Stimulus

, Volume 16, Issue 3, pp 173–177 | Cite as

Beoordeling van de ischiocrurale spierlengte (hamstrings) bij schoolkinderen met behulp van de sit-and-reach test en de bepaling van de hellingshoek van het heupgewricht

  • Nancy B. Woolsey
Article
hamstrings sit-and-reach test (srt) 

Abstract

De sit-and-reach test (srt), waarbij in langzit richting tenen wordt gereikt, wordt normaliter gebruikt ter beoordeling van de mobiliteit van de wervelkolom en de lengte van de hamstrings.

Samenvatting

Achtergrond en doel

De sit-and-reach test (srt), waarbij in langzit richting tenen wordt gereikt, wordt normaliter gebruikt ter beoordeling van de mobiliteit van de wervelkolom en de lengte van de hamstrings. De doelen van deze studie waren:
  1. 1

    beschrijving van de ischiocrurale spierlengte zoals die wordt gevonden bij toepassing van de srt en meting van de heupgewrichtshoek (hgh) bij kinderen,

     
  2. 2

    onderzoek naar de relatie tussen srt- en hgh-metingen en

     
  3. 3

    onderzoek naar sekseverschillen bij beide metingen.

     

Proefpersonen

De deelnemers waren 410 schoolkinderen (211 meisjes, 199 jongens)

Methode

Elk kind voerde de srt uit. In de eindstand werd de srt-score opgetekend en de hgh gemeten met behulp van een op het sacrum geplaatste inclinometer.

Resultaten

Voor alle proefpersonen werd een gemiddelde srt-waarde van 24 cm en een gemiddelde hgh-grootte van 81 graden gemeten. Er was een sterke correlatie tussen srt en hgh (r = 0,76). Beide metingen verschilden bij jongens en meisjes.

Conclusie en bespreking

De resultaten suggereren verschillen in te verwachten ischiocrurale spierlengtes bij jongens en meisjes. Hoewel de scores voor de srt en hgh correleerden, geven wij er de voorkeur aan de ischiocrurale spierlengte te bepalen met behulp van hgh-scores omdat deze scores niet worden beïnvloed door antropometrische factoren of wervelkolommobiliteit. De resultaten van deze studie doen veronderstellen dat hgh-metingen effectiever richting geven aan de behandeling dan srt- metingen.

Het testen van de ‘physical fitness’ is een routinematig onderdeel van de lessen lichamelijke opvoeding bij het basis- en voortgezet onderwijs in de Verenigde Staten. Een onderdeel waaraan bij de meeste fitnesstests aandacht wordt besteed is lenigheid. De sit-and-reach test (srt), of een gemodificeerde versie van de srt, wordt in het bijzonder gebruikt ter beoordeling van de lenigheid van de lage rug en de hamstrings. Er wordt een score toegekend die is gebaseerd op het verste punt dat door beide handen wordt bereikt op een gestandaardiseerd kastje, bij het naar voren reiken in langzit (fig. 1).

Passeerscores worden gegeven indien kinderen minstens 2 cm verder kunnen komen dan hun tenen. Volgens de American Alliance for Health, Physical Education, Recreation and Dance is deze test van belang, omdat verminderde mobiliteit, van met name de ischiocrurale spieren en de rug, geacht wordt bij te dragen tot het ontstaan van lage-rugpijn, hoewel geen gegevens worden verstrekt die deze veronderstelling ondersteunen.

In de literatuur worden de termen ‘flexibility’ en ‘muscle length’ vaak synoniem gebruikt als het gaat om de maximale verlengbaarheid van de hamstrings. In dit artikel zal de term ‘spierlengte’ worden gebruikt om het maximale bereik van de hamstrings aan te geven.

