Advertisement

De Economist

, Volume 61, Issue 2, pp 720–733 | Cite as

Een en ander uit de geschiedenis der Staatspensioenfondsen voor de burgerlijke ambtenaren

  • H. T. Hoven
Article
  • 15 Downloads

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

References

  1. 1).
    De groote sterfte in 1911 is v.n.l. veroorzaakt door de belangrijke kindersterfte, een gevolg van den buitengewoon warmen zomer.Google Scholar
  2. 1).
    In de regeling van het pensioenfonds der gemeente Amsterdam is nog voorgeschreven: De voor belegging beschikbare baten van het fonds worden gebruikt tot inkoop van Gemeenteschuld.Google Scholar
  3. 1).
    In begin Juni 1912 was de koers van de certificaten 2 1/2 pCt. Nat. W. S., 67 1/2 pCt., der 3 pCt.: 8085 pCt.; op 31 December 1910 resp. 7285 en 88 1/2 pCt.Google Scholar
  4. 1).
    Dit getal geldt voor 31 December 1907, toen de gezamenlijke gemeenten 37946 mannelijke en 5318 vrouwelijke ambtenaren in dienst hadden.Google Scholar
  5. 1).
    Op ulto December 1910 bedroeg het aantal onderwijzers aan het openbaar en bizonder onderwijs: 23562, waaronder 8001 vrouwen, het getal burgerlijke ambtenaren 30.809 waaronder 1639 vrouwen.Google Scholar
  6. 1).
    Hierbij is niet gerekend op een nieuwe verhooging der weduwenpensioenen.Google Scholar

Copyright information

© Kluwer Academic Publishers 1912

Authors and Affiliations

  • H. T. Hoven

There are no affiliations available

Personalised recommendations