A strain of cucumber mosaic virus, seed-transmitted in beans

Abstract

From bean plants (Phaseolus vulgaris) grown near Valencia, Spain, a virus was isolated that is easily transmitted by sap and by leaf contact to beans and 23 of 37 other plant species tested. In most species symptoms were mild or absent. Symptoms in bean could be easily confused with those of bean common mosaic virus, but were usually mild and diseased plants often recovered. All bean cultivars tested were susceptible. One of twelve varieties investigated showed 7% seed transmission. Seed remained infective after 27 months of storage. Two antisera (titre 64) were prepared against purified, formalin-treated virus. Serologically the virus was found to be closely related to normal cucumber mosaic virus and hardly or not to the chrysanthemum aspermy virus. This shows that it differs from peanut stunt virus which is known to cause a severe disease in beans in the USA.

Partial masking of symptoms, high infectivity, wide host range and seed transmission make the virus potentially important to bean cultivation.

Samenvatting

Uit boneplanten, geteeld in de buurt van Valencia, Spanje, werd een virus geïsoleerd dat met sap gemakkelijk overgaat op bonen en 23 andere van de 37 getoetste plantesoorten (Tabel 1). In de meeste soorten waren de symptomen zwak of zelfs afwezig.

De verschijnselen in boon konden gemakkelijk worden verward met die van het bonerolmozaïekvirus (Fig. 1), maar ze waren meestal zwak, terwijl de geïnfecteerde planten zich doorgaans min of meer herstelden. Alle 26 getoetste bonerassen (o.a. Tabel 2) bleken vatbaar te zijn.

Bij boon ging het virus door aanraking met de vingers of aan een doekje over, ook wanneer na aanraking van de zieke plant 5 minuten werd gewacht alvorens een gezonde aan te raken. Na 15 minuten wachten kon evenwel geen virusoverdracht meer worden aangetoond. Door wassen met alleen water, of met water en zeep, bleken de handen gemakkelijk van virus te reinigen. In één van de 12 hierop onderzochte bonerassen bleek het virus met zaad over te gaan (7%). Het zaad was nog geïnfecteerd toen het opnieuw werd getoetst na bewaring gedurende 27 maanden.

De verdunningsgrens van het virus lag bij 100.000, de inactiveringstemperatuur bij ongeveer 60°C en de houdbaarheid in vitro bij 24 uur.

InNicotiana glutinosa beschermde het virus tegen latere infectie met de gele stam van het komkommermozaïekvirus.

In hakselpreparaten van geïnfecteerde planten waren de virusdeeltjes slechts met moeite aantoonbaar (Fig. 2). Gezuiverde, met formaline behandelde preparaten bleken echter veel, ongeveer 30 nm grote deeltjes te bevatten (Fig. 3).

Tegen gedeeltelijk gezuiverde, met formaline gefixeerde preparaten werden twee antisera met een titer van 64 gemaakt. Serologisch bleek het virus nauw verwant te zijn aan het normale komkommermozaïekvirus en nauwelijks of niet aan het chrysante-aspermievirus (Tabel 3). Het verschilt daarom van het ‘peanut stunt virus’, waarvan bekend is dat het in de USA een ernstige ziekte in boon kan veroorzaken.

Gedeeltelijke symptoommaskering, hoog infectievermogen, uitgebreide waard-plantenreeks en overgang met zaad doen het virus voor de boneteelt van potentiële betekenis zijn.

This is a preview of subscription content, access via your institution.

References

  1. Anderson, C. W., 1955. Vigna and Crotalaria viruses in Florida I. Preliminary report on a strain of cucumber mosaic virus obtained from cowpea plants. Pl. Dis. Reptr 39: 346–348.

    Google Scholar 

  2. Babović, M., 1968. Virus diseases of alfalfa in Yugoslavia. Zašt. Bilja (Beograd) 102: 335–410.

    Google Scholar 

  3. Bos, L., Hagedorn, D. J. & Quantz, L., 1960. Suggested procedures for international identification of legume viruses. Tijdschr. PlZiekt. 66: 328–343.

    Google Scholar 

  4. Doolittle, S. P. & Zaumeyer, W. J., 1953. A pepper ringspot caused by strains of cucumber mosaic virus from pepper and alfalfa. Phytopathology 43: 333–337.

    Google Scholar 

  5. Echandi, E. & Hebert, T. T., 1971. Stunt of beans incited by peanut stunt virus. Phytopathology 61: 328–330.

    Google Scholar 

  6. Gibbs, A. J. & Harrison, B. D., 1970. Cucumber mosaic virus. C.M.I./A.A.B. Descriptions of plant viruses. No 1: 4pp.

  7. Häni, A., Pelet, F. & Kern, H., 1970. Zur Bedeutung vonStellaria media (L.) Vill. in der Epidemiologie des Gurkenmosaikvirus. Phytopath. Z. 68: 81–83.

