Kind & Adolescent Praktijk

, Volume 8, Issue 1, pp 10–19 | Cite as

Klinische Fasenbehandeling van vroegkinderlijke traumatisering bij kinderen en ouders

  • Arianne Struik
Artikelen

Samenvatting

De klinische Fasenbehandeling is een innoverend programma voor vroegkinderlijk, chronisch getraumatiseerde kinderen waarbij bovendien de problematiek van het kind sterk verweven is met ouderschapsproblematiek en/of met persoonlijkheidsproblematiek van de ouder(s). Ervaring leert dat bij traumabehandeling voor uitsluitend het kind, elkaar versterkende traumatisering van kind en ouder blijft plaatsvinden. Als het contact met de mishandelende ouder verbroken wordt, stopt die vorm van mishandeling. De psychische mishandeling of verwaarlozing stopt echter vaak niet, omdat de andere, verzorgende ouder zelf ook getraumatiseerd is en daardoor niet (meer) in staat is om een veilige hechtingsrelatie met het kind aan te gaan. Bovendien zal een getraumatiseerde ouder die eigen traumatische ervaringen nog niet verwerkt heeft, zijn kind moeilijk kunnen helpen bij het geven van betekenis aan traumatische ervaringen en het begrijpen en verwoorden van eigen intenties en de intenties van anderen (mentaliseren). De ouder is bijvoorbeeld niet in staat om te reageren op het kind of verleent een verkeerde betekenis aan het trauma van het kind. In de hier beschreven Fasenbehandeling wordt het kind maximaal anderhalf jaar opgenomen en zowel kind als ouders worden behandeld. Naast stabilisatie en traumaverwerking van ouder en kind, worden ook mogelijkheden tot het opdoen van correctieve hechtingservaringen geboden, waardoor de hechting kan verbeteren. Die combinaties ‘kind en ouder’ en ‘trauma en hechting’ vormen de bouwstenen en kernthema’s voor dit behandelprogramma. Aan de hand van een casusbeschrijving worden de fasen en de werkwijze van het programma toegelicht.

vroegkinderlijke chronische traumatisering hechting mentaliseren behandeling ouder en kind klinische fasenbehandeling 

Literatuur

  1. Arum, B.A. van (1999). De Fasenbehandeling (intern beleidsstuk Fornhese, kinder- en jeugdpsychiatrie, Symforagroep Amersfoort).Google Scholar
  2. Crittenden, P.M. (1997a). Truth, error, omission, distortion, and deception: The application of attachment theory to the assessment and treatment of psychological disorder. In S.C.M. Dollinger, & L.F. DiLalla (red.). (1997). Assessment and intervention issues across the life span. (pp. 35-76). Mahwah: Lawrence Erlbaum Associates Publishers.Google Scholar
  3. Crittenden, P.M. (1997b). Toward and integrative theory of trauma: a dynamic-maturation approach. In D. Cichetti & S. Toth (red.), The Rochester symposium on developmental psychopathology, vol 10, Risk, trauma, and mental processes (pp.34-38). Rochester: University of Rochester Press.Google Scholar
  4. Fonagy, P., Steele, H., & Steele, M. (1991) Maternal representations of attachment during pregnancy predict the organization of infant-mother attachment at one year of age. Child Development, 62, 891-905.Google Scholar
  5. Fonagy, P., Gergely G., Jurist, E.L., & Target, M. (2002). Affect regulation, mentalization, and the development of the self. New York: Other Press. Google Scholar
  6. Greenwald, R. (2005) Child Trauma Handbook: a guide for helping trauma-exposed children and adolescents. Binghamton, NY: The Haworth Press Inc.Google Scholar
  7. Lamers-Winkelman, F., & Bicanic, I. (2000). HORIZON. Amsterdam: Uitgeverij SWP.Google Scholar
  8. Struik, A.L. (2005). De Fasenbehandeling (intern beleidsstuk Herlaarhof, Centrum van kinder- en jeugdpsychiatrie, Reinier van Arkelgroep, Vught).Google Scholar
  9. Verheugt-Pleiter, J.E., Schmeets, M.G., & Zevalkink, J. (2005) Mentaliseren in de kindertherapie. Assen: Van Gorcum.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2009

Authors and Affiliations

  • Arianne Struik
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations