Advertisement

Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen

, Volume 96, Issue 8, pp 302–303 | Cite as

Het sociale domein en het echte leven

  • Maria Jansen
Spectrum
  • 30 Downloads

Sinds 2015 is er een nieuw en inmiddels zeer veel gebezigde term toegevoegd aan het vakjargon van het gemeentelijk beleid, namelijk ‘sociaal domein’. De introductie van deze term vond al in 2013 plaats in de aanloop naar de decentralisatie van taken van rijksoverheid naar lokale overheden. Van Dale leert ons dat nieuwe termen in ons dagelijks taalgebruik verbonden zijn met het echte leven. Taal ontstaat tijdens discussies en komt tot leven tijdens keukentafelgesprekken. Is de term ‘sociaal domein’ verbonden met het echte leven?

De betekenis van de term

Het ‘sociale domein’ is een containerbegrip. De Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 behoren ertoe. Maar ook deze begrippen zijn containerbegrippen. Zo omvat de Jeugdwet naast de basisvoorzieningen voor jeugdhulp, ook de specialistische jeugdhulp, jeugd-ggz, jeugdbescherming, jeugdreclassering, jeugdgezondheidszorg, kindcentra en kinderopvang. De Participatiewet gaat over werk en inkomen, maar houdt zich ook bezig met de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt, het arbeidsmarktbeleid, het armoedebeleid, de schuldhulpverlening, de handhaving van de arbeidsverplichting en de sociale werkvoorziening, waarin geregeld wordt dat arbeidsgehandicapten met lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen onder aangepaste omstandigheden arbeid kunnen verrichten. De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 heeft betrekking op beschermd wonen, maatschappelijke opvang, ggz, cliëntondersteuning, maatwerkvoorzieningen, veiligheid thuis, kindermishandeling en huiselijk geweld, vrijwilligerswerk en mantelzorgondersteuning.

In de ruime, integrale zin van het woord vallen onder ‘sociaal domein’ ook alle aanverwante taken. Denk onder meer aan handhaving bij de leerplicht, het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten, passend onderwijs, leerlingenvervoer, onderwijsachterstand/VVE, asielbeleid en integratie, bibliotheekwerk, sport, cultuur, en de reguliere en bijzondere bijstand. Kortom, het sociale domein omvat alle inspanningen die de gemeente verricht rond werk, participatie, zelfredzaamheid, zorg en jeugd. De portefeuille sociaal domein is daarmee een van de grootste gemeentelijke opdrachten geworden. Waar de portefeuillehouders voor het sociale beleid vóór 2015 een relatief zwakke positie met weinig middelen en macht innamen in het lokale bestuur, hebben de portefeuillehouders van het sociale domein een machtige positie verkregen vanwege hun invloed op een aanzienlijk deel van de gemeentelijke financiën.

Het echte leven

De overheveling van taken van het rijk naar de gemeenten zou gemeenten in staat stellen hun inwoners sneller en beter te helpen bij hun zorg- of ondersteuningsvragen. Inwoners zouden dan daadwerkelijk de zorg of ondersteuning krijgen die zij écht nodig hebben. Er zou meer samenhang komen in die zorg, volgens het principe ‘één gezin, één plan, één regisseur’. De vraag die in deze Spectrum-bijdragen steeds terugkeert is: is het sociale domein erin geslaagd om zich te verbinden met het echte leven?

Jongeren vinden van niet, want het lukt de gemeenten maar niet om hun stem echt te horen. Tijdens de keukentafelgesprekken lijken professionals vooral aan te sturen op het terugdringen van de zorgvraag. Keukentafels zijn het symbool van warme, informele, open en diepgaande dialogen, maar onderzoek laat zien dat professionals via de keukentafel het privédomein van zorgbehoeftige mensen betreden. Vanuit een ongelijke machtsverdeling tussen professional en hulpbehoevende cliënt wordt er vervolgens onderhandeld over de mate van zelfstandigheid [1]. Zelfstandigheid en inherent daaraan de kwaliteit van leven zijn verworden tot een onderhandelingskwestie. Kwetsbare groepen worden eveneens onvoldoende gehoord, net zoals mensen met een chronische aandoening. Onder beide groepen valt nog een (leef)wereld te winnen. Gemeenten lijken vooralsnog niet goed in staat om het échte leven te doorgronden. Ook ervaringsdeskundigen hebben het moeilijk. Gemotiveerd als ze zijn, worden ze nog te vaak voor een habbekrats ingezet. In de verantwoordingsdruk van lokale overheden moeten ze voldoen aan de eisen die gesteld worden aan professionele hulpverleners. Daarmee verliezen ze hun authenticiteit, hun echtheid. Ervaringsdeskundigen zijn er bij de gratie van hun ervaring. Door die ervaring kunnen ze het échte leven van de hulpbehoevende cliënt goed invoelen en gericht persoonlijk advies geven over zelfstandigheid, eigen kracht en eigen regie. Bureaucratisering en organisatie-inbedding (met eisen ten aanzien van vakbekwaamheid en training) dwingen hen tot een geprotocolleerde werkwijze, waarmee we het paard achter de wagen spannen.

Jaarlijks komen er pakweg duizend nieuwe woorden bij en schrijft Van Dale een prijsvraag uit voor het leukste, mooiste nieuwe publiekswoord. Hét woord van het jaar wordt dan bekendgemaakt. Het lijkt niet aannemelijk dat de term ‘sociaal domein’ ooit in de prijzen zal vallen. Tenzij er een echte verbinding ontstaat tussen het woord en het dagelijkse leven van miljoenen inwoners in Nederland.

Literatuur

  1. 1.
    Hees S van, Horstman K, Jansen MWJ, et al. How does an ageing policy translate into professional practices? An analysis of kitchen table conversations in the Netherlands. Eur J Soc Work.  https://doi.org/10.1080/13691457.2018.1499610. [epub] 17 Jul 2018.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum is een imprint van Springer Media B.V., onderdeel van Springer Nature 2018

Authors and Affiliations

  1. 1.Academische werkplaats Publieke Gezondheid, GGD Zuid LimburgUniversiteit MaastrichtMaastrichtNederland

Personalised recommendations