Advertisement

De Economist

, Volume 47, Issue 2, pp 613–637 | Cite as

Van kasboekhouding

Article
  • 16 Downloads

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

References

  1. 1).
    Dat het niet zoozeer om de betrekking als wel om de bevordering der comptabiliteit te doen was, blijkt uit het request waarin Zijne Majesteit verzocht werd: «de noodige bevelen te willen geven om de door mij samengestelde voorschriften te doen onderwerpen aan het oordeel van eenige deskundige en onpartijdige personen, en, indien mocht blijken dat die nieuwe voorschriften inderdaad beter zijn dan de thans viegeerende, hem adressant alsdan te willen benoemen tot President der Algemeene Rekenkamer in Ned. Indië en hem op die wijze in de gelegenheid te stellen zorg te dragen dat die voorschriften met alleen worden ingevoerd, maar ook behoorlijk worden toegepast.” Bl. 154–155.Google Scholar
  2. 1).
    „...; wanneer een boek geschreven wordt over een onderwerp, dat slechts aan een beperkten kring van deskundigen ten volle bekend is, en waarover dus weinigen een oordeel kunnen uitspreken, is het natuurlijk, dat de niet deskundige lezers, die in het onderwerp belangstellen, in de eerste plaats vragen wie en wat de schrijver is en of zijne antecedenten aanleiding geven om in hem een betrouwbaar gids te zien.” Bl. 12. — Op bl. 36 wordt nog herinnerd, dat de heer Van Iterson «nooit in de gelegenheid is geweest practische kennis van de boekhouding der algemeene ontvangers op te doen, daar hij noch bij de kasadministratie, noch bij de Inspectie van Finaciën werkzaam is geweest”.Google Scholar
  3. 1).
    „Daar ik behoor tot de personen, die door den heer v. I. bij voorbaat als verdacht zijn gesignaleerd en van wie zijns inziens geen zaakkundige en onpartijdige adviezen omtrent zijne ontwerpvoorschriften zijn te verwachten, heb ik gemeend zoo voorzichtig mogelijk te moeten zijn.” Bl, 31.Google Scholar
  4. 1).
    Zie ook Van Iterson bl. 10–11.Google Scholar
  5. 2).
    Ik herinner mij, dat daaronder b.v. behoorde een luie referendaris der Rekenkamer, die later na zijne pensioneering nog met den strafrechter heeft kennis gemaakt.Google Scholar
  6. 1).
    Bij Van Dorsser op bl. 59–60.Google Scholar
  7. 2).
    „Wij hebben hier te doen met de «rekening», die de Algemeene ontvangers aan de Algemeene Rekenkamer afleggen. Daarbij denkt men dan toch onwillekeurig aan één rekening, één stuk, dat een overzicht geeft van de geheele gestie door den ontvanger gevoerd gedurende den tijd, waarover de rekening loopt. Zulk een rekening is de jaarrekening ...” — „Verder wordt een rekening gemeenlijk geopend en gesloten met een saldo en hij, aan wien de rekening wordt afgelegd, geeft in den regel zijne goedkeuring daarvan te kennen door het saldo, waarmede de rekening sluit, als juist te erkennen.”.Google Scholar
  8. 1).
    „Daar art. 24 van de komptabiliteitswet wil, dat bij Koninklijk besluit worde geregeld hoe dikwijls per jaar de komptabelen aan de Rekenkamereene rekening moeten indienen”, zegt ook onvolledig de officieele toelichting, Bijblad van het Staatsblad van Ned.-Indië N0 2911.Google Scholar
  9. 1).
    In de Vragen van den Dag, 13e jaarg. afl. 6, Januari 1898, onder redactie van Dr. II. Blink (Amsterdam).Google Scholar
  10. 1).
    OOk bij Van Iterson bl. 11; maar daar staat voor op te merken „aan te merken”; voor partieele herziening „partieuliere herziening”.Google Scholar
