Advertisement

De Economist

, Volume 74, Issue 1, pp 667–694 | Cite as

Kersseboom en zijn geschriften. I

  • M. Van Haaften
Article

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

Literatur

  1. 1).
    Ingesteld bij Kon. Besl. van 26 Maart 1902, no. 5.Google Scholar
  2. 2).
    Eerste Stuk. (In den titel zonder schrijver, maar blijkens het Voorberigt samengesteld door Bakhuizen). M. Nijhoff. 's-Gravenhage 1854, p. 120–126.Google Scholar
  3. 3).
    L. c. p. 124.Google Scholar
  4. 4).
    L. c. p. 125.Google Scholar
  5. 5).
    Den korten inhoud van elk der portefeuilles vindt men in een noot op p. 401 van het in § 2 nader te noemen artikel van Heuschling, terwijl meer speciaal over het actuarieele gedeelte van den inhoud wordt gehandeld in het eveneens in § 2 nader te noemen geschrift Hollands Lijfrenteleeningen. Op p. 2 van laatstbedoeld stuk en o.a. ook op p. 121 van de na te noemen Bouwstoffen en op p. 211 van het na te noemen werk van Fokker is steeds sprake van 14 portefeuilles, en niet van 15 zooals bij Bakhuizen en Heuschling.Google Scholar
  6. 7).
    M. Nijhoff. 's-Gravenhage 1904.Google Scholar
  7. 8).
    P. 31–32.Google Scholar
  8. 9).
    Repertorium der Verhandelingen en Bijdragen etc. L. E. J. Brill. Leiden. Deel I (tot 1900) verscheen in 1907, deel II (1901– 1910) in 1913.Google Scholar
  9. 10).
    Door M. van Haaften en W. G. H. van der Zweep. Uitgegeven met subsidie van de Vereeniging voor Levensverzekering. W. ten Have. Amsterdam 1922.Google Scholar
  10. 11).
    Bouwstoffen voor de geschiedenis van de levensverzekeringen verzekeringen en Iijfrenten in Nederland. Bijeengebracht en bewerkt door de Directie van de Algemeene Maatschappij van Levensverzekering en Lijfrente, gevestigd te Amsterdam, Damrak 74. 1897. Dat in hoofdzaak S. R. J. van Schevichaven de schrijver is, blijkt uit de voorrede van het in 1912 eveneens door deze maatschappij uitgegeven werk Les Oeuvres de Nicolas Struyck, thans behoorende tot het fonds der firma M. Nijhoff te 's-Gravenhage.Google Scholar
  11. 13).
    Over zijn historischen arbeid zie men M. van Haaften. Het W iskundig Genootschap, zijn oudste geschiedenis, zijn werkzaamheden, en zijn beteekenis voor het verzeke-ringswezen. P. Noordhoff. Groningen 1923; p. 130–133.Google Scholar
  12. 14).
    Het voorwoord is gedateerd November 1896.Google Scholar
  13. 15).
    Vgl. mijn HetWiskundig Genootschap, l. c. p. 131, noot 316, waaruit blijkt, dat die later opgenomen Blaadjes geen betrekking hebben op Kersseboom. Wei komen beneden enkele nog na de Mémoires verschenen Blaadjes ter sprake.Google Scholar
  14. 17).
    p. 117–148.Google Scholar
  15. 18).
  16. 19).
    P. 46, no. 104. Acacialaan 10, Baarn. Deze op 9 October 1923 opgerichte Vereeniging nam de bibliotheek over van de toen ontbonden Vereeniging voor Levensverzekering. Zie J. W. Niemeyer. D o e l, i n-richting en plannen der Nederlandsche Vereeniging ter Bevordering van het Levensverzekeringswezen. De Levensverzekering. (Officieel orgaan der Vereeniging onder hoofdredactie van J. M. van Hoogstraten; Acacialaan 10, Baarn). Jg. 1 (1924), p. 5.Google Scholar
