Advertisement

Vakblad Sociaal Werk

, Volume 19, Issue 5, pp 12–14 | Cite as

Goedkope aanbesteding doet kinderen tekort

  • Bohn Stafleu van Loghum
Casuïstiek
  • 29 Downloads

Samenvatting

Vrijwilligers die werken als tegenprestatie voor hun uitkering hebben vaak zelf begeleiding nodig. Het is misschien een goedkope oplossing voor de gemeente maar de wijkwerker voelt zich aan beide kanten tekort schieten: de kinderen en jongeren krijgen onvoldoende begeleiding van de vrijwilligers en ook de vrijwilligers kan ze niet goed begeleiden. ‘Het is elke dag weer stressen.’

In onze wijk ben ik verantwoordelijk voor het kinder- en meidenwerk, en dat is erg leuk werk. We draaien onder andere een taalgroepje voor kinderen van 4 tot 12 jaar, hebben activiteiten voor 45 kinderen op woensdagmiddag, en een meidengroep van 12 tot 18 jaar. De activiteiten met de kinderen worden onder mijn leiding door vrijwilligers uitgevoerd. Ik heb één ‘vrijwillige vrijwilliger’, de tien anderen zijn vrouwen die een verplichte tegenprestatie uitvoeren voor de gemeente, omdat ze een bijstandsuitkering hebben. Maar er zijn veel te weinig mensen die echt weten wat er gedaan moet worden. De ‘echte vrijwilliger’ heeft een tijdje in de kinderopvang gewerkt en heeft wel pedagogisch inzicht, maar de andere dames missen de kennis die nodig is om met groepen te werken en ontwikkeling te stimuleren. De aansturing en begeleiding van de vrijwilligers vraagt veel tijd, inzicht en inspanning. Sommige dames hebben zelf hulp nodig. Hoewel ze gemotiveerd zijn om iets met kinderen te doen, voelen ze zich niet verantwoordelijk voor het geheel. Er zijn veel ziekmeldingen en ik merk dat als er iets in hun eigen familie speelt dat dat altijd de voorrang krijgt.

De taalgroep voor de kinderen moet eigenlijk uitgebreid worden omdat veel kinderen zwak zijn in taal, maar de vrijwilligers zijn daarvoor onvoldoende gekwalificeerd omdat ze zelf het Nederlands niet goed beheersen.

Het kost veel tijd om deze vrijwilligers te begeleiden, te motiveren en ‘op te leiden’, dat wil zeggen, hen inzichten en vaardigheden bij te brengen die nodig zijn. Ze zijn het ook waard om in te investeren. Maar er is geen budget om mensen te trainen, en de tijd ontbreekt om als buurtwerker zelf veel te doen. Eigenlijk heeft iedereen een beetje persoonlijke aandacht nodig. Als je die geeft komt er heel wat op tafel, aan persoonlijke ellende (ziekte, angsten, zorgen om kinderen en andere familieleden) en sociaal leed (armoede, schulden). De vrouwen hebben vanuit hun eigen verzorgende traditie de neiging alles voor de kinderen te doen. Praktische zaken als activiteiten voorbereiden, dingen klaarzetten etc. gaan prima. Maar bijvoorbeeld bij het koken met meiden doen de vrouwen zelf te veel en zo leren de meiden niets. Of bij het knutselen met kinderen nemen ze het over, als het niet lukt. Omgaan met kinderen die wat moeilijker gedrag hebben, gaat niet altijd goed.

