Tijdschrift voor Kindergeneeskunde

, Volume 82, Issue 1, pp 3–18

Detectie van submicroscopische chromosomale afwijkingen door middel van array-diagnostiek

De meerwaarde en de valkuilen in de prenatale en postnatale diagnostiek
  • P.J.G. Zwijnenburg
  • P. Lakeman
  • R. Pfundt
  • J.S. Klein Wassink-Ruiter
  • W.S. Kerstjens-Frederikse
  • C.M.A. van Ravenswaaij-Arts
Article

DOI: 10.1007/s12456-014-0002-1

Cite this article as:
Zwijnenburg, P., Lakeman, P., Pfundt, R. et al. TIJDSCHR. KINDERGENEESKUNDE (2014) 82: 3. doi:10.1007/s12456-014-0002-1
  • 118 Downloads

Samenvatting

Array-diagnostiek kan submicroscopische chromosoomafwijkingen vaststellen die voorheen met standaardkaryotypering onopgemerkt bleven. In Nederland is sinds 2008 geleidelijk genoombrede array-diagnostiek eerste keus geworden voor het opsporen van (submicroscopische) chromosoomafwijkingen die de oorzaak zijn van verstandelijke beperking en/of aangeboren afwijkingen. Ook wordt sinds 2012-2013 in de meeste centra op materiaal dat verkregen is bij een vlokkentest of vruchtwaterpunctie, na een eerste sneltest op trisomie 21, 18 en 13, gekozen voor array-diagnostiek wanneer echografische afwijkingen aanleiding geven tot prenatale diagnostiek. Met array-diagnostiek wordt postnataal bij 12-15% van de patiënten met een ontwikkelingsachterstand en prenataal bij 6% van de foetussen met echoafwijkingen alsnog een genetische oorzaak vastgesteld indien eerder conventionele karyotypering normaal was. Naast (zeer waarschijnlijk) pathogene bevindingen passend bij het fenotype van patient of foetus, worden met array-diagnostiek ook ‘unclassified variants’ vastgesteld met onduidelijke pathogeniciteit die, met name in de prenatale setting, de beslissing om de zwangerschap wel of niet te behouden, bemoeilijken en gepaard kunnen gaan met emotionele stress. Ook kunnen pathogene afwijkingen worden gevonden die geen directe relatie hebben met het fenotype maar die informatie over de eigen gezondheid geven en relevant kunnen zijn voor familieleden. Als toevalsbevinding kan bijvoorbeeld een deletie van een kankerpredispositie-gen gevonden worden. Al tijdens de pretest-counseling moet uitgebreide aandacht zijn voor deze mogelijke bevindingen en hun (ongewenste) implicaties. Desondanks kunnen dergelijke uitkomsten de posttest-counseling bemoeilijken. Iedere aanvrager van arraydiagnostiek dient zich bewust te zijn van deze implicaties. Aan de hand van twee prenatale en vier postnatale casus worden de meerwaarde, en ook de beperkingen en valkuilen van array-diagnostiek geïllustreerd.

Summary

Chromosomal microarray enables identifying small genomic deletions and duplications that are not routinely seen on karyotyping. Microarray analysis therefore has emerged as a primary diagnostic tool for the evaluation of developmental delay and structural malformations in children in the Netherlands since 2008. When invasive prenatal diagnosis is indicated, because of ultrasound abnormalities and/or an increased risk for common aneuploidies (trisomy 21, 18 or 13) at first trimester screening, microarray analysis instead of conventional karyotyping will be applied when targeted molecular rapid aneuploidy detection reveals no abnormalities. Microarray analysis provides around 12-15% extra diagnosis in cases of mental retardation and/or structural abnormalities and it can provide 6% extra diagnosis in prenatal samples with a normal karyotype. Besides finding evident causative abnormalities, microarray analysis increases the detection rates of VOUS (variants of unknown significance) that, in particular during a pregnancy, induce emotional burden en counselling difficulties. Furthermore, CNVs that are pathogenic but not related with the phenotype (e.g. deletion of an oncogene) may complicate pretest and posttest counselling as well, since these findings may have health consequences for both patient and family members. Clinicians who request microarray analysis should be aware of these implications. In this paper, two prenatal and four postnatal case reports illustrate the ability to identify more clinically relevant abnormalities, but also limitations and coincidental findings in microarray analysis.

Copyright information

© Bohn, Stafleu van Loghum 2014

Authors and Affiliations

  • P.J.G. Zwijnenburg
    • 1
  • P. Lakeman
    • 2
  • R. Pfundt
    • 3
  • J.S. Klein Wassink-Ruiter
    • 4
  • W.S. Kerstjens-Frederikse
    • 4
  • C.M.A. van Ravenswaaij-Arts
    • 4
  1. 1.afdeling Klinische GeneticaVUmcAmsterdamThe Netherlands
  2. 2.afdeling Klinische GeneticaAMCAmsterdamThe Netherlands
  3. 3.afdeling Klinische GeneticaRadboudumcNijmegenThe Netherlands
  4. 4.afdeling Klinische GeneticaUMCGGroningenThe Netherlands

Personalised recommendations