De Economist

, Volume 84, Issue 1, pp 727–739 | Cite as

Zuiderzee en Staat

  • H. N. ter Veen
Article
  • 25 Downloads

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

References

  1. 1).
    Dr. A. Beets, Het Noordzeekanaal, en de afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee. Een plan uit 1667. T. Kon. Ned. Aardr. G., 1921, blz. 253 v.v.Google Scholar
  2. 2).
    Prof. Mr. S. Vissering, Bespreking van: De Zuiderzee ... hare indijking en droogmaking. De Gids, 1849, deel II, blz. 668 v.v.Google Scholar
  3. 4).
    Kloppenburg en Faddegon, blz. 45.Google Scholar
  4. 5).
    id., blz. 48.Google Scholar
  5. 7).
    Ir. B. P. G. van Diggelen, De Zuiderzee, de Friesche Wadden en de Lauwerzee, hare bedijking en droogmaking. 409 blz. W. E. J. Tjeenk Willink, Zwolle, 1849.Google Scholar
  6. 8).
    Van Diggelen, blz. 365 v.v.Google Scholar
  7. 9).
    Dr. H. Blink, Geschiedenis van den boerenstand en den landbouw in Nederland. 2 dln. 1902. Deel II, blz. 310. Zie voorts De Nederlandsche landbouw in het tijdvak 1813– 1913, blz. 18 (Uitgave der Directie van den Landbouw, 1913); E. Baasch, Holländische Wirtschaftsgeschichte, 1927, blz. 492. Voorts Henriëtte Roland Holst, Kapitaal en arbeid in Nederland, 1932, blz. 88, 102 v.v. „De boertjes werden slapend rijk”.Google Scholar
  8. 10).
    Zie de instructieve cijfers en grafieken betreffende den loop van grond- en pachtprijzen in Nederland, opgenomen in het Verslag der Commissie-Lovink, 's-Gravenhage 1924, blz. 132 (voor Nederland sedert 1790) en blz. 208–246 (voor deelen van Nederland).Google Scholar
  9. 11).
    Ir. J. A. Beyerinck, Proeve van een ontwerp tot afsluiten, indijken, droogmaken en in cultuur brengen van een gedeelte der Zuiderzee. 52 blz. Gebr. Van Langenhuysen, 's-Gravenhage, 1866.Google Scholar
  10. 12).
    Het Voorloopige Verslag is opgenomen op blz. 13 v.v. van „Droog-making van het Zuidelijk gedeelte der- Zuiderzee”, uitgegeven in 1868 door de Ned. Maatsch. v. Grond-Krediet, bij Gebr. Van Langenhuysen. 274 blz. Hierin ook opgenomen de uitkomsten der geologische onderzoekingen van Dr. J. M. van Bemmelen, benevens de eerste bodemkaart der Zuiderzee. Het definitieve verslag van den Raad van Waterstaat verscheen in 1868, bij Van Weelden en Mingelen te 's-Gravenhage onder den titel „Verslag aan den Minister van Binnenl. Zaken over.... het ontwerp van den heer J. A. Beyerinck.” 238 blz.Google Scholar
  11. 13).
    Verslag, blz. 32.Google Scholar
  12. 14).
    Verslag, § 33; cursiveering door den Raad.Google Scholar
  13. 14).
    Verslag, § 33; cursiveering door den Raad.Google Scholar
  14. 15).
    Verslag, blz. 85, § 160.Google Scholar
  15. 16).
    Ir. L. T. van der Wal, Geschiedenis van de plannen tot afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee. 's-Gravenhage, 1923, blz. 19.Google Scholar
  16. 17).
    Bij Kon. Besluit van 4 Mei 1870, no. 1.Google Scholar
  17. 18).
    Verslag der Staatscommissie ter beoordeeling van het ontwerp voor het indijken, droogmaken, en in kultuur brengen van het Zuidelijk gedeelte der Zuiderzee. 's-Gravenhage, 1873.Google Scholar
  18. 19).
    Verslag, blz. 56.Google Scholar
  19. 20).
    Verslag, § 105, § 109.Google Scholar
  20. 21).
    Verslag § 106, § 107, § 114. Bijlage XV, zijnde een nota van het lid Jhr. Ir. J. R. T. Ortt voor staatsexploitatie. Zie ook de bestrijding hiervan in den Open Brief, sub 22, blz. 86 v.v.Google Scholar
  21. 22).
    Open Brief van de Maatschap tot...., aan de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Amsterdam, 1877. blz. 31 v.v.Google Scholar
  22. 23).
    Open Brief van de Maatschap, blz. 43 en 66. Prof. Vissering schreef reeds in 1849, De Gids, II, blz. 671: Er kan hier geen andere ondernemer zijn dan de Staat. Dit is de eenige maatschappij, daarvoor berekend, de groote, de algemeene maatschappij van alle burgers, de Staat.Google Scholar
  23. 24).
    A. Huët, Amsterdam een landstad ? 's-Gravenhage 1875; in 1880: Amsterdam een zeestad.Google Scholar
  24. 25).
    Zie mijn: Die geographischen Grundlagen der Kulturlandschaft der Zuidersee. Zeitschr. d. Ges. f ür Erdkunde zu Berlin, 1932, blz. 11 v.v.Google Scholar
  25. 26).
    Den 10den Aug. 1884 richtte de heer B. een vertrouwelijk schrijven tot Mr. P. J. G. van Diggelen, zoon van den ontwerper van 1849 en schrijver van een brochure „Beschouwingen naar aanleiding van het wetsontwerp „tot bedijking en droogmaking van het zuidelijk gedeelte van de Zuiderzee.” (Zwolle, 1871) waarin hij dezen voorstelt, samen een Comité in het leven te roepen, dat een financieel en technisch onderzoek zal instellen naar drooglegging dergeheele Zuiderzee. Afschrift van dezen brief in het Buma-Archief, onderdeel van het archief der Zuiderzeevereeniging. In hoeverre de scherp gestelde brochure van George Camillo Benso „De drooglegging der Zuiderzee”, verschenen in Mei van dat jaar, het initiatief van den heer Buma heeft geprikkeld, kon uit de stukken niet worden nagegaan. Wel trof ik een enkel, minder vleiend oordeel over den heer Benso in een brief-wisseling tusschen de beide stichters. De stichtingsvergadering vond plaats in het gebouw van Den Werkenden Stand.Google Scholar
  26. 27).
    Zie het in druk verschenen „Rapport van Gedeputeerde Staten ten aanzien van het voorstel van het lid der Staten, den heer A. Buma, betrek-kelijk geheele droogmaking en afsluiting der Zuiderzee.” Leeuwarden, 1877. Verder: A. Buma, Beschouwing over de afsluiting en het droogleggen der Zuiderzee. Sneek, 1883.Google Scholar
  27. 29).
    Zie „De afsluiting en drooglegging der Zuiderzee in de beide Kamers der Staten-Generaal ” II. Uitgave der Z.zeever. 1908, blz. 2.Google Scholar

Copyright information

© De Erven F. Bohn N.V. 1935

Authors and Affiliations

  • H. N. ter Veen

There are no affiliations available

Personalised recommendations