Advertisement

Kind en adolescent

, Volume 40, Issue 1, pp 94–96 | Cite as

De paradox van de fijne school

  • Tessa M. L. KaufmanEmail author
  • Gijs Huitsing
Opmerkelijk

Afgelopen jaar presenteerde een consortium van Nederlandse universiteiten onderzoek naar de effectiviteit van anti-pestprogramma’s (Orobio de Castro et al. 2018). Hoewel er lovende berichten kwamen over de programma’s die pesten reduceren, laat recent onderzoek zien dat er belangrijke onbedoelde neveneffecten optreden bij succesvolle interventies (Huitsing et al. 2018; Garandeau et al. 2018). Gepeste kinderen die niet geholpen worden door anti-pestprogramma’s zijn nog ongelukkiger dan voorheen. Paradoxaal genoeg geldt dus: hoe veiliger de school, hoe moeilijker de overgebleven slachtoffers het hebben. Deze ‘paradox van de fijne school’ biedt een nieuwe kijk op het beoordelen van interventies en laat zien dat de urgentie om pesten structureel aan te pakken hoger is dan ooit.

Een kwart van de slachtoffers

De paradox van de fijne school is onderzocht binnen het anti-pestprogramma KiVa in Nederland. Voordat het programma startte werd 19 % van alle kinderen gepest, waarvan een kwart (3,6 %)...

Literatuur

  1. Festinger, L. (1954). A theory of social comparison processes. Human Relations, 7, 117–114.CrossRefGoogle Scholar
  2. Garandeau, C. F., Lee, I. A., & Salmivalli, C. (2018). Decreases in the proportion of bullying victims in the classroom: effects on the adjustment of remaining victims. International Journal of Behavioral Development, 42, 64–72.  https://doi.org/10.1177/0165025416667492.CrossRefGoogle Scholar
  3. Huitsing, G., Lodder, G. M. A., Oldenburg, B., Schacter, H. L., Salmivalli, C., Juvonen, J., & Veenstra, R. (2018). The healthy context paradox: victims’ adjustment during an anti-bullying intervention. Journal of Child and Family Studies.  https://doi.org/10.1007/S10826-018-1194-1.Google Scholar
  4. Kaufman, T. M. L., Kretschmer, T., Huitsing, G., & Veenstra, R. (2018). Why does a universal anti-bullying program not help all children? Explaining persistent victimization during an intervention. Prevention Science, 19, 822–832.  https://doi.org/10.1007/s11121-018-0906-5.CrossRefGoogle Scholar
  5. Lodder, G. M. A., Scholte, R. H. J., Cillessen, A. H. N., & Giletta, M. (2016). Bully victimization: selection and influence within adolescent friendship networks and cliques. Journal of Youth and Adolescence, 45, 132–144.  https://doi.org/10.1007/s10964-015-0343-8.CrossRefGoogle Scholar
  6. Orobio de Castro, B., Mulder, S., Ploeg, R. van der, Berg, Y. van den, Onrust, S., Stoltz, S., Scholte, R., et al. (2018). Wat werkt tegen pesten? Effectiviteit van kansrijke programma’s tegen pesten in de Nederlandse onderwijspraktijk. Den Haag: Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek.Google Scholar
  7. Schacter, H. L., & Juvonen, J. (2015). The effects of school-level victimization on self-blame: evidence for contextualized social cognitions. Developmental Psychology, 51, 841–847.  https://doi.org/10.1037/dev0000016.CrossRefGoogle Scholar
  8. Sijtsema, J. J., Rambaran, J. A., & Ojanen, T. J. (2013). Overt and relational victimization and adolescent friendships: selection, de-selection, and social influence. Social Influence, 8, 177–195.  https://doi.org/10.1080/15534510.2012.739097.CrossRefGoogle Scholar
  9. Wright, J. C., Giammarino, M., & Parad, H. W. (1986). Social status in small groups: individual-group similarity and the social ‘misfit’. Journal of Personality and Social Psychology, 50, 523–536.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum is een imprint van Springer Media B.V., onderdeel van Springer Nature 2019

Authors and Affiliations

  1. 1.Gedrags- en Maatschappijwetenschappen, vakgroep SociologieRijksuniversiteit GroningenGroningenNederland

Personalised recommendations