  17. 20).
    Frederik Muller. Amsterdam 1862; p. 210.Google Scholar
  18. 21).
    M. Hayez, Imprim. de la Commission Centrale de Statistique. Bruxelles 1857; p. 397–413.Google Scholar
  19. 22).
    Firmin Didot. Paris. Tome 27 (1858); col. 637–639.Google Scholar
  20. 23).
    Bouwstoffen; l. c. p. 127.Google Scholar
  21. 24).
    Op Struyck komen wij beneden terug.Google Scholar
  22. 25).
    Van Weelden en Mingelen. 's-Gravenhage 1856; p. XXXV–XXXVI. Zie over dit boek en over Von Baumhauer mijn artikel: De sterftetafels, afgeleid uit de volkstellingen in Nederland in Het Verzekerings-Archief, jg. IV (1923); p. 134–135. Vgl. ook Bouwstoffen; l. c. p. 218.Google Scholar
  23. 26).
    P. 1–13. Pierson gaf ook een kortere necrologie van Beaujon in het Bulletin de l'Institut International de Statistiq u e, tome V, première livraison. Année 1890; p. 321–323. Hierin is uitteraard evenmin sprake van Kersseboom. Beaujon (1853–1890) werd in 1884 directeur van het Statistisch Instituut en buitengewoon hoogleeraar in de statistiek aan de Amsterdamsche Universiteit, alwaar hij reeds in 1885 naast Quack als opvolger van Pierson tot gewoon hoogleeraar in de staathuishoudkunde werd benoemd. Zie Pierson op p. 3 van bovengenoemd Economist- artikel.Google Scholar
  24. 27).
    L. c. p. 12.Google Scholar
  25. 28).
    J. Müller. Amsterdam; p. 1–20.Google Scholar
  26. 2B).
    Berger-Levrault et Cie. Paris-Nancy 1886; p. 66–70.Google Scholar
  27. 30).
    Uitgave van het destijds in het Amsterdamsche Universiteitsgebouw gevestigde Instituut; 1885, no. 2; p. 69– 77.Google Scholar
  28. 31).
    Heuschling; l. c. p. 397–398.Google Scholar
  29. 32).
    Encyclopédie, ou Dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers, par une société de gens de lettres. S. Faulche. Neufchastel 1795.Google Scholar
  30. 33).
    L. c. p. 412, noot 2.Google Scholar
  31. 34).
    G. de Groot. Amsterdam, September en October 1742; p. 329–345.Google Scholar
  32. 35).
    Bij aanhalingen zullen cijfers tusschen haakjes verwijzen naar de chronologische lijst van § 7.Google Scholar
  33. 36).
    L. c. p. 330.Google Scholar
  34. 37).
    Heuschling; l. c. p. 411.Google Scholar
  35. 38).
    L. c. p. 413.Google Scholar
  36. 39).
    (7); p. 2. Volledig duidt Kersseboom de vindplaatsen niet aan.Google Scholar
  37. 40).
    Phil. Trans. Vol. XL for the years 1737 and 1738. (Verschenen in 1741); p. 401–406.Google Scholar
  38. 4).
    Dit geschiedde in een onmiddellijk op het stuk van Eames volgend artikel over het aantal inwoners van Londen, p. 407–412.Google Scholar
  39. 42).
    P. H. Maty.A general index to the Philosophical Transactions from the first to the end of the seventieth Volume (1665–1780). Davis and Elmsly. London 1787. Tijdschrift en registers vindt men o.a. in de Bibliotheek der Kon. Ak. v. Wet. te Amsterdam.Google Scholar
  40. 43).
    Extract bij John van Rixtel. Vol. XLH for the years 1742 and 1743. (Verschenen in 1744). P. 315–320.Google Scholar
