Advertisement

Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie

, Volume 48, Issue 2, pp 77–88 | Cite as

Symposium De toekomst van de informele zorg

  • Marjolein Broese van Groenou
  • Alice de Boer
  • Kim Putters
  • Kène Henkens
  • Henk Nies
  • Pearl A. Dykstra
  • Hanna van Solinge
  • Cretien van Campen
  • Sjoerd Kooiker
Article

Samenvatting

Sinds de hervorming van de langdurige zorg in 2015 is de vraag of kwetsbare burgers de zorg krijgen die ze nodig hebben. Mensen die hulp nodig hebben doen in toenemende mate een beroep op hun directe sociale omgeving. Dat beroep op de informele zorg vraagt veel veerkracht en organisatievermogen van families, maar ook van vrijwilligers, professionals en werkgevers. Wat betekent dit voor de toekomstige invulling en vormgeving van de informele zorg? Het symposium ‘Toekomst van de informele zorg’, georganiseerd op 26 januari 2017 door het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Institute for Societal Resilience van de VU, was gewijd aan mogelijke antwoorden op deze vraag. In haar oratie ging Alice de Boer in op ongelijkheid als mogelijke determinant en uitkomst van informele zorg. Enkele conclusies uit de bijdragen:
  • Tot 2050 verdubbelt het aantal 75-plussers tot ongeveer 3 miljoen personen, maar neemt het aantal informele helpers af. Naast het hebben van sociale en economische hulpbronnen (‘de have & have nots’) zijn capaciteiten om zorg te organiseren (‘de can & can-nots’) van toenemend belang.

  • Bijna de helft van de werkende ouderen biedt kort voor hun pensioen mantelzorg. Flexibiliteit op de werkplek kan mensen helpen werk en mantelzorg makkelijker te combineren, maar ongeveer de helft van de werkenden geeft aan dat thuiswerken en deeltijdpensioen niet mogelijk is.

  • Mantelzorgers en zorgprofessionals verlenen hulp vanuit een perspectief en identiteit die meer overlappend dan onderscheidend zijn. Benadrukken van wat men deelt in de zorgverlening verbetert de kans op samenwerking.

  • Tussen 2002 en 2014 nam het aandeel volwassen kinderen dat huishoudelijke hulp verleent aan hun ouders gestaag toe. Dit suggereert een toenemende solidariteit binnen families, maar huidig beleid kan leiden tot meer genderongelijkheid binnen families.

  • Partners en kinderen blijven ook in de toekomst de belangrijkste mantelzorgers, bij voorkeur met ondersteuning van verschillende typen hulpverleners. Het organiseren en regisseren van een groot zorgnetwerk vereist wel capaciteiten die niet iedereen bezit.

  • Het geven van informele hulp vergroot het risico op overbelasting en verzuim op werk of opleiding. Kwetsbare groepen mantelzorgers zijn, ook in de toekomst, vrouwen, partners, migranten en jonge mantelzorgers.

Trefwoorden

informele zorg werk en mantelzorg familie zorgbeleid ongelijkheid 

Symposium The future of informal care

Abstract

Due to the reform of long term care in 2015, there is growing concern about whether groups at risk receive the care they need. People in need of care have to rely more on help from their social network. The increased need for informal care requires resilience and organizational skills of families, but also of volunteers, professionals and employers. What does this mean for the provision of informal care in the next decennia? The symposium ‘The future of informal care’, organized on January 26 2017 by the National Institute for Social Research and the Institute for Societal Resilience of the Vrije Universiteit, addressed possible answers to this question. In her inaugural speech Alice de Boer discussed social inequality as possible determinant and outcome of informal care. Some conclusions:

Until 2050 the absolute number of 75-plus doubled to about 3 million persons, but the number of informal caregivers will decrease. In addition to the importance of social and economic resources (the ‘have & have-nots’), the ability to arrange care (the ‘can & can-nots’) gains importance.

Almost half of the older employers provides informal care just before retirement. Flexibility in working hours and work location facilitates combining work and care, but about half of the employers indicates that partial retirement and working at home are no options.

Informal caregivers and professionals often provide care from comparable perspectives and identities. Addressing similarities rather than differences improves their chances for collaboration.

The number of adult children providing household care to older parents increased between 2002 and 2014. This suggests an increase in family solidarity, but current reform policies may increase the gender inequality in caregiving families.