  11. 2).
    Ook bij van Iterson bl. 11; doch evenmin weer niet letterlijk overgenomen; de cavalière manier van zeggen o. a. „ontworpen door Sprenger van Eijk” zou in een deftig verslag minder op zijne plaats zijn!Google Scholar
  12. 1).
    Bl. 269 der Handleiding tot de kennis van het Staats-en Administratief recht van Ned.-Indië. 4e druk (1895). — De spatieering in de aangehaalde woorden is van mij.Google Scholar
  13. 2).
    Zie Indische Staatsbladen 1880 N0 116, 1881 N0 194, 1883 N0 33, waaruit blijkt de veranderingen in de autt. 25, 53, 54, 55, 60.Google Scholar
  14. 1).
    Zie de Memorie van Toelichting dd. 1 September 1892 in de Bijlagen der Handelingen van de Tweede Kamer 1891–1892; 194.3.Google Scholar
  15. 1).
    Bijlagen als voren 1894–95; 108. 2–4.Google Scholar
  16. 2).
    Te weten de artikelen: 8, 11, 12, 13, 15, 17, 19, 20, 22, 24, 27, 29, 31, 39, 41, 45, 47, 49, 51, 60, 63, 65, 66, 71, 74, 78, 79, 80, 82, 85, 86, 87, 88, 89, 90, 91, 92, 94, 96.Google Scholar
  17. 1).
    Verg. Bijblad op het Staatsblad van Ned.-Indië N0. 3318.Google Scholar
  18. 2).
    Men zie ook over de personeelvermeerdering Van Iterson bl. 25–30. — Met hinderlijke onjuistheid beweert deze schrijver op bl. 6, dat het kader inspecteurs „voor geen enkel van de hen opgedragen werkzaamheden noodig is”. Dergelijke beweringen zijn niet geheel in overeenstemming met het aan het hoofd van zijn werk op bl. 7 gestelde motto van Byron: „I've learned to think and sternly speak the truth.” — Ook begaat de heer Van Iterson slag op slag zulke hinderlijke fouten in de niteenzetting van hetgeen bestaat, dat men zich onwillekeurig afvraagt, hoe het mogelijk is, dat iemand met groote heftigheid voor de vervanging van het bestaande optreedt, terwijl hij zelf er zich eigenlijk niet heeft ingewerkt. Zijne mededeeling, dat het Memoriaal van Inkomsten een van uitgaven is, — zie Van Dorsser in de noot op bl. 132 — is wezenlijk een misslag, die voldoende zou zijn om het vertrouwen in des schrijvers kennis en bevoegdheid tot oordeelen te schokken.Google Scholar
  19. 1).
    Zie Bijblad N0. 4450.Google Scholar
  20. 1).
    „Zij” — de ontvangers — „leveren dus de bouwstoffen voor de begrootingsrekening”. Bl. 58.Google Scholar
  21. 2).
    De sommen van f 130440 en f 64000, totaal f 194440 zijn uitgetrokken op de artt. 55 en 56 der begrooting van Uitgaven, hoofdstuk II, voor 1897 aan „Traktementen en toelagen voor bureelkosten van de inspecteurs en adjunct-inspecteurs van financiën, traktementen van de ambtenaren voor de belastingen en schrijfloonen voor de personeele belasting en het patentrecht aan de residenten van Batavia, Samarang en Soerabaya” en „Reis- en verblijfkosten van de inspecteurs en adjunct-inspecteurs van financiën, uitgaven voor de personeele belasting en het patentrecht, niet vallende in de omschrijving van artikel 55 en commissiegelden voor de opneming van kas-administratiën.”Google Scholar
  22. 1).
    Aan het „Weekblad voor Ned. Indië” heeft de schrijyer ontleend, dat in 15 jaar uit de landskassen werden «gestolen» f 1 millioen, waarbij nog komt 'n halve ton voor kosten van berechting dier diefstallen. Bl. 172.Google Scholar

Copyright information

© De Nederlandsche Boek- En Steendrukkerij 1898

Personalised recommendations