De Economist

, Volume 96, Issue 1, pp 564–597 | Cite as

Het waarde-oordeel in de theoretische economie

  • F. Hartog
Article
  • 23 Downloads

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

References

  1. 2).
    Fred. L. Polak „Kennen en keuren in de sociale wetenschappen, een onderzoek naar de afbakening van objectieve en subjectieve oordelen in de economie tevens proeve van critiek op de wetenschapsleer van Max Weber”, H. E. Stenfert Kroese's Uitg. Mij N.V., Leiden 1948, 293 blz.Google Scholar
  2. 5).
    Zie van schr. d. „Planhulshouding en theoretische economie”. „De-Economist”, Maart 1947.Google Scholar
  3. 6).
    Sj. Hofstra: De sociale aspecten van kennis en wetenschap, 1937.Google Scholar
  4. 7).
    Vgl. August Messer: Einführung in die Erkenntnisslehre, 3e dr. 1927.Google Scholar
  5. 8).
    Zie P. J. Bouman: Sociologie, begrippen en problemen, 2e dr. 1946.Google Scholar
  6. 10).
    H. J. Pos: Filosofie der wetenschappen, 3e dr. 1946, blz. 25.Google Scholar
  7. 11).
    L. Robbins: An essay on the nature and significance of economic science, 2e dr. 1935, blz. 90.Google Scholar
  8. 12).
    P. Hennipman: Economisch motief en economisch principe, 1945.Google Scholar
  9. 13).
    Zie F. de Vries, Economie en ethiek, De Economist 1926.Google Scholar
  10. 14).
    Zie D. G. Rengers Hora Siccama, Natuurlijke waarheid en historische bepaaldheid, 1935.Google Scholar
  11. 15).
    Zie Horst Wagenführ: Der Systemgedanke in der Nationalökonomie, 1933.Google Scholar

Copyright information

© De Erven F. Bohn 1948

Authors and Affiliations

  • F. Hartog

There are no affiliations available

Personalised recommendations