De srt is onderwerp geweest van vele studies. Een door Kendall geschreven kritiek en door Jackson et al. uitgevoerde studies suggereren dat de srt-score niet differentieert tussen het aandeel van de lage rug en de ischiocrurale spieren tijdens deze reikactiviteit. Jackson et al. onderzochten de relatie tussen de srt en metingen van de ischiocrurale spierlengte (passieve heffing van het gestrekte been) en de mobiliteit van de rug. Zij meldden dat de srt een middelmatige criterium-gerelateerde validiteit heeft als deze wordt gebruikt om de ischiocrurale spierlengte aan te geven, maar geen valide bepaling van de mobiliteit van de rug oplevert.

Diverse auteurs stellen dat antropometrische factoren zoals onevenredige lengte van de ledematen ten opzichte van de romp tevens de resultaten van de srt kunnen beïnvloeden. Kinderen met lange benen en een korte romp kunnen bijvoorbeeld onvoldoende scoren bij de test, ondanks hun aanvaardbare ischiocrurale spierlengte. Hopkins schatte dat scapulaprotractie tijdens de srt mogelijk voor 3 tot 5 em variatie in de uiteindelijke score kan zorgen.

Een passeerscore bij de srt kan dan ook het resultaat zijn van een veelheid van factoren. Deze omvatten verschillende combinaties van mobiliteit van de rug en ischiocrurale spierlengte, zoals een normale of vergrote mobiliteit van de rug en toegenomen ischiocrurale spierlengte (fig. 1),
Figuur 1

Uitvoering van de sit-and-reach test, waarbij normale mobiliteit van de rug en een normale lengte van de hamstrings worden getoond.

verminderde of normale rugmobiliteit gecombineerd met verminderde ischiocrurale spierlengte (fig. 2),
Figuur 2

Uitvoering van de sit-and-reach test, waarbij normale mobiliteit van de rug, gecombineerd met verhoogde ischiocrurale spierlengte, wordt getoond.

of toegenomen rugmobiliteit gecombineerd met verminderde ischiocrurale spierlengte (fig. 3);
Figuur 3

Uitvoering van de sit-and-reach test, waarbij verhoogde mobiliteit van de rug, gecombineerd met verminderde ischiocrurale spierlengte, wordt getoond.

antropometrische factoren als lange armen of korte benen in verhouding tot de romp, en scapulaprotractie die de reikwijdte van de armen verhoogt.

Wij zijn van mening dat een standaard-srt-testpositie kan worden gebruikt en dat deze, indien niet de positie van de handen op het srt-kastje, maar de heupgewrichtshoek (hgh) in de eindpositie wordt gemeten, een betere indruk geeft van de ischiocrurale spierlengte.

Meting van de hgh in plaats van de afstand van de vingertoppen tot de tenen schakelt de invloed van een aantal antropometrische factoren of de scapulaprotractie op de score uit. Wij realiseren ons dat deze methode een meting van de mobiliteit van de rug uitsluit. Wij zijn echter van mening dat, indien de spinale mobiliteit als belangrijk wordt gezien voor de beoordeling van de toestand, deze met een meer geëigende test kan worden gemeten.

In onze studie werd de ischiocrurale spierlengte weergegeven door de hellingshoek van sacrum en bekken ten opzichte van de horizontaal, op het maximale reikpunt tijdens de srt. Dit representeert een indirecte meting van de heupgewrichtshoek (hgh). Hoewel er diverse andere methoden ter bepaling van de ischiocrurale spierlengte zijn ontworpen, stellen wij dat deze methode de voorkeur verdient. Vergeleken met de test waarbij in stand de tenen moeten worden aangeraakt, sluit volgens ons de srt het achterwaarts leunen uit en is daarbij een betere controle mogelijk van de kniegewrichtsstand en van het bekken in de zin van rotatie of zijwaarts kantelen. De passieve straight-leg-raising-test in ruglig en de knie-extensietest in ruglig met de heup in 90 graden flexie worden uitgevoerd met één been, terwijl het andere been blijft liggen met gestrekte heup en knie. Om nauwkeurige resultaten te verkrijgen dient volgens ons de onderzoeker de positie van het bekken gedurende de gehele test in het oog te houden. Korte heupflexoren kunnen het bekken bijvoorbeeld voorover doen kantelen. Gebruik van deze foutieve starthouding zou kunnen resulteren in een onterechte conclusie van te korte hamstrings. Gebruik van de langzithouding geeft beide heupen de gelegenheid in dezelfde richting te bewegen en maakt fixatie van het bekken of het rekening houden met een eventuele invloed van verkorte heupflexoren onnodig.

