Advertisement

De Economist

, Volume 102, Issue 1, pp 250–277 | Cite as

Enige problemen samenhangend met het vormen van een gemeenschappelijke markt in Schuman-Europa

  • J. Wemelsfelder
Article
  • 21 Downloads

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatur

  1. 1).
    Voor een berekening van het kwantitatieve gevolg van de afschaffing der invoerrechten in het Schuman gebied moge verwezen worden naar het prae-advies van Prof. Dr. P. Verdoorn voor de Vereniging v. Staathuishoudkunde 1952.Google Scholar
  2. 2).
    Zie i.h.b. het rapport van de commissie-Tinbergen voor de K.S.G. terzake van uit de omzetbelasting voortvloeiende vraagstukken op de gemenschappelijke markt van Maart 1953.Google Scholar
  3. 3).
    Door de toekenning van een Harvardpost-graduate scholarship is het schrijver mogelijk geweest een uitgebreide studie te maken van de gemeenschappelijke markt in de Ver. Staten. Zeer veel steun is hem daarbij gegeven door Prof. Samuelson, met wie hij over verschillende problemen uitvoerig van gedachten kon wisselen. Vast staat, dat in de Ver. Staten de gemeenschappelijke markt in veel mindere mate verwezenlijkt is dan men in Europa doorgaans aanneemt.Google Scholar
  4. 4).
    Voor enkele theoretische beschouwingen over het vrij verkeer van kapitaal en personen kan verwezen worden naar: Meade-Problems of Economic Union, Ch. III, 1953. Tinbergen: The equalisation of prices between free trade-areas, Metro-economica 1949. Laursen: Production functions and the theory of international trade American Econom. Review 1952.Google Scholar
  5. 5).
    Berekend uit de desbetreffende landelijke statistieken en geverifieerd aan de cijfers van C. Clark (Conditions of Economic Progress). Uiteraard mogen — gezien de statistische moeilijkheden — deze cijfers niet te absoluut geïnterpreteerd worden. Zij geven slechts globaal enkele tendenties aan.Google Scholar
  6. 6).
    Er is hier natuurlijk gedacht aan de kostenstructuur voor bedrijfstakken in hun geheel en niet aan die van individuele ondernemers.Google Scholar
  7. 7).
    Die kan uiteraard zowel kapitaal zijn dat uit afschrijvingen is vrijgekomen als nieuw kapitaal dat in het kapitaalexporterende land gebruikt had kunnen worden voor een welvaartsverhoging in de toekomst.Google Scholar
  8. 8).
    Alle problemen die samenhangen met de transfer van interest (invloed op ruilvoet e.d.) zijn hier verder buiten beschouwing gelaten. (Verwezen kan o.m. worden naar Meade: The Balance of Payments). Ook op de aflossing van kapitaal is niet ingegaan.Google Scholar
  9. 9).
    Voor een uitvoerige analyse zie Knight, „Risk, Uncertainty and Profit”, pag. 100 e.v.Google Scholar

Copyright information

© De Erven F. Bohn N.V. 1954

Authors and Affiliations

  • J. Wemelsfelder

There are no affiliations available

Personalised recommendations