Kind & Adolescent Praktijk

, Volume 8, Issue 3, pp 116–122 | Cite as

Ook kinderen met PDD-NOS kunnen profiteren van het VRIENDEN-programma

Ervaringen vanuit de P.I.-school in Rotterdam
Artikelen

Samenvatting

Het VRIENDEN-programma is een (groeps)behandeling ter preventie en aanpak van angst en depressie bij kinderen, op basis van cognitieve gedragstherapie. Op ‘De Piloot’, een cluster 4 school, verbonden aan het pedologisch Instituut te Rotterdam (P.I.-school), wordt het VRIENDENprogramma gebruikt bij de individuele aanpak van angsten bij kinderen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anders omschreven (pervasive development disorder not otherwise specified, PDD-NOS). Bij de indicatie is het vooral van belang of er sprake is van angsten, of het kind minimaal functioneert op een moeilijk lerend niveau en of ouders en kind voldoende te motiveren zijn. Elk kind krijgt een individuele aanpak waarbij het aantal sessies en de wijze van uitvoeren van de opdrachten kan worden aangepast aan de leerling.

Wij zien goede resultaten bij de leerlingen met PDD-NOS, gemeten op de Vragenlijst voor Angst bij Kinderen (VAK), de Child Behavior Checklist (CBCL) en de Teacher Report Form (TRF). Follow-upresultaten zijn nog niet bekend.

VRIENDEN-programma PDD-NOS speciaal onderwijs 

Literatuur

  1. Barrett, P.M., Duffy, A.L., Dadds, M.R., & Rapee, R.M. (2001). Cognitivebehavioral treatment of anxiety disorders in children: Long-term (6-year) follow-up. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 69, 135-141.Google Scholar
  2. Frith, U. (2005). Autisme, verklaringen van het raadsel. Berchem (B): EPO.Google Scholar
  3. Heeswijk, E. van. (2005). Behandel- en preventie programma kan veel leed voorkomen: VRIENDEN tegen angst. Balans Magazine 18, 3, 22-23.Google Scholar
  4. Jacobs, G., Muller, N., & Brink, E. ten. (2001). Uit de knoop; Rationeelemotieve therapie en andere cognitieve gedragstherapieën bij kinderen en adolescenten. Houten/Diegem: Bohn Stafleu van Loghum.Google Scholar
  5. Liber, J.M., Widernfelt, B.M. van, Utens, E.M., Ferdinand, R.F., Leeden, A.J. van der, Gastel, W. van, & Treffers, P.D. (2008). No differences between group versus individual treatments of childhood anxiety disorders in a randomised clinical trial. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 49, 886-893.Google Scholar
  6. Naudts, K. (2005). Onderwijs en Jeugdzorg. Samenwerking: een zorg of één zorg? Kind en Adolescent Praktijk 1, 16-21.Google Scholar
  7. Oosterlaan, J., Prins, P.J.M., Hartman, C.A., & Sergeant, J.A. (1995). Handleiding bij de vragenlijst voor angst bij kinderen. Lisse: Swets en Zeitlinger.Google Scholar
  8. Stallard, P. (2006). Denk goed voel je goed. Cognitieve gedragstherapie voor kinderen en jongeren. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.Google Scholar
  9. Utens, E., Nijs, P. de, & Ferdinand, R. (2000). VRIENDEN voor kinderen. Handleiding voor groepsleiders. Rotterdam: Afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie ErasmusMC.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2009

Authors and Affiliations

  1. 1.

Personalised recommendations