Ik ben afhankelijk van vrijwilligers dus de mensen die ik krijg moeten wel betrouwbaar zijn. Maar het is elke dag weer stressen: wie komt er opdagen, heb ik straks genoeg mensen om de activiteit te draaien? Het rendement zou veel hoger zijn als we meer kunnen begeleiden, zowel voor de kinderen als voor de vrijwilligers. Maar onze organisatie vindt het een goed idee zo, want ze hebben de aanbesteding ermee gewonnen. Ja, het is voor de gemeente veel goedkoper, dat is waar. En er zijn meer vrijwilligers aan de slag. Dat klopt. Maar je doet de kinderen erg tekort. En dan zijn er nog van die zogenaamde resultaatafspraken. Er moeten in 50 weken bijeenkomsten zijn voor de kinderen. Dat betekent dat ik maar twee weken op vakantie kan, of er moet iemand komen invallen die niemand kent. Ik ben een keer twee weken ziek geweest, en het was een enorme puinhoop toen ik terug kwam. Ik ben goed opgeleid, ik weet wat er nodig is, maar je hart breekt als je ziet dat je vaak alleen maar brandjes kunt blussen en achter de feiten aanlopen. En ik zie zo veel kansen om dingen te doen, waar zowel de kinderen als de vrouwen echt wat mee opschieten. Maar ik heb een aanstelling van 28 uur, en eerlijk gezegd werk ik vaak veel meer.

Eigenlijk vind ik dat we als beroepskrachten in opstand moeten komen, maar je zit allemaal zo geïsoleerd. Ik heb aan mijn manager gevraagd of we er niet iets mee moeten, maar hij wil niet dat we kritiek leveren, anders krijgen we de volgende keer de aanbesteding misschien niet. En ik wil ook niet het risico lopen ontslagen te worden om die reden. Het is maar een klein wereldje, dat jeugden jongerenwerk. Maar we hebben als beroepskrachten toch een signaleringsfunctie, als dingen niet kloppen dan moeten we daar toch wat mee?

De beroepskracht is 34 jaar en heeft een SPH-diploma.

REACTIE#1: ‘WERK WAAR JE TROTS OP KAN ZIJN’

Sjef van der Klein, sociaal werker bij Contour-DeTwern in Tilburg en sociaal werker van het jaar:

‘Deze casus laat mooi zien in welk spanningsveld je als sociaal werker soms zit. Zelf herken ik deze situatie gelukkig niet, dankzij mijn werkgever en de gemeente. Ik heb nog wel wat vragen. Aan de hand van deze vragen hoop ik de situatie wat uit te pluizen zodat je verder kunt. Zo vraag ik me af wat precies de taken zijn van de vrijwilligers. Wat moet er echt gedaan worden? Heb je alles helder en de taken in kleine stukjes geknipt? Wanneer merk je dat mensen niet weten wat er gedaan moet worden? Wat ontbreekt er aan kennis of kunde bij de vrijwilligers? Je noemt dat het zeker de moeite waard is om te investeren in de vrijwilligers, maar het is de vraag of jij daarmee je projectdoelstelling behaalt. Dat is het spanningsveld. Misschien moet je toch vragen aan je leidinggevende of aan de gemeente, wat ze precies willen bereiken. Wat is het doel van de activiteit, zoals taalles geven? Willen ze de taalbeheersing van de kinderen in de wijk verbeteren of wijkbewoners laten participeren door middel van het vrijwilligerswerk? In Tilburg werken we samen met het mbo en hbo. Laatstejaars stagiaires zijn vaak betrouwbaar en kunnen zorgen voor stabiele bezetting. Zij kunnen een stukje begeleiding van vrijwilligers en deelnemers overnemen. Daarbij heb je natuurlijk wel weer een extra taak, namelijk het selecteren en aannemen (en eventueel begeleiden) van de stagiaires. Uiteindelijk geldt dat jij helder moet hebben wat voorwaardelijk is om je werk uit te voeren op een manier waar jij trots op kan en wil zijn. Daarover moet je toch in gesprek met je manager. Als je manager er niet in mee wil, dan kun je beleids- en visiestukken erbij pakken om hem of haar te wijzen op alle mooie verhalen die daar instaan die voor jou pleiten. Het is dan ook de vraag of je werk wel gezien en gewaardeerd wordt.’