Een ander aspect van de srt waarmee rekening moet worden gehouden vormen de criteria voor het slagen van de test. Gewoonlijk wordt voor jongens en meisjes hetzelfde criterium aangehouden. Onze klinische ervaring wijst er echter op dat jongens en meisjes normaliter verschillen in ischiocrurale spierlengte vertonen.

Onze studie had als doelen: ten eerste het karakteriseren van de ischiocrurale spierlengte door middel van de hgh- en srt-scores bij een willekeurige groep schoolkinderen en ten tweede het testen van drie hypotheses met betrekking tot deze metingen. Deze hypotheses waren:
  1. 1

    er bestaat een correlatie tussen srt-scores en hgh-scores;

     
  2. 2

    er is geen verschil tussen srt-scores van jongens en meisjes;

     
  3. 3

    er is geen verschil tussen hgh-scores van jongens en meisjes.

     

Methode

Proefpersonen

Er deden in totaal 410 kinderen (211 meisjes en 199 jongens) mee aan de studie. Geen van de deelnemers leed aan een aandoening van het houdings- en bewegingsapparaat die invloed had op de wervelkolom of onderste extremiteiten. Het betrof leerlingen van kleuter- en basisscholen met een leeftijd die varieerde van 5 tot 12 jaar, met een gemiddelde van 7 jaar en 10 maanden. Alle ouders van de kinderen gaven nadat ze waren geïnformeerd toestemming voor de deelname.

Instrumentatie

Voor het positioneren van de proefpersonen voor de test werd gebruik gemaakt van een standaard ‘sit-and reach box’, waarbij de verschuifbare meetplank bovenop het kastje werd gebruikt om de scores op te meten. De maatstrepen op de meetplank werden zo geplaatst, dat het 23 cm-streepje ter hoogte van de tenen kwam (fig. 4).
Figuur 4

Aanzicht van boven van de meetplank op het sit-and-reach kistje.

Op die manier leverde de srt-score altijd een positief getal op, zelfs bij de kinderen die niet in staat waren hun tenen te bereiken. De door aahperd vastgestelde, minimale passeerscore is 25 cm, ofwel 2 cm voorbij de tenen. Deze geldt, ongeacht antropometrische variabelen, voor alle leeftijden en voor beide geslachten.

Voor het bepalen van de hgh werd een inclinometer (een circulaire, met vloeistof gevulde hoekmeter) gebruikt. Deze werd zo ingesteld, dat 0 graden overeenkwam met horizontaal of 0 graden heupflexie. De inclinometer werd verticaal op het sacrum gezet, zodanig dat het centrum van de meter op één lijn stond met het niveau van de spinae iliacae posteriores superiores.

De intertestersbetrouwbaarheid bij gebruik van een inclinometer ter bepaling van de hgh werd bij de eerste 20 proefpersonen, tussen tester 1 en tester 2, onderzocht. Een intraclass-correlatiecoëfficiënt van 0,98 gaf voor ons een acceptabel niveau van intertester-betrouwbaarheid voor de hgh-scores aan.

Door de onderzoekers werd vastgesteld dat bij een passeer-hgh-score de heupflexie 80 graden of meer bedroeg. Deze waarde correspondeert met wat Kendall als gewoon beschouwde bij een normale ischiocrurale spierlengte (bepaald door de eindstand van het heupgewricht tijdens straight leg raising of de hoek tussen het sacrum en de behandeltafel bij vooroverbuigen in langzit). Ook andere onderzoekers hebben deze waarde gebruikt als richtlijn voor normale ischiocrurale spierlengte.