    Google Scholar 

  8. Hagedorn, D. J., 1950. A cucumber virus strain with a wide leguminous host range. Phytopathology 40: 11.

    Google Scholar 

  9. Hebert, T. T., 1967. Epidemiology of the peanut stunt virus in North Carolina. Phytopathology 57: 461.

    Google Scholar 

  10. Kaiser, W. J. & Danesh, D., 1971. Etiology of virus-induced wilt ofCicer arietinum. Phytopathology 61: 453–457.

    Google Scholar 

  11. Köhler, E., 1935. Untersuchungen über die Lupinenbräune (Viruskrankheit). NachrBl. dt. PflSchutzdienst, Stuttg. 15: 90–91.

    Google Scholar 

  12. Kovachevsky, I. C., 1965. Die Gurkenmosaikvirose in Bulgarien. Bulg. Acad. Sci. Sofia: 80 pp.

  13. Marrou, J., Navatel, J. C. & Férault, C., 1969. Mise en évidence d'une nouvelle maladie à virus du haricot dans le Sud-Est de la France. Ann. Phytopath. 1: 409–415.

    Google Scholar 

  14. Mink, G. I., 1969. Serological relationship among cucumber mosaic virus, tomato aspermy type viruses and peanut stunt virus. Phytopathology 59: 1889–1893.

    Google Scholar 

  15. Mink, G. I., Iizuka, N. & Kiriyama, K. Some cucumber mosaic virus antisera contain antibodies specific for peanut stunt virus and chrysanthemum mild mottle virus. In manuscript.

  16. Mink, G. I., Silbernagel, M. J. & Saksena, K. N., 1969. Host range, purification and properties of the western strain of peanut stunt virus. Phytopathology 59: 1625–1631.

    PubMed  Google Scholar 

  17. Noordam, D., 1952. Virusziekten bij chrysanten in Nederland. Tijdschr. PlZiekt. 58: 121–190.

    Google Scholar 

  18. Ostazeski, S. A. & Scott, H. A., 1967. Natural occurrence of cucumber mosaic virus in crown vetch (Coronilla varia). Phytopathology 57: 648.

    Google Scholar 

  19. Quantz, L., 1957. Über das Auftreten des Gurkenmosaikvirus auf Erbsen. Angew. Bot. 31: 166–173.

    Google Scholar 

  20. Scott, H., 1963. Purification of cucumber mosaic virus. virology 20: 103–106.

    Article  PubMed  Google Scholar 

  21. Silbernagel, M. J., Mink, G. I. & Saksena, K. N., 1966: A new virus disease of beans. Phytopathology 56: 901.

    Google Scholar 

  22. Tomaru, K. & Udagawa, A., 1967. Strains of cucumber mosaic virus isolated from tobacco plants. IV. A strain causing systemic infection on legume plants. Bull. Hatano Tob. Exp. Stn 58: 69–77.

    Google Scholar 

  23. Tomlinson, J. A. & Carter, A. L., 1970. Studies on the seed transmission of cucumber mosaic virus in chickweed (Stellaria media) in relation to the ecology of the virus. Ann. appl. Biol. 66: 381–386.

    Google Scholar 

  24. Tsuchizaki, T., 1973. Peanut stunt virus isolated from beans in Japan. Ann. phytopath. Soc. Japan 1939: 67–72.

    Google Scholar 

  25. Tsuchizaki, T., Yora, K. & Asuyama, H., 1970. The viruses causing mosaic of cowpeas and azuki beans, and their transmissibility through seeds. Ann. phytopath. Soc. Japan 36: 112–120.

    Google Scholar 

  26. Whipple, O. C. & Walker, J. C., 1941. Strains of cucumber mosaic virus pathogenic on bean and pea. J. agric. Res. 62: 27–60.

    Google Scholar 

  27. Zaumeyer, W. J. & Goth, R. W., 1967. Beans and other leguminous hosts of peanut stunt virus. Phytopathology 57: 837.

    Google Scholar 

Download references

Author information

Affiliations

Authors

Rights and permissions

Reprints and Permissions

About this article

Cite this article

Bos, L., Maat, D.Z. A strain of cucumber mosaic virus, seed-transmitted in beans. Netherlands Journal of Plant Pathology 80, 113–123 (1974). https://doi.org/10.1007/BF01981373

Download citation

Keywords

  • Cucumber Mosaic Virus
  • Alleen
  • Seed Transmission
  • Formaline
  • Bean Common Mosaic Virus