Bijblijven

, Volume 26, Issue 2, pp 75–80 | Cite as

Somatisatie, aanpak door de huisarts

  • P. L. B. J. Lucassen
  • H. J. van Ravesteijn
Artikel
  • 66 Downloads

Samenvatting

Wanneer patiënten herhaaldelijk medische hulp zoeken voor lichamelijke klachten waarvoor geen somatische oorzaak aan te wijzen is, wordt dat somatisatie genoemd. Het is een lastig probleem voor patiënten en artsen. Een belangrijke factor bij het ontstaan van somatisatie is interoceptieve sensitisatie: het ontwikkelen van een, ook fysiek, grotere gevoeligheid voor de doorgifte, waarneming of beleving van lichamelijke prikkels. Artsen dragen bij aan somatisatie: bij patiënten met onverklaarde klachten blijken artsen veel minder goed te communiceren dan bij patiënten met verklaarde klachten. Dit artikel geeft adviezen voor de benadering van patiënten met onverklaarde lichamelijke klachten.

Literatuur

  1. Lipowski ZJ. Somatization: the concept and its clinical application. Am J Psychiatry 1988;145:1358-68.Google Scholar
  2. Kroenke K, Mangelsdorff AD. Common symptoms in ambulatory care: incidence, evaluation, therapy and outcome. Am J Med 1989;86:262-6.Google Scholar
  3. Kroenke K. Somatization in primary care: it’s time for parity. Gen Hosp Psychiatry 2000;22:141-3.Google Scholar
  4. Peveler R, Kilkenny L, Kinmoth A. Medically unexplained symptoms in primary care: a comparison of self-report screening questionnaires and clinical opinion. J Psychosom Res 1997;42:245-52.Google Scholar
  5. Verhaak PFM, Meijer SA, Visser AP, Wolters G. Persistent presentation of medically unexplained symptoms in general practice. Fam Pract 2006;23:414-20.Google Scholar
  6. Dieren Q van, Vingerhoets AJJM. Medisch onverklaarde somatische symptomen zijn geen onverklaarbare, onbegrepen of vage lichamelijke klachten. Tijdschr Psychiatrie 2007;49:823-34.Google Scholar
  7. Lucassen P, Olde Hartman TC, Borghuis M. Somatische fixatie: een nieuw leven voor een oud begrip. Huisarts Wet 2007;50:11-5.Google Scholar
  8. Creed J. Guthrie E, Fink P, Henningsen P, Rief W, Sharpe M et al. Is there a better term than ‘Medically unexplained symptoms’? Psychosom Res 2010;68:5-8.Google Scholar
  9. Stone J, Wojcik W, Durrance D, Carson A, Lewis S, MacKenzie L, et al. What should we say to patients with symptoms unexplained by disease? The ‘number needed to offend’. BMJ 2002;325:1449-50.Google Scholar
  10. Houtveen J. De dokter kan niets vinden. Het raadsel van medisch onverklaarde klachten. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 2009.Google Scholar
  11. Gracely RH, Petzke F, Wolf JM, Clauw DJ. Functional magnetic resonance imaging evidence of augmented pain processing in fibromyalgia. Arthritis Rheum 2002;46(5):1333-43.Google Scholar
  12. Dantzer R. Somatization: a psychoneuroimmune perspective. Psychoneuroendocrinology 2005;30:947-52.Google Scholar
  13. Grol R. Huisarts en somatische fixatie. Utrecht: Bohn, Scheltema en Holkema, 1983.Google Scholar
  14. Malterud K. Symptoms as a source of medical knowledge: understanding Medically Unexplained disorders in women. Fam Med 2000;32:603-11.Google Scholar
  15. Stone J, Carson A, Sharpe M. Functional symptoms in neurology: management, J Neurol Neurosurg Psychiatry 2005;76 (suppl):i13-i21.Google Scholar
  16. Henningsen P, Zipfel S, Herzog W. Management of functional somatic syndromes. Lancet 2007;369:946-55.Google Scholar
  17. Multidisciplinaire richtlijn Somatoforme klachten en stoornissen (concept). Utrecht: Trimbos-instituut, 2009.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2010

Authors and Affiliations

  • P. L. B. J. Lucassen
    • 1
  • H. J. van Ravesteijn
  1. 1.

Personalised recommendations