Spouses and children remain primary caregivers in the future, preferably supported by many different types of caregivers. Not everybody has the capabilities to organize and direct such a large care network.

Providing informal care increases the risk for overburden and absence at work or education. Informal caregivers at risk remain, also in the future, women, spouses, migrants, and younger carers.

Keywords

Informal care Work and care Family Policy on long term care Inequality 

Literatuur

  1. 1.
    Jong A de. Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving. Cahier Demografie. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving en Centraal Planbureau; 2015.Google Scholar
  2. 2.
    Roeters A, Broek A van den, Dagevos J, Haan J de, Wennekers A. Drijvende krachten. In: Van den Broek A, Van Campen C, De Haan J, Roeters A, Turkenburg M, Vermeij L (redactie). De toekomst tegemoet. Leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren in het Nederland van later. Sociaal en Cultureel Rapport 2016. Den Haag: SCP; 2016. pag. 17–48.Google Scholar
  3. 3.
    Campen C van, Draak M den, Ras M. Kwetsbaar alleen. Den Haag: SCP; 2011.Google Scholar
  4. 4.
    Putman L, Verbeek-Oudijk D, Klerk M de, Eggink E. Zorg en ondersteuning in Nederland: kerncijfers 2014. Den Haag: SCP; 2016.Google Scholar
  5. 5.
    Dam F van, Daalhuizen F, Groot C de, Middelkoop M van, Peeters P. Vergrijzing en ruimte; gevolgen voor de woningmarkt, vrijetijdsbesteding, mobiliteit en regionale economie. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving; 2013.Google Scholar
  6. 6.
    Campen C van, Kooiker S, Boer A de. Zorgen: Hoe gaan we als samenleving zorgen voor de groeiende groep ouderen. In: Van den Broek A, Van Campen C, De Haan J, Roeters A, Turkenburg M, Vermeij L (redactie). De toekomst tegemoet. Leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren in het Nederland van later. Sociaal en Cultureel Rapport 2016. Den Haag: SCP; 2016. pag. 108–42.Google Scholar
  7. 7.
    Josten E, Boer A de. Concurrentie tussen mantelzorg en betaald werk. Den Haag: SCP; 2015.Google Scholar
  8. 8.
    Henkens K, Solinge H van, Damman M, Dingemans E. Langer doorwerken valt nog niet mee. Demos. 2016;32:1–4.Google Scholar
  9. 9.
    Damman M, Solinge H van. De combinatie van betaald en onbetaald werk in de jaren voor pensioen. Netspar Design Paper. Tilburg: Netspar; 2017.Google Scholar
  10. 10.
    Benders J. Liefde met voorbedachten rade. Rotterdam: Coolegem Media; 2016.Google Scholar
  11. 11.
    Billings J, Leichsenring K, Wagner L. Adressing long-term care as a system. In: Leichsenring K, Billings J, Nies H (redactie). Long-term care in Europe. Improving policy and practice. Basingstoke: Palgrave MacMillan; 2013. pag. 3–18.CrossRefGoogle Scholar
  12. 12.
    Broese van Groenou MI, De Boer AH. Providing informal care in a changing society. Eur J Ageing. 2016;13:271–9.CrossRefPubMedPubMedCentralGoogle Scholar
  13. 13.
    Morgan HM, Entwistle VA, Cribb A, Christmas S, Owens J, Skea ZC, Watt IS. We need to talk about purpose: A critical interpretive synthesis of health and social care professionals’ approaches to self-management support for people with long-term conditions. Health Expect. 2016; doi:  10.1111/hex.12453.PubMedPubMedCentralGoogle Scholar
  14. 14.
    Verhaeghe P. Identiteit. Amsterdam: De Bezige Bij; 2012.Google Scholar
  15. 15.
    Gobet P, Emilsson T. Integration as ‘Boundary Redefinition Process. In: Leichsenring K, Billings J, Nies H (redactie). Long-term Care in Europe. Improving Policy and Practice. Basingstoke: Palgrave MacMillan; 2013. pag. 118–39.CrossRefGoogle Scholar
  16. 16.
