is belangrijk genoeg, om er de aandacht op te vestigen, ook van den S., wiens wenschen, ten aanzien o. a. eener verbinding van de Spaar- met de Hulpbanken op kleine plaatsen, bl. 35, zeer de behartiging verdienen. v. H.Google Scholar

Copyright information

© J. H. Gebhard en Comp. 1854

Personalised recommendations