Lilac ring mottle virus: isolation from lilac, some properties, and relation to lilac ringspot disease

Abstract

A new virus of lilac is described, for which the name lilac ring mottle virus is proposed. The virus can be mechanically transmitted to various herbaceous hosts. Symptoms on the most important hosts are described. The virus is inactivated in crude sap in 10 min at 63–65°C, after dilution to 10−4 and after storage for 5 h at 20°C. The virus is seed-borne in three herbaceous hosts. It is not transmitted byMyzus persicae.

The virus particles are sensitive to high ionic strength and can only be seen in the electron microscope after fixation with glutaraldehyde. They appear as rather irregularly shaped isometric particles with an average diameter of about 27 nm. In rate-zonal centrifuging the virus precipitates in two zones. The bottom component is infectious, the top component is not.

An antiserum with a titre of 1024 was prepared. Serological tests revealed that lilac ring mottle virus is not related to any of 32 isometric plant viruses tested.

Samenvatting

Een nieuw virus van sering wordt beschreven. Op grond van de symptomen wordt de naam kringvlekkerigheidsvirus van sering voorgesteld (Fig. 3). Het virus kan mechanisch naar verschillende kruidachtige planten worden overgebracht. De symptomen op de belangrijkste daarvan worden beschreven (Fig. 1 en 2). In ruw sap wordt het virus geïnactiveerd door 10 minuten verhitten tot 63–65°C, de verdunningsgrens is 10−4 en het virus verliest zijn activiteit na 5 uren bewaren bij kamertemperatuur. Het virus kan overgaan met zaad van drie kruidachtige plantesoorten, maar kan niet worden overgebracht doorMyzus persicae. De relatie tot de kringvlekkenziekte bij sering is onderzocht (Fig. 3; Tabel 1).

De virusdeeltjes zijn gevoelig voor oplossingen met een hoge ionaire sterkte en zijn in de elektronenmicroscoop slechts zichtbaar na fixatie met glutaaraldehyde. Ze zijn tamelijk onregelmatig van vorm en hebben een diameter van ongeveer 27 nm (Fig. 5). Het virus sedimenteert tijdens centrifugering in een dichtheidsgradiënt in twee zones (Fig. 6 en 7). De bodemcomponent is infectieus, de topcomponent is dat niet (Tabel 2).

Een antiserum met een titer van 1024 werd gemaakt. Serologische toetsing wees uit dat het virus niet verwant is aan een van de 32 getoetste bolvormige plantevirussen.

This is a preview of subscription content, access via your institution.

References

  1. Atanasoff, D., 1935. Old and new virus diseases of trees and shrubs. Phytopath. Z. 8: 197–233.

    Google Scholar 

  2. Beale, J. H. & Beale, H. P., 1952. Transmission of a ringspot-virus disease ofSyringa vulgaris by grafting. Contr. Boyce Thompson Inst. Pl. Res. 17: 1–6.

    Google Scholar 

  3. Jones, A. T., & Mayo, M. A., 1973. Purification and properties of elm mottle virus. Ann. appl. Biol. 75: 347–357.

    PubMed  Google Scholar 

  4. Katwijk, W. van, 1955. Ringvlekkenmozaïek bij seringen in Nederland. Meded. Dir. Tuinb. 18: 823–828.

    Google Scholar 

  5. Kochman, J., Kowalska, H. & Szymaňska, B., 1964. Untersuchungen über Virosen des Flieders (Syringa vulgaris L.) und des Ligusters (Ligustrum vulgare L.) Phytopath. Z. 51: 333–350.

    Google Scholar 

  6. Markham, R. 1960. A graphical method for the rapid determination of sedimentation coefficients. Biochem. J. 77: 516–519.

    PubMed  Google Scholar 

  7. Novák, J. B., 1969. Investigation of virus diseases of lilac. Proc. 6th Conf. Czechoslovak Plant Virologists, Olomouc 1967: 289–299.

    Google Scholar 

  8. Schmelzer, K., 1969. Das Ulmenscheckungs-virus. Phytopath. Z. 64: 39–67.

    Google Scholar 

  9. Schmelzer, K., 1970. Untersuchungen an Viren der Zier- und Wildgehölze. 7. Mitteilung: Weitere Befunde anBuddleja, Viburnum, Caryopteris undPhiladelphus sowie Viren anLeycesteria, Chionanthus, Ribes, Hydrangea, Syringa, Spiraea undCatalpa. Phytopath. Z. 67: 285–326.

    Google Scholar 

  10. Schmelzer, K. & Schmidt, H. E., 1966. Die Viruskrankheiten des Flieders. Arch. Gartenb. 14: 303–314.

    Google Scholar 

  11. Waterworth, H. E., 1972. Purification, serology, and properties of a virus from lilac,Syringa oblata affinis. Pl. Dis. Reptr 56: 923–926.

    Google Scholar 

Download references

Author information

Affiliations

Authors

Rights and permissions

Reprints and Permissions

About this article

Cite this article

Van Der Meer, F.A., Huttinga, H. & Maat, D.Z. Lilac ring mottle virus: isolation from lilac, some properties, and relation to lilac ringspot disease. Netherlands Journal of Plant Pathology 82, 67–80 (1976). https://doi.org/10.1007/BF01976952

Download citation

Keywords

  • Plant Virus
  • High Ionic Strength
  • Important Host
  • Naam
  • Bottom Component