    Beersma B. De kracht van coöperatie. Amsterdam: Vrije Universiteit; 2015.Google Scholar
  17. 17.
    Wolfe A. Whose keeper? Social science and moral obligation. Berkeley: University of California Press; 1989.Google Scholar
  18. 18.
    Brandt M, Haberkern K, Szydlik M. Intergenerational help and care in Europe. Eur Sociol Rev. 2009;25:585–601.CrossRefGoogle Scholar
  19. 19.
    Broek MPB van den. Supporting ageing parents: a comparative analysis of upward intergenerational support. Rotterdam: Erasmus University; 2016.Google Scholar
  20. 20.
    Pas S van der, Tilburg TG van, Knipscheer CPM. Changes in contact and support within intergenerational relationships in the Netherlands: a cohort and time-sequential perspective. Adv Life Course Res. 2007;12:243–74.CrossRefGoogle Scholar
  21. 21.
    Schenk N, Dykstra P, Maas I, Van Gaalen R. Older adults’ networks and public care receipt: Do partners and adult children substitute for unskilled public care? Ageing Soc. 2014;34:1711–29.CrossRefGoogle Scholar
  22. 22.
    Saraceno C. Social inequalities in facing old-age dependency: a bi-generational perspective. J Eur Soc Policy. 2010;20:32–44.CrossRefGoogle Scholar
  23. 23.
    Javornik J. Measuring state de-familialism: contesting post-socialist exceptionalism. J Eur Soc Policy. 2014;24:240–57.CrossRefGoogle Scholar
  24. 24.
    Boïn A, Eeten M van. Maatschappelijke veerkracht: Een nieuw ideaal doorgrond. In: Terugtreden is vooruitzien. Den Haag: RMO; 2013. pag. 67–113.Google Scholar
  25. 25.
    Klerk M de, Boer A de, Plaisier I, Schyns P, Kooiker S. Informele hulp: wie doet er wat? Den Haag: SCP; 2015.Google Scholar
  26. 26.
    Jacobs MT, Aartsen MJ, Deeg DJH, Broese Van Groenou MI. Diversity in older adults’ care networks: the added value of individual beliefs and social network proximity. J Gerontol B Psychol Sci Soc Sci. 2016; doi: 10.1093/geronb/gbw012.PubMedGoogle Scholar
  27. 27.
    Huijnk W, Andriessen I. Integratie in zicht? De integratie van migranten in Nederland op acht terreinen nader bekeken. Den Haag: SCP; 2016.Google Scholar
  28. 28.
    Plaisier I, Boer A de, Klerk M de. Gevolgen van mantelzorgen. In: De Klerk M, De Boer A, Plaisier I, Schyns P, Kooiker S (redactie). nformele hulp: wie doet er wat?. Den Haag: SCP; 2015. pag. 89–110.Google Scholar
  29. 29.
    Roos SA de, Boer AH de, Bot SM. Well-being and need for support of adolescents with a chronically ill family member. J Child Fam Stud. 2016;26(2):405–15. doi: 10.1007/s10826-016-0574-7.CrossRefGoogle Scholar
  30. 30.
    Kennisplatform Integratie en samenleving. Mantelzorgers met een migratieachtergrond ondersteunen. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut en Movisie; 2016.Google Scholar
  31. 31.
    Schans D, Komter A. Intergenerationele solidariteit en etnische diversiteit. Migrantenstudies. 2006;22:2–21.Google Scholar
  32. 32.
    Heijde CM van der, Vonk P, Meijman FJ. Self-regulation for the promotion of student health. Traffic lights: the development of a tailored web-based instrument providing immediate personalized feedback. Health Psychol Behav Med. 2015;3:169–89.CrossRefGoogle Scholar

Copyright information

© Vilans 2017

Authors and Affiliations

  • Marjolein Broese van Groenou
    • 1
  • Alice de Boer
    • 1
    • 2
  • Kim Putters
    • 2
  • Kène Henkens
    • 3
  • Henk Nies
    • 1
    • 4
  • Pearl A. Dykstra
    • 5
  • Hanna van Solinge
    • 3
  • Cretien van Campen
    • 2
  • Sjoerd Kooiker
    • 2
  1. 1.Vrije UniversiteitAmsterdamNederland
  2. 2.SCPDen HaagNederland
  3. 3.NIDIDen HaagNederland
  4. 4.VilansUtrechtNederland
  5. 5.Erasmus UniversityRotterdamNederland

Personalised recommendations