Procedure

Vóór de test zat elk kind op de grond met volledig gestrekte knieën en de enkels in neutrale dorsaalflexie, met de voetzolen tegen de kist (fig. 1). Het kind werd geïnstrueerd de ene hand bovenop de andere te plaatsen en langzaam, zo ver mogelijk voorover te reiken terwijl de knieën gestrekt werden gehouden. De handen werden gelijk gehouden bij het voorwaarts over de bovenkant van de kist reiken. Elk kind oefende de beweging tweemaal; bij de derde herhaling werd de srt-score (in centimeters) opgenomen als de eindpositie van de vingertoppen op de meetplank. Tijdens diezelfde actie werd de inclinometer op het sacrum gezet en de hgh gemeten en genoteerd.

Data-analyse

Berekend werden het gemiddelde van alle proefpersonen en de gemiddelden voor de jongens en meisjes voor de hgh en de srt. Om de verschillen tussen jongens en meisjes met betrekking tot de hgh en srt na te gaan, werd een t-test voor onafhankelijke steekproeven gebruikt. Ter beoordeling van de relatie tussen de srt en de hgh werd de Pearson productmoment correlatiecoëfficiënt gebruikt. De ruwe scores werden onderzocht om het aantal gevallen vast te stellen waarin de scores bij de twee tests tegenstrijdig leken te zijn. Sommige kinderen bleken bijvoorbeeld in staat minstens 25 cm op de srt-box te bereiken, maar hadden — uitgaande van hun hgh — verkorte hamstrings (fig. 3), terwijl andere kinderen de 25 cm-streep niet konden bereiken, maar wel een normale hamstringslengte hadden (fig. 5).
Figuur 5

Normale lengte van de hamstrings, maar niet halen van de sit-and-reach test, als gevolg van antropometrische factoren (lange benen in verhouding tot romp en armen).

Resultaten

De tabel geeft de gemiddelden en standaarddeviaties voor de srt en hgh. Er was een verschil tussen de scores voor jongens en meisjes bij de hgh-test (t = 7,81; df = 408; p < 0,001) en de srt (t = 5,50; df = 408; p < 0,001). De correlatie tussen de srt- en hgh-scores was duidelijk (r = 0,76; df = 408; p < 0,05). Hoewel meer dan de helft (58%) van de variabiliteit in de srt-scores voor rekening kwam van de variabiliteit in de hgh-scores, is het van belang die 73 gevallen (18%) te bestuderen, waarbij een kind de ene test wel, maar de andere niet haalde. Zo haalden 25 kinderen (6%)
Tabel 1.

Sit-and-reach test (SRT) en heupgewrichtshoek (HGH)-waarden.

Test

Alle proefpersonen (N = 410)

 

Jongens (N = 199)

 

Meisjes (N = 211)

Test

x

SD

Bereik

 

x

SD

Bereik

 

x

SD

Bereik

SRT (cm)

24

8

2,67

 

22

7

−2,37

 

26

7

7,67

HGH (°)

81

11

54,111

 

75

10

54,100

 

85

10

55,111

de srt (≥ 25 cm), maar bleven onder de norm bij de hgh-test (< 80°), hetgeen duidt op verminderde hamstringslengte.

Hoewel de rugmobiliteit niet werd gemeten via een gemodificeerde Schobertechniek of de dubbele inclinometertechniek, suggereerde visuele schatting dat bij de meeste van deze gevallen de wervelkolom relatief mobieler was dan de heupen en het meest bijdroeg aan de totale prestatie bij het vooroverbuigen (fig. 3). Anderzijds haalden 48 kinderen (12%) de srt niet (< 25 cm), maar hadden meer dan normale hgh-scores (≥- 80°), hetgeen duidt op normale tot vermeerderde hamstringslengte. In deze gevallen leken hetzij antropometrische factoren (lange benen, korte armen of romp) (fig. 5) of een beperkte wervelkolommobiliteit, te voorkomen dat de kinderen hun tenen bereikten tijdens de srt.

