Advertisement

De Economist

, Volume 98, Issue 1, pp 561–576 | Cite as

Hernieuwde discussie over oude vragen

  • J. Zijlstra
Article
  • 14 Downloads

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

References

  1. 1).
    Tj. Greidanus, Een nieuw werk over de omloopsnelheid van het geld, Economist, Maart 1949. Door een samenloop van omstandigheden werd de publicatie van het hier volgend artikel sterk vertraagd, wat de aanvankelijke bedoeling van schrijver dezes tot een onmiddellijke reactie doorkruiste.Google Scholar
  2. 2).
    Met theorieën omtrent het monetair evenwicht worden in dit verband bedoeld de opvattingen in dezen van Wicksell — Hayek — Koopmans — Myrdal. Zie mijn proefschrift, Hoofdstuk VI (J. Zijlstra, De omloopssnelheid van het geld en zijn betekenis voor geldwaarde en monetair evenwicht, Leiden, 1948, pag. 199 e.v.).Google Scholar
  3. 3).
    P. A. Samuelson, Foundations of Economic Analysis, Harvard Economic Studies Nr. 80, Cambridge (V.S.), 1948. Verwijzend naar Walras schrijft S.: „The latter, who above all others developed the notion ofgeneral equilibrium in which alle magnitudes are simultaneously determined by efficacious interdependent relations, was able to remain undisturbed by the fears of literary writers, that there was something viciously circular in assuming the existence of prices and of a „value for money” in the midst of the process by which that value was to be determined” (pag. 118).Google Scholar
  4. 4).
    J. R. Hicks, Value and Capital, 2e druk, Oxford, 1946, pag. 55 e.v.Google Scholar
  5. 6).
    Hicks, t.a.p. pag. 59.Google Scholar
  6. 14).
    Inplaats van v kan men ook nemen de reciproke waarde daarvan, k, de maatstaf voor de „rusttijd” van het geld, of — als men wil — de maat-staf voor de liqudditeitsvoorkeur; in dit laatste geval realisere men zich wel, dat het hier gaat enkel om het actieve geld, of m.a.w. om de liquiditeitsvoor-keur enkel uit hoofde van het transactiemotief. Het woord „voorkeur” is — zoals bekend — hier eigenlijk niet op zijn plaats. Men zie over deze materie ook Zijlstra, Omloopssnelheid enz., pag 12, noot 2 en pag. 13, noot 3, pag. 24–29.Google Scholar
  7. 16).
    Greidanus, t.a.p. pag. 288.Google Scholar
  8. 18).
    Bv. een papiergeldcirculatie, waarbij door een vaste goudprijs het prijsniveau „exogeen” is gedetermineerd. Zie ook Zijlstra, Omloopssnelheid enz., pag. 147/148.Google Scholar
  9. 20).
    Menkan — in navolging van Hicks — de situaties ook typeren met een elasticiteitscoëfficient. De „complicatie” is afwezig, als de elasticiteit der verwachtingen=1, de complicatie is niet „ernstig”' bij een elasticiteit<1; zij treedt in volle omvang op bij een elasticiteit>1. Zie Hicks, Value and Capital, 2e druk, Oxford 1946, pag. 205, 249–257.Google Scholar
  10. 22).
    Zie voor een verwant betoog Zijlstra, Omloopssnelheid enz., pag. 143–151.Google Scholar
  11. 24).
    Oreidanus, pag. 260.Google Scholar
  12. 25).
    Greidanus, pag. 284 (/285).Google Scholar
  13. 26).
    Greidanus, pag. 284.Google Scholar
  14. 27).
    Greidanus, pag. 269.Google Scholar
  15. 28).
    Greidanus, pag. 285.Google Scholar
  16. 29).
    Greidanus, pag. 264.Google Scholar
  17. 30).
    Greidanus, pag. 265.Google Scholar
  18. 31).
    Vgl. Zijlstra, Omloopssnelheid, pag. 146–150.Google Scholar
  19. 32).
    Greidanus, pag. 262.Google Scholar
  20. 33).
    Greidanus, pag. 265.Google Scholar
  21. 34).
    Greidanus, pag. 266: „De derde oorzaak is gelegen in het feit, dat sommigen economen de functie van waardemeter of rekeneenheid aan het hoofd van hun geldtheorie hebben geplaatst en van daaruit hun geldtheorie hebben opgebouwd”.Google Scholar
  22. 35).
    Aan het eind van deze paragraaf oof nog een enkel woord over de uitdrukking „noodzakelijk kwaad”, door mij gebruikt op pag. 6 van mijn proefschrift, en door G. nogal scherp gecritiseerd (pag. 261, 262). Dit is niet anders dan weer door een zekere term te onderstrepen de unieke positie van het geld in dezen. Ook hier is er slechts een oppervlakkige analogie, nu met het aanhouden van goederenvoorraden, welke analogie G. zeer op de voorgrond stelt. Achter eze analogie liggen zeer wezenlijke verschillen. Ik betreur het, dat G. t.a.v. deze materie niet is ingegaan op het derde hoofdstuk van mijn werk, waar zeer uitvoerig deze materie wordt behandeld.Google Scholar

Copyright information

© De Erven F. Bohn 1950

Authors and Affiliations

  • J. Zijlstra

There are no affiliations available

Personalised recommendations