Denkbeeld

, Volume 30, Issue 2, pp 38–38 | Cite as

Steeds kleiner

Hartenkreet
  • 35 Downloads

Samenvatting

Na een intake door een casemanager moest ik naar een psychologe. Die vond dat ik vasculaire dementie had. Was mij nog niet opgevallen. Maar goed, ik zat ermee en mocht in ieder geval geen auto meer rijden. Dat vond ik verschrikkelijk, ver-schrik-ke-lijk.

Na een intake door een casemanager moest ik naar een psychologe. Die vond dat ik vasculaire dementie had. Was mij nog niet opgevallen. Maar goed, ik zat ermee en mocht in ieder geval geen auto meer rijden. Dat vond ik verschrikkelijk, ver-schrik-ke-lijk.

In de loop der tijd ben ik al mijn sporten kwijtgeraakt. Niet meer varen, niet meer golfen, niet meer skiën, mijn wereld stortte in. Toen moest ik ineens naar de dagbehandeling. Heb ik ook veel moeite mee gehad, voelde als een opbergplaats. Maar je moet zien dat je weer een beetje op de rit komt en daar helpt die dagbehandeling wel bij. Je bent twee keer in de week een dag weg, dat vult lekker. Maar ja, dan heb je nog die andere dagen. Dat was een beetje het hang-en-sluitwerk. Tegenwoordig heb ik wel een maatje die wat met mij gaat ondernemen, al denk ik niet dat het een vriend van me wordt. Dan val ik toch terug op mijn vrouw Riet en die wil ook wel eens weg. Van die moeilijke dingen. Zo denk ik dat ik heel veel doe, maar dat schijnt niet zo te zijn. Ik was altijd heel zelfstandig, altijd eigen baas. En nou word ik gedirigeerd. Je wordt steeds kleiner, als mens zijnde. Maar ja, het went. Het moet wennen, wat kun je anders? Het is een kloteziekte, dat kun je best plat zeggen. In het begin merk je er niks van, maar langzamerhand wordt het erger, alsmaar erger. Soms denk ik dat het wat beter gaat, maar dat is waarschijnlijk ten onrechte. Het rare is dat je je eigenlijk niet ziek voelt. Ja het koppie, daar mankeert natuurlijk zat aan, maar verder voel je je niet ziek. Je moet eigenlijk een pleister plakken op een wond die je niet ziet. Maar goed, je moet er wat van maken. Het is niet zo dat ik maar lijdzaam ga zitten wachten. Dan duurt het wel heel erg lang.

Daarom hebben we een groot feest gehouden toen ik 75 jaar was geworden. Veel herinneringen opgehaald. Heel plezierig. Een mooi plakboek als herinnering. Ik ben heel blij met mijn vrouw. Als ik de foto’s van het feest zie, denk ik: ‘Wat is ze toch mooi.’ Dat uit ik niet zo erg, ik weet niet zo goed waarom. Maar volgens mij weet ze wel hoe ik over haar denk.

Copyright information

© Stichting Tijdschrift voor Psychogeriatrie 2018

Authors and Affiliations

  • Ton
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations