Advertisement

Kind & Adolescent

, Volume 35, Issue 4, pp 268–271 | Cite as

Specifieke rouwzorg een aandachtspunt voor gedragswetenschappers of niet?

  • Mariken SpuijEmail author
  • Paul Boelen
Opmerkelijk
  • 519 Downloads

Jaarlijks overlijden in Nederland ongeveer 3200 ouders van zo’n 6400 minderjarige kinderen. Daarnaast worden duizenden kinderen geconfronteerd met de dood van een broer of zus, leeftijdgenoot of grootouder. Vaak wordt gedacht dat jeugdigen die zo’n verlies meemaken vrijwel zeker problemen zullen ontwikkelen. Veel professionals rondom het kind (zoals leraren en maatschappelijk werkers) vragen zich dan ook af hoe zij deze jeugdigen het best kunnen begeleiden. Deze bezorgdheid is maar ten dele terecht; slechts ongeveer 20 % van deze kinderen ontwikkelt namelijk problemen waarvoor hulp van een psycholoog of orthopedagoog noodzakelijk is (zie onder andere Brent, Melhem, Donohoe, & Walker, 2009; Cerel, Fristad, Verducci, Weller, & Weller, 2006; Dowdney, 2000). Ons inziens zijn deze problemen van kinderen die vastlopen in hun verliesverwerking op de eerste plaats het terrein van gedragswetenschappers, omdat de diagnostiek en behandeling van stagnerende rouw een gedegen academische kennis...

Literatuur

  1. American Psychiatric Association. (2000). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (4th ed., text revision). Washington: American Psychiatric Association.Google Scholar
  2. American Psychiatric Association. (2013). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed.). Washington: American Psychiatric Association.Google Scholar
  3. Brent, D., Melhem, N., Donohoe, M. B., & Walker, M. (2009). The incidence and course of depression in bereaved youth 21 months after the loss of a parent to suicide, accident or sudden natural death. American Journal of Psychiatry, 166, 786–794. doi:10.1176/appi.ajp.2009.08081244.PubMedCentralPubMedCrossRefGoogle Scholar
  4. Cerel, J., Fristad, M. A., Verducci, J., Weller, R. A., & Weller, E. B. (2006). Childhood bereavement: Psychopathology in the 2 years postparental death. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry, 45, 681–690. doi:10.1097/01.chi.0000215327.58799.05.CrossRefGoogle Scholar
  5. Dillen, L., Fontaine, J. R. J., & Verhofstadt-Denève, L. (2009). Confirming the distinctiveness of complicated grief from depression and anxiety among adolescents. Death Studies, 33, 437–461. doi:10.1080/07481180902805673.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  6. Dowdney, L. (2000). Annotation: Childhood bereavement following parental death. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 41, 819–830. doi:10.1111/1469-7610.00670.PubMedCrossRefGoogle Scholar
  7. Melhem, N. M., Day, N., Shear, M. K., Day, R., Reynolds, C. F., & Brent, D. (2004). Traumatic grief among adolescents exposed to a peer’s suicide. American Journal of Psychiatry, 161, 1411–1416. doi:10.1176/appi.ajp.161.8.1411.CrossRefGoogle Scholar
  8. Spuij, M., Prinzie, P., Zijderlaan, J., Stikkelbroek, Y., Dillen, L., De Roos, C., & Boelen, P. A. (2012a). Psychometric properties of the Dutch Inventories of Prolonged Grief for Children and Adolescents (IPG-C and IPG-A). Clinical Psychology & Psychotherapy, 19, 540–551. doi:10.1002/cpp.765.CrossRefGoogle Scholar
  9. Spuij, M., Reitz, E., Prinzie, P., Stikkelbroek, Y., De Roos, C., & Boelen, P. A. (2012b). Distinctiveness of symptoms of prolonged grief, depression, and posttraumatic stress in bereaved children and adolescents. European Child & Adolescent Psychiatry, 21, 673–679. doi:10.1007/s00787-012-0307-4.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2014

Authors and Affiliations

  1. 1.Opleiding Pedagogische Wetenschappen, het Ambulatorium FSWUniversiteit UtrechtUtrechtNederland
  2. 2.Afdeling Klinische en GezondheidspsychologieUniversiteit UtrechtUtrechtNederland

Personalised recommendations