De Economist

, Volume 50, Issue 1, pp 336–373 | Cite as

Wie moet het Limburgsche Steenkolenbekken ontginnen?

  • N. M. H. Doppler
Article
  • 15 Downloads

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

References

  1. 1).
    Met verwondering las ik in het voorloopig verslag, (Zitting 2e Kamer der Staten-Generaal 1900–1901 No 159): «Ook volgens de thans vigeerende mijnwet komt de beschikking over zoodanige rijkdommen (d. w. z. rijkdommen, die in den grond verborgen zijn) toe aan den Staat.» Uit welk artikel der mijnwet van 1810 deze uitspraak gehaald kan worden, is mij tot nu toe een raadsel gebleven. En de geest van diezelfde wet, die juist het tegenovergestelde beoogt, kan mij evenmin een verklaring geven.Google Scholar
  2. 1).
    Ik meen dat de prijs van 35 Mark voor goed in te richten boringen veel te laag gesteld is, en geen serieuze ondernemers voor dit bedrag boringen zullen willen verrichten.Google Scholar
  3. 1).
    Waar de Commissie voor aankoop van terreinen, het maken van eenige verkenningswerken en het drooghouden der tunnels f 50.000 begroot, vermeld ik hier dat de aanvragers voor een zekere commissie voor provisioneelen aankoop van terreinen reeds f 52.000 besteed hebben, terwijl drooglegging, omheining en prise d'eau op f 60.000 geraamd worden.Google Scholar
  4. 1).
    In verband hiermede is het misschien niet ondienstig te melden, dat juist het noordelijk gedeelte van het Limburgsche bekken, waarin het eerste Staatsveld zou genomen worden, ten gevolge der onophoudelijke afwisseling van het jongere terrein (vette klei, zand, kiezel, klei, zandige klei etc.) voor het bevriessysteem hoogstwaarschijnlijk niet geschikt is. In het zuiden werkt dit systeem oneindig beter wijl men daar haast onafgebroken zand aantreft, die regelmatiger, beter en vaster bevriest. De afwisseling, als boven genoemd, gepaard aan de grootere diepte, zullen hoofdbezwaren blijken voor het reüsseeren naar het systeem Poetsch. De daar in het noordelijk gedeelte voorkomende diepten van 220 tot 360 Meter zijn met dit systeem nog niet bereikt. Alles heeft zijn grenzen.Google Scholar
  5. 1).
    De «Revue universelle des Mines etc.» zegt omtrent deze productie, in een artikel, onderteekend A. H. «D'après ces chiffres le Gouvernement hollandais ne serait disposé à faire qu'un timide essai d'exploitation, car une installation de l'importance indiquée est absolument disproportionnée à l'étendue et à la richesse du terrain que l'Etat se réserve. La presse allemande ne déguise pas la satisfaction qu'elle éprouve de la solution proposée et de cette mise en valeur officielle et peu active de l'immense richesse minérale découverte en Hollande, qui pouvait devenir une concurrence redoutable pour les charbons allemands.»Google Scholar
  6. 1).
    Zie uitgebreider hierover de brochure van Mr. A. Nielant.Google Scholar
  7. 1).
    Ik verwijs ten overvloede hiervoor naar het rapport van den heer Ingenieur der mijnen, zie bijlage V (Rapport der Commissie). «Beredeneerd overzicht van de samenstelling van het Limburgsche steenkolenbekken.»Google Scholar
  8. 1).
    Volgens het Voorloopig Verslag hebben de voorgespiegelde winsten reeds eenige 2de Kamerleden zóó voor de oogen gezweefd, dat zij de reeds geconcessioneerde velden ook nog «verstaatlichen» willen.Google Scholar
  9. 1).
    Voor deskundigen zal de beoordeeling aan wien bij het groote aantal aanvragers de concessie te verleenen, geen bezwaar opleveren. Ieder onbevooroordeeld mijnkundige zal onmiddellijk de rechtmatige aanvragers kunnen aanwijzen.Google Scholar

Copyright information

© Kluwer Academic Publishers 1901

Authors and Affiliations

  • N. M. H. Doppler

There are no affiliations available

Personalised recommendations