Advertisement

Tijdschrift Over Plantenziekten

, Volume 68, Issue 2, pp 126–135 | Cite as

Chrysanthemum virus B, its serological diagnosis in chrysanthemum, and its relationship to the potato viruses S and M and to carnation latent virus

Met een samenvatting: De serologische diagnostiek van virus B in chrysant en de verwantschap van dit virus met S-virus en M-virus van aardappel en met latent anjervirus

  • F. A. Hakkaart
  • D. H. M. van Slogteren
  • Neeltje P. de Vos
Hoofdartikelen

Summary

An antiserum prepared againstChrysanthemum virus B reacted positively with extracts from 39 chrysanthemum plants out of a total of 154, belonging to 22 varieties. In all 39 cases,Petunia plants developed symptoms of virus B after inoculation with extracts from the same plants. Of thePetunia plants inoculated with the remaining 115 chrysanthemum extracts which did not react with the antiserum, only one developed symptoms. Reliable results were obtained only with an extraction medium consisting of 1/30 molar phosphate buffer solution, pH 7, including 0.5 percent sodium sulfite.

The serological relationship ofChrysanthemum virus B to Carnation latent virus, Potato virus M and Potato virus S was established during the testing of 23 available antisera against extracts from infected chrysanthemum, and was confirmed by reciprocal tests. By comparing homologous and heterologous titres of the respective antisera against the four viruses and also in crossabsortion tests, some evidence was obtained for different degrees of serological relationship among the four viruses.

Samenvatting

Uit bladextracten van metChrysanthemum-virus B (CVB) besmette chrysanteplanten kon het virus met behulp van de butanol-chloroform-methode worden gezuiverd. Door intramusculair inspuiten van konijnen met geconcentreerde virussuspensies, gemengd met Freund's adjuvant olie, werd een specifiek antiserum tegen dit virus verkregen. Med dit antiserum werden 154 planten, behorende tot 22 cultivars, getoetst op de aanwezigheid van CVB, terwijl tevens met een extract van deze plantenPetunia's werden geïnoculeerd (tabel 1). Het extract van de 39 planten die serologisch positief reageerden, gaf na inoculatie opPetunia's karakteristieke gele vlekken op deze toetsplanten. Bij de 115 planten die serologisch niet reageerden was er slechts één geval, waarbij opPetunia toch een ziektebeeld ontstond.

Voor een betrouwbaar resultaat was het van essentieel belang om als extractie-vloeistof 1/30 molair fosfaatbuffer met pH 7 te gebruiken, waaraan natriumsulfiet tot een concentratie van 0,5% was toegevoegd. De beste resultaten werden verkregen in de herfst- en wintermaanden.

Van 23 antisera, bereid tegen verschillende plantevirussen, reageerden antiserum tegen latent anjervirus (CLV) en de antisera tegen M-virus (PVM) en S-virus (PVS) van aardappel positief met extracten uit chrysanteplanten besmet met CVB. Tabel 2 geeft een overzicht van deze reacties.

In een proef, waarbij antisera tegen respectievelijk CLV, CVB, PVM en PVS werden getitreerd met gezuiverde preparaten der vier virussen in alle homologe en heterologe combinaties, werd de bovengenoemde verwantschap vanChrysanthemum-virus B met de virussen CLV, PVM en PVS reciprook bevestigd. Door onderlinge vergelijking van de heterologe titers en door bovendien de invloed na te gaan op homologe en heterologe titers teweeggebracht indien de antisera met telkens één van de vier virussen werden verzadigd („kruisverzadiging”), werd een voorlopige indruk verkregen van de mate der onderlinge serologische verwantschap tussen de vier virussen. Deze zou dan kunnen worden aangegeven door de volgorde PVS-CVB-CLV-PVM.

De homologe en heterologe titers en de titers der vier antisera na kruisverzadiging met elk der vier virussuspensies worden weergegeven in de tabellen 3 en 4. Uit de verhouding tussen homologe en heterologe titers kwam duidelijk naar voren dat de antigene fractie, specifiek voor elke virus afzonderlijk, groter is dan de fracties welke twee of meer virussen onderling gemeen hebben.

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

References

  1. Bagnall, R. H., R. H. Larson & J. C. Walker, — 1956. Potato viruses M, S and X in relation to interveinal mosaic of the Irish Cobbler variety. Wisconsin Univ. Agr. Expt. Sta., Res. Bull. 198.Google Scholar
  2. Bagnall, R. H., C. Wetter &R. H. Larson, — 1959. Differential host and serological relationships of Potato virus M, Potato virus S and Carnation latent virus. Phytopathology 49: 435–442.Google Scholar
  3. Brandes, J., — 1961. Einige Bemerkungen über den Nachweis von Kartoffelviren mit Hilre des Elektronenmikroskops. Proc. 4th. Conf. Potato Virus Diseases, Braunschweig, 1960: 170–175.Google Scholar
  4. Brierley, P. &F. F. Smith, — 1953. Noordam's virus B of Chrysanthemum detected in the United States. Plant Dis. Reptr. 37: 280–283.Google Scholar
  5. Hollings, M., — 1957. Investigation of Chrysanthemum viruses II. Virus B (Mild Mosaic) and Chrysanthemum Iatent virus. Ann. appl. Biol. 45: 589–602.Google Scholar
  6. Kassanis, B., — 1956. Serological relationship between potato paracrinkle virus, potato virus S and carnation, latent virus. J. gen. Microbiol. 15: 620–628.PubMedGoogle Scholar
  7. Noordam, D., — 1952. Virusziekten bij chrysanten in Nederland. Tijdschr. Pl.-ziekten 58: 121–189.CrossRefGoogle Scholar
  8. Oertel, C. — 1959. Der serologische Test und seine Bedeutung bei der Bekämpfung des Aspermie-Virus an Chrysanthemum indicum. Deutsche Gartenbau Nr. 7/1959.Google Scholar
  9. Rozendaal, A. &D. H. M. van Slogteren, — 1958. A potato virus identified with potato virus M and its relationship with potato virus S. Proc. 3rd. Conf. Potato Virus Diseases, Lisse-Wageningen, 1957: 20–36.Google Scholar
  10. Slogteren, D. H. M. van — 1955. Serological micro-reactions with plant viruses under paraffin oil. Proc. 2nd. Conf. Potato Virus Diseases, Lisse-Wageningen, 1954: 51–54.Google Scholar
  11. Steere, R. L., — 1959. The purification of plant viruses. Advances of Virus Research 6: 3–70.Google Scholar
  12. Wetter, C., — 1960. Partielle Reinigung einiger gestreckter Pflanzenviren und ihre Verwendung als Antigene bei der Immunisierung mittels Freundschem Adjuvans. Arch. Mikrobiol. 37: 278–292.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Kluwer Academic Publishers 1962

Authors and Affiliations

  • F. A. Hakkaart
    • 1
  • D. H. M. van Slogteren
    • 2
  • Neeltje P. de Vos
    • 2
  1. 1.Institute of Phytopathological Research (I.P.O.)Wageningen
  2. 2.Laboratorium voor BloembollenonderzoekLisseThe Netherlands

Personalised recommendations