  41. 44).
    Maty; l. c. p. 675. Zie beneden (10) irt § 7.Google Scholar
  42. 45).
    Boustoffen; l. c. p. 119–121.Google Scholar
  43. 48).
    De Nederlandsche staatsschuld sedert 1814. Haarlem 1857.Google Scholar
  44. 49).
    Een lijfrentebrief van 1228 vindt men afgedrukt in Blaadje 824 van 29 Januari 1898, overgenonien in Mémoires; l. c. p. 186–193. Vgl. ook de noot aan het slot van § van mijn artikel over De Witt in het tijdschrift De Levensverzekering (1925).Google Scholar
  45. 50).
    L. c. p. 17.Google Scholar
  46. 53).
    Delsman en Nolthenius. Amsterdam 1907; p. 3476.Google Scholar
  47. 54).
    (5); p. 42.Google Scholar
  48. 55).
    L. c. p. 405.Google Scholar
  49. 56).
    Eerste en tweede druk p. 2 en p. 7; derde druk p. 4 en p. 9. Tafel met toelichting vindt men op p. 40–41, resp. 42–43.Google Scholar
  50. 57).
    (5); p. 48 vlg.Google Scholar
  51. 62).
    L. c. p. 23, no. 145. Dit exemplaar is afkomstig uit de in 1923 verkochte bibliotheek der Algemeene. Naar mij is medegedeeld moet ook de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek een dergelijk exemplaar bezitten.Google Scholar
  52. 66).
    Nouv. Bibl. Tome 13 (1742); p. 448–468.Google Scholar
  53. 67).
    (10); p. 242.Google Scholar
  54. 68).
    Bibl. Rais. Tome 30 (1743); p. 181–197.Google Scholar
  55. 69).
    Ibidem; p. 464–465.Google Scholar
  56. 70).
    (10); p. 241.Google Scholar
  57. 71).
    L. c. p. 407.Google Scholar
  58. 74).
    (10); p. 242.Google Scholar
  59. 76).
    L. c. p. 127.Google Scholar
  60. 77).
    L. c. p. 412–413.Google Scholar
  61. 78).
    Pag. 24 is onbedrukt.Google Scholar
  62. 79).
    The Gentleman's Magazine and Historical Chronicle. Bij Sylvanus Urban. Gent. Printed for D. Henry. London. Vol. XXXI for the year 1761; p. 615–616. Magazine en Supplement maken één doorloopend gepagineerd werk uit, o.a. aanwezig in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage.Google Scholar
  63. 80).
    (12); p. 7.Google Scholar
  64. 81).
    (12); p. 1, tweede noot.Google Scholar
  65. 82).
    (12); p. 4 noot, en p. 7.Google Scholar
  66. 83).
    Heuschling; l. c. p. 413.Google Scholar
  67. 84).
    Bibliographie Néerlandaise historique-scientifique des ouvrages importants dont les auteurs sont nés aux 16e, 17e et 18e siècles, sur les sciences ématiques etphysiques avec leurs applications. Imprimerie des sciences math ématiques et physiques. Rome 1883; p. 149.Google Scholar
  68. 85).
    L. c. p. 127.Google Scholar
  69. 87).
    Vgl. over deze registers mijn Nicolaas Struyck; l. c. p. 48, 58, 59.Google Scholar
  70. 88).
    Table Générale des Matières contenues dans les XXV premiers (res p. dernier s) Tomes. Amsterdam. Wettstein 1741 (resp. 1753).Google Scholar
  71. 89).
    (4); p. 4.Google Scholar
  72. 90).
    (4); p. 18.Google Scholar
  73. 91).
    (4); p. 11.Google Scholar
  74. 92).
    Vgl. mijn boekje Nicolaas Struyck. M. Nijhoff. 's-Gravenhage 1925; p. 37, 50, 57, 60, 64.Google Scholar
  75. 93).
    Vgl. ibidem p. 64, noot 1.Google Scholar
  76. 94).
