Advertisement

Voorkeur voor hulpverlener na behandeling voor colorectaal carcinoom

  • Thijs Wieldraaijer
  • Laura Duineveld
  • Sandra Donkervoort
  • Wim Busschers
  • Henk van Weert
  • Jan Wind
Onderzoek
  • 6 Downloads

Samenvatting

Inleiding De nazorg en follow-up na behandeling van colorectaal carcinoom vinden momenteel plaats in de tweede lijn. De huisarts zou deze zorg kunnen overnemen, maar uit onderzoek blijkt dat een deel van de patiënten daar terughoudend op reageert.

Methode De onderzoekers hebben een vragenlijstonderzoek gedaan onder patiënten waarin deze voor veertien symptomen konden aangeven naar welke hulpverlener zij zouden gaan. Patiënt- en ziektekarakteristieken werden uit huisarts- en ziekenhuisdossiers gehaald.

Resultaten Er waren 260 deelnemers, met een gemiddelde leeftijd van 67 jaar en een mediane tijd na behandeling van zeven maanden. Mannen, patiënten ouder dan 65 jaar en patiënten met een chronische comorbiditeit hadden vaker een voorkeur voor de huisarts. Vrouwen, patiënten met stadium 3-ziekte en patiënten die adjuvante chemotherapie hadden ondergaan, kozen vaker voor het ziekenhuis. Voor alle symptomen gingen patiënten liever naar hun huisarts, behalve bij rectaal bloedverlies en gewichtsverlies, en wanneer ze bang waren dat de kanker was teruggekeerd. In die gevallen hebben ze geen voorkeur.

Conclusie In de huidige situatie raadplegen patiënten na behandeling voor colorectaal carcinoom vaak hun huisarts, waarbij ze voor alarmsymptomen ook de specialist bezoeken. Bij deze symptomen heeft de patiënt geen voorkeur voor een hulpverlener.

Literatuur

  1. 1.
    Gezondheidsraad. Follow-up in oncology. Identify objectives, substantiate actions. Den Haag: Gezondheidsraad, 2007.Google Scholar
  2. 2.
    Signaleringscommissie Kanker van KWF Kankerbestrijding. Nazorg bij kanker: de rol van de eerste lijn. Amsterdam: KWF Kankerbestrijding, 2011.Google Scholar
  3. 3.
    Eyck MAMF, Rosmalen CFH, Ter Brugge A, Hogendorp J, Romijn EC, De Wit NJ. Toekomstvisie huisartsenzorg 2022. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap, 2012.Google Scholar
  4. 4.
    Wind J, Duineveld LA, Van der Heijden RP, Van Asselt KM, Bemelman WA, Van Weert HC. Follow-up after colon cancer treatment in the Netherlands; a survey of patients, GPs, and colorectal surgeons. Eur J Surg Oncol 2013;39:837-43.Google Scholar
  5. 5.
    Nugteren IC, Duineveld LA, Wieldraaijer T, Van Weert HC, Verdonck-de Leeuw IM, Van Uden-Kraan CF, et al. Need for general practitioner involvement and eHealth in colon cancer survivorship care: patients’ perspectives. Fam Pract 2017;34:473-8.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum is een imprint van Springer Media B.V., onderdeel van Springer Nature 2018

Authors and Affiliations

  • Thijs Wieldraaijer
    • 1
  • Laura Duineveld
    • 1
  • Sandra Donkervoort
    • 5
  • Wim Busschers
    • 2
  • Henk van Weert
    • 3
  • Jan Wind
    • 4
  1. 1.Aioto, afdeling HuisartsgeneeskundeAmsterdam UMC, locatie AMCAmsterdamNederland
  2. 2.Statisticus, afdeling HuisartsgeneeskundeAmsterdam UMC, locatie AMCAmsterdamNederland
  3. 3.Hoofd afdeling Huisartsgeneeskunde, afdeling HuisartsgeneeskundeAmsterdam UMC, locatie AMCAmsterdamNederland
  4. 4.Postdoc, afdeling HuisartsgeneeskundeAmsterdam UMC, locatie AMCAmsterdamNederland
  5. 5.Chirurg, Afdeling HeelkundeOLVGAmsterdamNederland

Personalised recommendations