Bespreking

Het overall-gemiddelde voor onze hgh-metingen (hgh = 81°) correleert met de eerder door Kendall geopperde waarde voor een normale ischiocrurale spierlengte (80°) bij volwassenen of kinderen. Daarnaast duiden onze resultaten erop dat de ischiocrurale spierlengte bij jongens minder is dan bij meisjes. Deze bevinding wordt ondersteund door studies die aanduiden dat in de leeftijdsgroep van vijf tot tien jaar, meisjes leniger zijn dan jongens. Shephard et al. vonden ook dat bij volwassenen van 45 tot 75 jaar, de scores bij de srt voor vrouwen hoger lager dan voor mannen. Deze resultaten wijzen erop dat wij onze verwachtingen met betrekking tot de ischiocrurale spierlengte op basis van het geslacht moeten aanpassen.

De correlatie tussen hgh- en srt- scores doet vermoeden dat beide tests een afspiegeling zijn van de ischiocrurale spierlengte. De srt en de gemodificeerde versies van de srt blijven zich echter richten op de afstand van de vingertoppen tot de tenen als uiteindelijke meetuitslag. Omdat deze meetuitslag, zoals eerder besproken, wordt beïnvloed door allerlei factoren, kunnen de resultaten misleidend zijn wat betreft het ontwikkelen van interventiestrategieën.

In het merendeel van de gevallen laat men, bij een onvoldoende srt-score, het kind vooral het vooroverbuigen in langzit oefenen, om de score te verbeteren. Wij maken ons vooral bezorgd over het trainen van de test als oefening, bij kinderen die normale hamstrings hebben, of bij kinderen die wel hun tenen kunnen bereiken maar verkorte hamstrings hebben. Er bestaat geen bewijs waaruit blijkt dat het nodig is de ischiocrurale spierlengte boven normaal te vergroten; evenmin is er bewijs voor de stelling dat verbetering van de srt-score verband houdt met een verandering in hamstringslengte. Zoals door Kendall en McCreary opgemerkt kan het laten rekken in langzit bij kinderen die wel hun tenen kunnen bereiken maar korte hamstrings hebben, de rugmobiliteit verder vergroten, terwijl deze oefening weinig verandert aan hun hamstringslengte.

Wij zijn van mening dat het gebruik van de inclinometer ter bepaling van de hgh als indicator voor de ischiocrurale spierlengte tijdens de srt eenvoudig is, betrouwbare meetwaarden oplevert en niet wordt beïnvloed door antropometrische factoren. Wij realiseren ons dat bij deze methode geen sprake is van meting van de rugmobiliteit. Wij stellen echter dat de srt geen valide meting van de mobiliteit van de rug is en dat er, indien het van belang wordt geacht ook die mobiliteit te meten, andere methoden — zoals gebruik van de inclinometer — zijn beschreven die dan dienen te worden gebruikt.

Onze toekomstige onderzoeken zullen zich richten op a het gebruik van de inclinometer ter bepaling van zowel de hgh als de mobiliteit van de lumbale wervelkolom bij schoolkinderen en b onderzoek naar verandering in ischiocrurale spierlengte of rugmobiliteit als resultaat van het oefenen van voorwaarts buigen in langzit.

Conclusie

Meting van de lenigheid is een belangrijk onderdeel van het testen van fitness. De srt is een bruikbaar middel voor het nagaan van de ischiocrurale spierlengte, maar er dient meer aandacht te worden besteed aan de eindstand van het heupgewricht, in plaats van aan de reikwijdte van de vingertoppen. Het meten van de hgh met een inclinometer bij de srt voorziet naar onze mening in een betrouwbare en simpele meetmethode, die adequate informatie geeft over de lengte van de hamstrings. Onderzoekers dienen er ook rekening mee te houden dat er verschillen in hamstringslengte bestaan tussen jongens en meisjes.

[96369 – vert. L. Eenkhoorn]

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 1997

Authors and Affiliations

  • Nancy B. Woolsey
    • 1
  1. 1.

Personalised recommendations