Netherlands Journal of Plant Pathology

, Volume 90, Issue 6, pp 247–256 | Cite as

A pattern in the appearance of cucumber powdery mildew in Dutch glasshouses

  • H. T. A. M. Schepers
Article

Abstract

An inquiry was held in 1982, 1983 and 1984 to collect information on the survival and dispersal of cucumber powdery mildew. Growers who planted a crop in December, January or February were asked when they observed mildew for the first time in their crop.

A gradual increase in the number of infected crops was observed from planting until May. The earliest observations of infected crops were immediately after planting. The weeks of the first observation of mildew, the disease-free periods and the apparent rates of increase of infected crops are presented for various districts. In the districts with the highest crop density (Pijnacker), mildew was generally observed early in the growing season, while the apparent rate of increase of infected crops was higher than in other districts. In the district with the lowest crop density (Northern Netherlands), mildew was observed late in the growing season and the apparent rate of increase of infected crops was low. Possible means of survival and dispersal of inoculum are discussed. It is suggested that overwintering of inoculum is possible because cucumber plants are grown all year round. Dispersal of cucumber powdery mildew is suggested to take place by transportation of infected planting stock, visitors and wind.

Samenvatting

In 1982, 1983 en 1984 werd een enquête gehouden om informatie te verzamelen over de overleving en verspreiding van komkommermeeldauw. Tuinders die hun gewas geplant hadden in december, januari of februari werd gevraagd wanneer ze de eerste meeldauw hadden waargenomen.

Een geleidelijke toename van het aantal geïnfecteerde gewassen werd waargenomen vanaf het planten tot aan mei. Geïnfecteerde gewassen werden voor het eerst waargenomen direct na het planten. De weeknummers van de eerste meeldauwwaarnemingen, de ziekte-vrije perioden en de snelheden waarmee het aantal geïnfecteerde gewassen toenam, werden berekend voor verschillende districten.

In het district met de grootste gewasdichtheid (Pijnacker) werd de meeldauw over het algemeen vroeg in het groeiseizoen waargenomen, terwijl de snelheid waarmee het aantal geïnfecteerde gewassen toenam hoger was dan in andere districten. In het district met de laagste gewasdichtheid (Noord Nederland) werd de meeldauw laat in het seizoen waargenomen en was de snelheid waarmee het aantal geïnfecteerde gewassen toenam laag.

Mogelijke manieren van overleving en verspreiding van inoculum worden besproken. Er wordt gesuggereerd dat het overwinteren van inoculum mogelijk is, doordat komkommerplanten het gehele jaar aanwezig zijn. De verspreiding van komkommermeeldauw zou plaats kunnen vinden door het vervoer van geïnfecteerd plantmateriaal, bezoekers en wind.

Additional keywords

Cucumis sativus Sphaerotheca fuliginea dispersal survival 

Preview

Unable to display preview. Download preview PDF.

Unable to display preview. Download preview PDF.

References

  1. Abiko, K., 1978. Studies on specialization of parasitism ofSphaerotheca fuliginea (Schlecht.) Pollacci. I. Powdery mildew fungi parasitic on cucurbits, eggplant, edible burdock and Japanese butterbur. Ann. phytopath. Soc. Japan 44: 612–618.Google Scholar
  2. Abiko, K., 1982a. Studies on the specialization of parasitism ofSphaerotheca fuliginea (Schlecht.) Pollacci. II. Powdery mildew fungi on flowering plants. Bulletin of the Vegetable and Ornamental Crops Research Station Japan, Series A, 10: 57–62.Google Scholar
  3. Abiko, K., 1982b. Studies on the specialization of parasitism ofSphaerotheca fuliginea (Schlecht.) Pollacci. III. Powdery mildew fungi parasitic on weeds. Bulletin of the Vegetable and Ornamental Crops Research Station Japan, Series A, 10: 63–67.Google Scholar
  4. Beyer, W.H., 1976. Handbook of tables for probability and statistics. CRC Press Inc., Cleveland, Ohio.Google Scholar
  5. Blumer, S., 1967. Echte Mehltaupilze (Erysiphaceae). VEB Gustav Fisher Verlag, Jena.Google Scholar
  6. Boerema, G.H. & Kesteren, H.A. van, 1964. De identiteit van de echte meeldauw bij Cucurbitaceae. Neth. J. Pl. Path. 70: 33–34.Google Scholar
  7. Boesewinkel, H.J., 1979. Observations on the host range of powdery mildews. Phytopath. Z. 94: 241–248.Google Scholar
  8. Boesewinkel, H.J., 1980. The morphology of the imperfect stages of powdery mildews (Erysiphaceae). Bot. Rev. 46: 167–224.Google Scholar
  9. Dinoor, A., 1974. Role of wild and cultural plants in the epidemiology of plant diseases in Israel. A. Rev. Phytopath. 12: 413–436.CrossRefGoogle Scholar
  10. Frinking, H.D. & Scholte, B., 1983. Dissemination of mildew spores in a glasshouse. Phil. Trans. R. Soc. London B 302: 575–582.Google Scholar
  11. Sitterly, W.R., 1978. Powdery mildew of cucurbits. In: Spencer, D.M. (Ed.), The powdery mildews. Academic Press, London, p. 359–379.Google Scholar
  12. Stone, O.M., 1962. Alternate hosts of cucumber powdery mildew. Ann. appl. Biol. 50: 203–210.Google Scholar
  13. Van der Plank, J.E., 1963. Plant diseases: epidemics and control. Academic Press, New York and London.Google Scholar
  14. Wheeler, B.E.J., 1981. The ecology of plant parasitic fungi. In: Thresh, J.M. (Ed.), Pests, pathogens and vegetation. Pitman, Boston, p. 131–142.Google Scholar
  15. Zadoks, J.C., 1967. International dispersal of fungi. Neth. J. Pl. Path. (Suppl. 1) 73: 61–80.Google Scholar
  16. Zandvoort, R., 1968. Wind dispersal ofPuccinia horiana. Neth. J. Pl. Path. 74: 124–127.Google Scholar

Copyright information

© Koninklijke Nederlandse Planteziektenkundige Vereniging 1984

Authors and Affiliations

  • H. T. A. M. Schepers
    • 1
  1. 1.Laboratory of PhytopathologyAgricultural UniversityWageningenthe Netherlands

Personalised recommendations