Huisarts en Wetenschap

, Volume 51, Issue 9, pp 430–434

Behandeling van urineweginfecties binnen en buiten praktijkuren

  • Hugo van Bergeijk
  • Marjolein Berger
Onderzoek

Samenvatting

Van Bergeijk H, Berger MY. Behandeling van urineweginfecties binnen en buiten praktijkuren. Huisarts Wet 2008;51(9):430-4.

Inleiding Urineweginfecties (uwi’s) komen vaak voor. Tijdens werkzaamheden op een huisartsenpost viel op dat er grote verschillen zijn in medicamenteus beleid bij uwi’s.

Doel Met dit onderzoek willen we inzicht krijgen in de mate waarin huisartsen de richtlijnen uit de NHG-Standaard Urineweginfecties volgen. We gingen ook na of de huisartsenzorg in de reguliere praktijk verschilt van die op de huisartsenpost.

Methode We voerden een retrospectief onderzoek uit in 24 huisartspraktijken en een huisartsenpost.

Resultaten In totaal registreerden we 470 uwi’s voor verdere analyse. Op de huisartsenpost betrof het in 52,3% (34/65) van de gevallen een gecompliceerde uwi, in de reguliere praktijk ging het om 25,9% (105/405, p < 0,001). Van het totale aantal gecompliceerde uwi’s handelde 32,4% (11/34) van de huisartsen op de huisartsenpost conform de richtlijn, tegen 35,2% (37/105) in de reguliere praktijk (p = 0,758). Bij ongecompliceerde uwi’s ging het respectievelijk om 45,2% (14/31) en 58,3% (175/300) (p = 0,158). Bij 45,5% (41/90) van de gecompliceerde uwi’s met een negatieve nitriettest stelde de huisarts een behandeling in zonder verdere diagnostiek.

Conclusie In 50,4% van de gevallen handelen de onderzochte huisartsen volgens de NHG-Standaard. Op een huisartsenpost zien huisartsen meer gecompliceerde uwi’s dan in de reguliere praktijk. Huisartsen behandelen gecompliceerde uwi’s minder vaak conform de NHG-Standaard dan ongecompliceerde uwi’s. Er is geen verschil tussen de huisartsenpost en de reguliere praktijk als het gaat om het volgen van de NHG-Standaard.

behandeling onderzoek urineweginfecties standaard huisartsenposten 

Abstract

Van Bergeijk H, Berger MY. Treatment of urinary tract infections inside and outside of surgery hours. Huisarts Wet 2008;51(9):430-4.

Introduction Urinary tract infections (UTIs) are responsible for 1,19% of all contacts with general practitioners (GPs) in Holland, taking 8th place in all medical contacts presented to a GP. In the Netherlands, there are special Emergency GP Practices that provide medical care given by GPs outside office hours. The first aim of this research project is to describe the adherence to the medical treatment guidelines for UTIs by Dutch GPs. Secondly, we wanted to compare the adherence to these guidelines within GPs own regular practices to the adherence at the out of office hours service.

Method Retrospective study at 1 out of office hours service and 24 regular general practices.

Results In total 470 UTIs were included. In 50,4% of the cases there was adherence to the guidelines for medical treatment. At the out of office hours service, 52,3% (34/65) of the cases were complicated infections, versus 25,9% (105/405, P<0,001) at the regular practices. Of the complicated infections at the out of office hours service, 32,4% (11/34) were treated according the guidelines versus 35,2% (37/105, P = 0,758) at the regular practices. With uncomplicated infections this was 45,2% (14/31) versus 58,3% (175/300, P = 0,158).

Conclusion There are more complicated UTIs presented at the out of office hours service than at a regular practice. Complicated UTIs are less frequently treated according medical guidelines than uncomplicated UTIs. There is no difference in adherence to guidelines between an out of office hours service and regular general practice.

Literatuur

  1. 1.
    RA Verheij LJ, Abrahamse H, Van den Hoogen H, Braspenning J, Althuis T. Feiten en cijfers over huisartsenzorg in Nederland. Utrecht: Landelijk Informatienetwerk Huisartsenzorg (LINH); 2004.Google Scholar
  2. 2.
    Cabana MD, Rand CS, Powe NR, Wu AW, Wilson MH, Abboud PA, et al. Why don’t physicians follow clinical practice guidelines? A framework for improvement. JAMA 1999;282:1458-65.Google Scholar
  3. 3.
    Braspenning JCC. Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk. Utrecht: Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL), 2004.Google Scholar
  4. 4.
    Kahan E, Kahan NR, Chinitz DP. Urinary tract infection in women – physician’s preferences for treatment and adherence to guidelines: a national drug utilization study in a managed care setting. Eur J Clin Pharmacol 2003;59:663-8.Google Scholar
  5. 5.
    Kahan NR, Friedman NL, Lomnicky Y, Hemo B, Heymann AD, Shapiro M, et al. Physician speciality and adherence to guidelines for the treatment of unsubstantiated uncomplicated urinary tract infection among women. Pharmacoepidemiol Drug Saf 2005;14:357-61.Google Scholar
  6. 6.
    Hummers-Pradier E, Ohse AM, Koch M, Heizmann WR, Kochen MM. Management of urinary tract infections in female general practice patients. Fam Pract 2005;22:71-7.Google Scholar
  7. 7.
    Jabaaij L. Fluorchinolonen bij cystitis: kan het minder? Huisarts Wet 2003;46:353.Google Scholar
  8. 8.
    Silderhuis V. Boze Brieven. Klachten van patiënten over huisartsenposten in kaart gebracht. Med Contact 2004;59:600-2.Google Scholar
  9. 9.
    Verheij R. Haalbaarheidsstudie Landelijk Informatienetwerk Huisartsenposten (LINHAP). Utrecht: NIVEL, 2005.Google Scholar

Copyright information

© Bohn Stafleu van Loghum 2008

Authors and Affiliations

  • Hugo van Bergeijk
    • 1
  • Marjolein Berger
  1. 1.

Personalised recommendations