Advertisement

Huisarts en Wetenschap

, Volume 51, Issue 9, pp 455–457 | Cite as

Kunnen cosmetische producten acne veroorzaken of verergeren?

  • Anton de Groot
  • Johan Toonstra
  • Eric van Rijswijk
Klinische les
  • 78 Downloads

Samenvatting

De Groot AC, Toonstra J, Van Rijswijk E. Kunnen cosmetische producten acne veroorzaken of verergeren? Huisarts Wet 2008;51(9):455-7.

Veel patiënten denken dat cosmetische producten acne kunnen veroorzaken of verergeren en stellen hierover vragen aan hun arts. In onderstaand artikel kijken we kritisch naar dit concept van acnegeniciteit.

Er zijn twee mogelijke vormen van acnegeniciteit. Bij de eerste zouden comedogene effecten van cosmetica leiden tot acne cosmetica, bij de tweede zou irritatie door cosmetica de oorzaak zijn van folliculitis.

De eerste vorm, acne cosmetica, blijkt klinisch onvoldoende onderbouwd. Een causale relatie tussen acne en cosmetische producten is niet goed gedocumenteerd. De validiteit van dierexperimenteel onderzoek en humane provocatietesten is niet aangetoond.

De tweede vorm – cosmetische producten veroorzaken door irritatie folliculitis waardoor acne verergert – blijkt klinisch noch experimenteel voldoende onderbouwd.

Acnegeniciteit van cosmetische producten speelt waarschijnlijk een zeer beperkte rol bij vrouwen met acne. Het is daarom niet zinvol hen standaard te vragen naar cosmeticagebruik en hierover advies te geven.

acne klinische les 

Literatuur

  1. 1.
    Smeets JGE, Grooten SJJ, Bruinsma M, Jaspar AHJ, Kertzman MGM. NHG-Standaard Acne. www.nhg.org.
  2. 2.
    Sillevis Smitt JH, Van Everdingen JJE, Starink ThM, De Haan M, redactie. Dermatovenereologie voor de eerste lijn. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 2004:162.Google Scholar
  3. 3.
    Strauss JS, Jackson EM, Engasser PG, Kligman AM, Lazar P, Leyden JJ et al American Academy of Dermatology Invitational Symposium on Comedogenicity. J Am Acad Dermatol 1989;20:272-7.Google Scholar
  4. 4.
    Kligman AM, Mills OH. “Acne Cosmetica”. Arch Dermatol 1972;106:843-50.Google Scholar
  5. 5.
    Epinette WW, Greist MC, Ozols II. The role of cosmetics in postadolescent acne. Cutis 1982;29:500-4, 514.Google Scholar
  6. 6.
    Larsen WG, Jackson EM, Barker MO, Bednarz RM, Engasser PG, O’Donoghue MN, et al. A primer on cosmetics. J Am Acad Dermatol 1992;27:469-84.Google Scholar
  7. 7.
    Mills OH Jr, Berger RS, Stephens TJ, Drake K, Fisher L. Assessing acnegenic and acne-aggravating potential. J Toxicol – Cut & Ocular Toxicol 1989-1990;8:353-60.Google Scholar
  8. 8.
    Cunliffe WJ. Clinical features of acne. In: Marks R, editor. Acne. London: Martin Dunitz, 1989:11-75.Google Scholar
  9. 9.
    Kligman A. Postadolescent acne in women. Cutis 1991;48:75-7.Google Scholar
  10. 10.
    Jackson EM, Robillard NF. The controlled use test in a cosmetic safety substantiation program. J Toxicol – Cut & Ocular Toxicol 1982;1:117-32.Google Scholar
  11. 11.
    Draelos ZD. Cosmetics in acne and rosacea. Sem Cut Med Surg 2001;20:209-14.Google Scholar
  12. 12.
    Kligman AM. A critical look at acne cosmetica. J Cut Aging & Cosmet Dermatol 1988/89;1:109-14.Google Scholar
  13. 13.
    Mills OH, Berger RS. Defining the susceptibility of acne-prone and sensitive skin populations to extrinsic factors. Dermatol Clinics 1991;9:93-8.Google Scholar
  14. 14.
    Simion FA. Acnegenicity and comedogenicity testing for cosmetics. In: Barel AO, Paye M, Maibach HI, editors. Handbook of Cosmetic Science and Technology. New York: Marcel Dekker, 2001:837-44.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2008

Authors and Affiliations

  • Anton de Groot
    • 1
  • Johan Toonstra
  • Eric van Rijswijk
  1. 1.

Personalised recommendations