    L. c. p. 118–121. Vgl. ook hierboven § 2.Google Scholar
  77. 95).
    L. c. p. 211.Google Scholar
  78. 96).
    L. c. p. 118.Google Scholar
  79. 97).
    (5); p. 28.Google Scholar
  80. 98).
    L. c. p. 120.Google Scholar
  81. 99).
    Vgl. B ou ws toff en; l. c. p. 327–332, vervolgd in W e k e l ij ksche Mededeeling der Algemeene van 4 en 25 Maart 1899, No. 881 en 884.Google Scholar
  82. 100).
    F. Houttuyn. Amsterdam 1768.Google Scholar
  83. 101).
    Vgl. bijvoorbeeld p. LXXXIII–LXXXIV.Google Scholar
  84. 102).
    L. c. p. 118.Google Scholar
  85. 103).
    (7); p. 29.Google Scholar
  86. 104).
    Bouwstoffen; l. c. p. 147. Vgl. ook (4); p. 7, de opdracht van (7), en p. 43 aldaar.Google Scholar
  87. 105).
    Bouwstoffen; l. c. p. 119.Google Scholar
  88. 106).
    (7); p. 2–11.Google Scholar
  89. 109).
    P. 118–119.Google Scholar
  90. 110).
    Vgl. Bouwstoffen; l. c. p. 117, 128, 133, 143, 146, 147.Google Scholar
  91. 111).
    Van der Burch spreekt al vroeger van Generaliteitsloterijen, maar bedoelt dan geen zuivere geldloterijen. Zie diens Request, 1711–1712; p. 11, 75.Google Scholar
  92. 112).
    Behalve ter zake van de vorige noot is door mij op dit punt geheel afgegaan.op Fokker; I. c. p. 129, 130, 212.Google Scholar
  93. 113).
    Vgl. mijn HetWiskundigGenootschap; l. c. p. 121–128 en mijn artikel over De Witt in de Oct. afl. 1925 van De Levensverzekering.Google Scholar
  94. 114).
    (5); p. 44; (4).; p. 9; Bouwstoffen; l. c. p. 144, 148.Google Scholar
  95. 115).
    (2); derde druk p. 13, 23.Google Scholar
  96. 116).
    Zie de opdracht van (7). Vgl. ook Bouwstoffen; I. c. p. 144, 148.Google Scholar
  97. 117).
    Vgl. o.a. Bouwstoffen; I. c. p. 144, 148; (2); derde druk, p. 7; (5); p. 46; (7); p. 2.Google Scholar
  98. 118).
    (7); p. 60 noot. Vgl. mijn Het Wiskundig Genootschap; l. c. p. 115–116 en mijn artikel in het Nieuw Arch, voor Wisk. 2e Reeks, dl. XV (le stuk 1925). Ook Struyck haalt in zijn InleidingtotdeAlgemeene Geographie (I, p. 174 noote en p. 176) wel Vlacq, maar niet De Decker aan.Google Scholar
  99. 120).
    De Moivre gaf in 1725 het eerste leerboek der verzekeringswiskunde uit. Vgl. Dr. J. du Saar. De beteekenis van De Moivre's werk over lijfrenten. Het Verzekerings-Archief; jg. IV (1923); p. 28–45. Kersseboom citeert De Moivre o.a. in (4); p. 16; (7); p. 44, 51.Google Scholar
  100. 121).
    Zie § 6 hier beneden.Google Scholar
  101. 122).
    O.a. (7); p. 2–11.Google Scholar
  102. 123).
    O.a. (7); p. 11–13.Google Scholar
  103. 124).
    (7); p. 69–71.Google Scholar
  104. 125).
    Bacquenois. Paris 1838, p. 29–30.Google Scholar
  105. 126).
    L. in § 2 c.Google Scholar
  106. 127).
    Enclopaedia Brittannica. Cambridge University Press. Vol. 28 (1911); p. 205.Google Scholar
  107. 128).
    Nouvelle Biographie, c. in § 2; tome 46, col. 369.Google Scholar

Copyright information

© De Nederlandsche Boek- En Steendrukkerij 1925

Authors and Affiliations

  • M. Van Haaften

There are no affiliations available

Personalised recommendations