REACTIE#2: ‘ER IS MEER AAN DE HAND’

Josien Hofs, bestuurslid BPSW:

‘De zorgen van deze werker zijn oprechte zorgen en ik snap ook dat ze ze anoniem uit. Onze overheid vindt dat mensen het zo veel mogelijk zelf moeten oplossen, en heeft er steeds minder geld voor over. Het is niet per se de schuld van de gemeente. Want bijvoorbeeld voor de jeugdzorg hebben gemeentes minder geld gekregen dan het rijk er ooit voor had. Soms is de gemeente dus ook de uitvoerder met te weinig geld. In dit geval is dat opgelost met de inzet van vrijwilligers. Er zijn hele goede vrijwilligers hoor, bijvoorbeeld gepensioneerde ouderen die een bijdrage willen leveren. Maar als het vrijwilligerswerk je wordt opgedragen als tegenprestatie voor je uitkering, en je denkt, leuk werk met kinderen, dan kan het best pittig zijn. Tegelijkertijd wil deze werker niet van de vrijwilligers af. Ze ziet er wel mogelijkheden mee, denkt dat zij zich kunnen ontwikkelen. Ik zou haar aanraden om contact te zoeken met andere werkers die ook te maken hebben met deze werkdruk. Dat kunnen mensen uit dezelfde buurt zijn, of mensen die op andere plekken werken met jeugd en jongeren. Als je het in je eentje blijft doen, heb je kans dat je als lastpak gezien wordt. We zijn er bij de BPSW ook mee bezig, dus misschien zitten daar mensen die haar verhaal herkennen. Maar ik weet niet of ze lid is van de BPSW, of van een andere beroepsvereniging. Het vraagt lef en initiatief om op zoek te gaan naar zulke verhalen, een meer activistische houding. We hebben in september ook met drieduizend man op het Malieveld gestaan voor de jeugdzorg. Er is meer aan de hand, wil ik maar zeggen. Het is een breed probleem dat deze werker niet alleen zou moeten oplossen. Zeker in gemengde wijken waar betrekkelijk veel arme mensen wonen, is het belangrijk om in het samenleven, in de ontwikkeling van kinderen en jongeren te investeren. Ik kan nu wel tips geven over hoe je met vrijwilligers werkt, maar volgens mij speelt er een groter probleem op de achtergrond, en dat is dat onze regering er te weinig voor over heeft.’

REACTIE#3:‘NIEMAND WINT HIERBIJ’

Hester Bats, adviseur bewonersparticipatie, informele zorg en leefbaarheid, SPECTRUM te Arnhem:

‘Ik vind het schokkend dat geld zo’n expliciete rol speelt in deze casus. Zo van, we doen net alsof het werkt, want anders krijgen we de aanbesteding niet. Het zou juist voor de kinderen en de vrijwilligers goed moeten zijn, niet voor de organisatie. Want uiteindelijk lijden beide groepen eronder. Deze sociaal werker is al met haar manager in gesprek gegaan, dus de vraag is hoe ze op een andere manier duidelijk kan maken dat het niet gaat. Ze zou gegevens kunnen verzamelen, bijvoorbeeld over wat voor taken ze met hoeveel mensen moet doen, of over de ontwikkeling van de kinderen. Dat kost extra tijd maar het maakt het probleem wel zichtbaar. Ook zou ze vrijwilligers of ouders met klachten door kunnen sturen naar haar manager. En eigenlijk zou ze de activiteiten eens “expres” in de soep moeten laten lopen. Veel sociaal werkers willen alles oplossen, dus dat gaat waarschijnlijk tegen haar natuur in. Maar door alles op te lossen voor de organisatie blijft het probleem onzichtbaar. Ik overleg drie keer per jaar met de vrijwilligerscentrales van de provincie Gelderland. Zij vertellen dat ze steeds meer “bijzondere” vrijwilligers krijgen, die ze lastig kunnen plaatsen. Het gaat bijvoorbeeld om mensen met een uitkering, mensen die de Nederlandse taal nog niet goed spreken en mensen die voorheen dagbesteding kregen die nu is wegbezuinigd. Ik ben niet tegen een tegenprestatie. Het kan een manier zijn om mensen te activeren. Maar organisaties die met vrijwilligers werken geven aan dat een goede balans nodig is tussen wat deze collega “echte vrijwilligers” noemt, en mensen die zelf een geschiedenis hebben. Anders is het voor niemand prettig. Op den duur zal in deze situatie vanzelf duidelijk worden dat de resultaten er niet zijn. Niemand wint hierbij, ook de organisatie dus niet.’

Copyright information

© The Society of Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers 2018

Authors and Affiliations

  • Bohn Stafleu van Loghum
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations